Hyperlinks weblog
Talpa

Tussen de rails
Met mijn collega's an sich is niet veel mis. Het zijn stuk voor stuk geweldige mensen. Onze personeelsfeestjes en afdelingsborrels zijn zonder uitzondering beregezellig en op kantoor wordt vaak en uitbundig gelachen. Daarnaast hebben ze ook nog eens verstand van hun werk. Eerlijk: als ik een stel collega's zou mogen uitkiezen zouden het mijn huidige collega's zijn. Ze hebben slechts één vervelende eigenschap: ze plannen de werkbesprekingen steevast op uren waarop een fatsoenlijk mens nog in bed behoort te liggen.

Zodoende zit ik geregeld op een mij te nachtelijk tijdstip in de tweedeklascoupé van een spitstrein. Ik heb een hekel aan reizen in de spits. Je moet al heel veel mazzel hebben wil je een zitplaats kunnen bemachtigen. Zelfs als dat lukt is de kans groot dat je klem komt te zitten tussen luidkeels bellende medepassagiers of, erger nog, blèrende schoolkinderen.

Vandaag valt het mee. In mijn coupé is alles rustig, op het ritselen van gratis krantjes en het zachte geruis van mp3-spelers na. Naast me zit een vent die breeduit de Volkskrant leest. Zeker nog nooit van kranten op tabloidformaat gehoord. Af en toe werpt hij nerveuze blikken op een man die twee banken verderop in een kladblok zit te lezen. Hij draait het volume van zijn mp3-speler op. Foute hardrock. Maar dat kan ik ook. Ik haal mijn eigen speler tevoorschijn en kies een luidruchtig nummer uit. Zo. Voorlopig zal ik geen last meer van 'm hebben.

Ik staar uit het raam. In een boom langs het spoor zitten twee roestende ransuilen. Doordat veel sloten en plassen zijn dichtgevroren zit er meer waterwild op de kanalen. Ik zie zowaar een dodaarsje ronddobberen. De trein stopt op de derde verdieping van een parkeergarage. Zuid-Duitsland? Of is het Zoetermeer? Nooit geweten dat er een rechtstreekse treinverbinding is naar Zoetermeer. Een Filippino stapt in de gifgroene Polo die op het perron staat te wachten. Er speelt een bandje. De trein rijdt over een hoge dijk met aan weerszijden bos. Het is mei. Langs de spoorbaan lopen kinderen met een schepnet.

Met een ruk schiet ik wakker. In de coupé is tumult ontstaan. Het heeft iets van een absurd toneelstuk. De man van het kladblok wordt naar het balkon begeleid door een conducteur. Hij huilt. Verderop staat een halfnaakte conductrice maniakaal te hijgen. Ze is niet alleen halfnaakt, maar nog lelijk ook. Ze kijkt de man na met een gevaarlijke blik in haar ogen. Dat mens is gek, dat zie je zo. Ze moet hem aangevallen hebben. Trek ze een uniform aan en ze denken dat ze alles kunnen flikken. Geen wonder dat de man huilt.

De consternatie is snel voorbij. De conductrice kijkt beschaamd om zich heen en kleedt zich weer aan. Maar goed ook, 't is geen gezicht. Die gaat een flinke douw krijgen, wat ik je brom. Ik zet mijn mp3-speler nog een tandje harder, kijk weer uit het raam en val spoedig opnieuw in slaap. Bij het volgende station word ik wakker. De kladblokman loopt door het gangpad met twee politiemannen op sleeptouw. Zeker aangifte doen. Gelijk heeft-ie, je hoeft niet alles te pikken.

Inmiddels heeft de trein een flinke vertraging opgelopen. Als het zo doorgaat kom ik alsnog te laat voor het werkoverleg. Ik bedenk me dat ik beter alvast een paar belangrijke punten kan opschrijven. Ik kijk om me heen om me ervan te vergewissen dat de conductrice nergens te bekennen is en diep uit de rugzak mijn kladblok op.

Lees ook het origineel, spin-off 1 en spin-off 2...

Ich, Ko
Wie op de website van het CBS de definitie van het begrip 'allochtoon' opzoekt vindt de volgende verklaring: 'Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. De persoon woont in Nederland en is opgenomen in de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA).'

