Gisteren in Leiden in een vorstelijk voorjaarszonnetje over de Lange Mare en de Oude Singel gelopen. En dat terwijl het eerder op de dag nog vreselijk gespookt heeft. Rondgelopen met m'n jas open - 'buiten zonder hoed', zou Nescio zeggen - en vreselijke zin gekregen om 'n terrasje te pikken. Helaas zijn er nog geen terrasjes, maar we houden moed.
Op de terugweg rondom de Keverdijk een grote zilverreiger, een blauwe kiekendief en een ree gezien. De weilanden staan propvol grauwe ganzen.
Bij ons aan de overkant van de straat staat een populier die elke avond wordt gekoloniseerd door vijfhonderd à duizend spreeuwen - vermoedelijk omdat het de hoogste boom in de omgeving is. Zodoende kunnen we momenteel elke avond genieten van de slaaptrek boven onze straat. De herrie is oorverdovend. Lachen.