Krieg nun was! Ik sta te boek als allochtoon. Dat heb ik nooit geweten. En nog een Duitser ook. Praw! Der hemeldonderweder! Veellicht kan ik u berustigen door te behoofden dat ik gründlich eingebürgert ben. Gans en gaar gelijkgeschakeld. Ik ben net zo Hollands als de koningin. En ik heb net zo'n tyfushekel aan Lothar Matthäus als u.

Echt waar.

Treinen die ik heb gekend



Tussen 1989 en 1991 reisde ik iedere werkdag in de ochtend- en avondspits tussen West-Friesland en Amsterdam. Blijkbaar was het materieel bij de NS ook toen al schaars, want bij wijze van spitstrein werden de meest aftandse treinstellen ingezet. Die treinen waren gebouwd in de jaren '50 en -'60, en dat was aan alle details te zien.

De coupédeuren waren gemaakt van een soort gelamineerd formica, afgezet met metalen randjes. De banken in de eerste klas waren bekleed met mottig ribfluweel. Op de WC's hing, in plaats van een zeeppompje, een cardanisch opgehangen glazen flaconnetje, gevuld met een blauwgroene, chemisch ruikende drab. Het geheel straalde een soort pré-postmoderne functionaliteit uit, zoals je die nog wel eens aantreft in het oostblok of in Engeland.

Er hing een moeilijk te definiëren sfeertje in die treinen, vooral 's winters, als het om zeven uur nog pikdonker was en er een gure wind rond de plattelandsperrons woei. Hoewel iedereen wonderlijk genoeg een zitplaats had, heerste er een soort territoriaal gedrag. Alle reizigers hadden hun vaste plek, zowel op het perron als in de coupé's. Halverwege de treinstellen bevond zich een restauratie waar al in geen jaren meer gerestaureerd was, maar waar iedere dag dezelfde kerels zaten te klaverjassen.

In mijn herinnering waren de ruiten eeuwig beslagen, maar dat kan ook aan de dikke mist van tabaksrook gelegen hebben. Er werd vooral veel gezwegen, zelfs door de kaartende mannen. Voorbij Hoorn reed de trein in één ruk door naar Sloterdijk en sukkelden de meeste passagiers in slaap. Bij Sloterdijk heerste dertig seconden lang koortsachtige drukte; op het laatste stukje naar Centraal was de trein nagenoeg leeg.

De oude treinstellen zijn halverwege de jaren '90 uit dienst genomen, maar gisteren zag ik tot mijn verbazing dat er nog altijd eentje rondrijdt. Niet voor de NS, natuurlijk: het treinstel dat ik op Centraal tegenkwam is groen gespoten en wordt op de rails gehouden door de 'Stichting Mat'54 Hondekop-Vier' (toe maar).

Nou word ik niet sentimenteel van oude treinen. Ook tegennatuurlijke neigingen als treinspotten zijn me vreemd. Maar ik vind het wel leuk om te zien dat een treinstel waarmee ik vroeger heb geforensd* nog altijd rijdt. Ik krijg er een beetje het zelfde gevoel van als wanneer ik een Dafje zie, of televisiebeelden uit de jaren '70: verdomd, die wereld heb ik ook nog gekend. Ben je op je vijfendertigste dan eindelijk oud genoeg om nostalgisch te worden? Blijkbaar.

Misschien dat ik op een dag, als ik heel veel geld heb, treinstel (1)766 afhuur om nog één keer in het holst van een winterochtend van Hoogkarspel naar Amsterdam te reizen. Mij benieuwen of je nog mag roken aan boord.

*) Kofschip, zou je zeggen, maar wonderlijk genoeg is de infinitief 'forenzen' en niet 'forensen'.

Fijntjes
Mohammed Benzakour, een publicist van Marokkaanse afkomst, werd door minister Verdonk uitgenodigd om mee te doen aan een goed-nieuws-campagne over brave, geïntegreerde Marokkanen. Mohammed vond dat niet zo'n puik idee. De open brief die hij bij wijze van antwoord schreef laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Heerlijk leesvoer. Nu maar hopen dat-ie het zelf geschreven heeft.

Link via Komma Punt Log (voor u ook mij van plagiaat beschuldigt).

Dat kunnen wij beter
In 1911 schreef de Duitse antropoloog Franz Boas dat de Noord-Amerikaanse Inuït vier verschillende woorden voor sneeuw hebben. Boas probeerde hiermee aan te tonen dat de Inuït uit vier verschillende groepen bestaan.

Het verhaal werd opgepikt door de Amerikaanse taalkundige Benjamin Lee Whorf, die het gebruikte als bewijsmateriaal voor zijn overtuiging dat de belevingswereld van een individu bepaald wordt door de taal die hij tot zijn beschikking heeft. (Het is natuurlijk andersom, dat is betrekkelijk eenvoudig aan te tonen. Hoeveel woorden denkt u dat het Maleis kent voor 'schaatsen'?)

Het verhaal werd ongekend populair. In snel opeenvolgende versies bleef het aantal woorden dat Inuït voor sneeuw zouden hebben stijgen, soms met tientallen per keer. Er ontstond als het ware een - hm - sneeuwbaleffect. Tegenwoordig is het 'sneeuwwoordenverhaal' zo bekend dat het zelfs een eigen Wikipedia-lemma heeft, en ook op dit blog kwam het al eens aan de orde.

Het moest maar eens uit wezen. In het Inuït mogen dan tientallen woorden bestaan voor sneeuw, gisteren las ik dat in de dikke Van Dale meer dan 300 verschillende woorden staan voor water.

We hebben het hier trouwens alleen over woordsamenstellingen die eindigen op -water. Als we er woorden als zee, meer, regen, plas, gracht, sloot en al hun samenstellingen bij gaan trekken, dan loopt het getal op tot in het oneindige.

Je zou natuurlijk - en terecht - kunnen stellen dat sneeuw ook een vorm van water is, maar ik geef die arme eskimo's graag een sportieve kans.

Behold Siddharta Seligmann, the jewish Buddha

De hand aan de kraan



Lezer, ik ben een geduldig man. Mensen die mij kennen zullen op deze bewering verwonderd reageren. Het komt namelijk geregeld voor dat ik uit mijn vel spring als een trein vijf minuten te laat binnenkomt. Ook heb ik in de file wel eens mijn stuur doormidden gebeten. Wat dat betreft is niets menselijks mij vreemd. Maar voor het overige grenst mijn kalmte aan het olympische. Neem nu triviale huishoudelijke karweitjes, zoals het vervangen van een kraanleertje. Een minder geduldig iemand doet zo'n klusje even vlug. Het vervangen van een kraanleertje is immers in een ommezien gefikst. Ik, daarentegen, bewaar mijn geduld en wacht rustig af.

De kraan van het fonteintje in de WC was lek. Niets aan de hand. Het geluid van een lekkende kraan valt zonder veel problemen te negeren, zelfs als kraan in kwestie zich dertig centimeter van je oor bevindt. Je bant het geluid uit je gedachten en als dat niet helpt lees je een krantje of zo, dat leidt af. Bovendien: hoeveel tijd breng je nou helemaal door op de WC? We zouden wel eens zien wie de langste adem had, de kraan of ik!

Maar het lekken werd erger. Het geluid negeren hielp niet meer en, hoe ik ook met de bladzijden bleef ritselen, de krant bood geen soelaas. Het werd tijd voor krasse maatregelen. Ik besloot te gaan neuriën. Een geschikte melodie was snel gevonden: de tonen van Parry's 'Jerusalem' zijn lang en gedragen, waardoor het nerveuze gedruppel van de kraan als het ware werd gecompenseerd. Het werkte wonderwel. Ook mijn echtgenote was enthousiast over deze nieuwe methode. Drie weken lang deden we vrolijk neuriënd onze behoefte. Het gedrup waren we al haast vergeten. Maar de kraan liet zich niet kennen en besloot tot een verhevigd offensief. De druppels, die aanvankelijk met tussenpozen van twee seconden vielen, tikten nu twee maal per seconde in het fonteintje.

We hebben het nog een tijdje met zingen geprobeerd, maar toen we voor de zoveelste keer op galmende toon om bow of burning gold en arrows of desire hadden verzocht, ging de lol er een beetje af. Bovendien begonnen de buren ons te mijden. Er zat niets anders op: het werd tijd om het kraanleertje te vervangen. Op zich geen ramp. Het vervangen van een kraanleertje is immers in een ommezien gefikst.

Ik beschik over een uitstekend gevulde gereedschapskist en in mijn schuurtje staan dozen vol schroeven, moertjes, en spijkers. Kraanleertjes, echter, had ik niet in huis. Gelukkig zit bij ons om de hoek een uitstekende ijzerhandel. Nu was er het vraagstuk van de juiste maat, maar ook dat was snel opgelost. De man van de ijzerhandel toonde me een universeel setje kraanleertjes. 'Hier zitten alle bestaande maten in,' verzekerde hij me.

Thuis legde ik de kraanleertjes op de keukentafel en keek er niet meer naar om. Het druppen van de kraan werd ineens weer draaglijk, de remedie was tenslotte in huis. Ik werd overvallen door een intens gevoel van tevredenheid. Er zou zich vanzelf een geschikt ogenblik aandienen om de klus te klaren, wist ik. Dus gebeurde er dagenlang niets. Nu is mijn echtgenote minder geduldig aangelegd dan ik. Al na een week vroeg ze op dreigende toon wanneer ik dacht die kraan te gaan repareren. Ik mompelde iets over 'hoofdkraan afsluiten', 'afwasmachine loopt nog', 'waterpomptang zoeken', afijn, ik bracht een hele reeks praktische bezwaren in stelling. Het meisje was onvermurwbaar: het moest er maar eens van komen. Het vervangen van een kraanleertje is immers in een ommezien gefikst.

Dus toog ik vanmorgen gewapend met bahco, waterpomptang en kraanleertjes naar het toilet. De kraan was vlug ontmanteld en het duurde ook niet lang om het rotte kraanleertje eruit te wippen. Daarna begonnen de problemen. In mijn setje kraanleertjes, dat alle bestaande maten bevatte, bleek geen enkel leertje te zitten dat paste in onze kraan. Een kwartier lang stond ik te punniken, te peuteren en te persen, maar vergeefs. Met het binnenwerk van de kraan en het oude leertje wandelde ik naar de ijzerhandel, de goden dankend dat ik de klus tot na het weekend had uitgesteld.

Bij het zien van mijn kraanleertje krabde de man van de ijzerwinkel zich peinzend op het achterhoofd. Daarna begon hij te grutten in laden vol rubberen ringetjes. Na vijf minuten greep hij er een dik boek bij waarin, naar ik begreep, alle bestaanbare kraanleertjes stonden. Na lang bladeren schudde hij treurig het hoofd. Mijn kraanleertje bestond niet. De oplossing was simpel: ik moest maar een nieuwe kraan kopen. Ik zocht een kraan uit die leek op het oude kraantje. Voor de zekerheid vroeg ik de man of de schroefdraad universeel was. 'Oh ja,' zei de man. 'Da's halfduims. Past altijd.' Hij keek erbij of ik de domste vraag ter wereld stelde. Thuisgekomen begon ik met het losdraaien van de oude kraan. Al snel bleek dat de schroefdraad van de nieuwe kraan weliswaar universeel was, maar die van de oude kraan niet. Zelden heeft u mij zo zien zieden.

Met de kranen wandelde ik terug naar de ijzerhandel. De man achter de balie zag en begreep. 'Oh, da's drie-achtste duims.' Even was ik bang dat hij zou zeggen dat het een Engelse maat was. Dat doen ze altijd, die ijzerwinkelmannen. Als ze iets niet op voorraad hebben zeggen ze dat het een Engelse maat is. Maar aan mijn blik moet de man gezien hebben dat ik de bahco nog in mijn vestzak had en niet zou aarzelen om hem te gebruiken. 'Drie-achtste heb ik niet op voorraad,' zei hij dan ook, terwijl hij rommelde in een rek vol roestvrijstalen ringen.

'Heb je een verloopstukje?' vroeg ik, want ik mag graag doen of ik verstand van zaken heb. 'We hebben wel een reduceernippel, ja.' Dat is nog zo'n nare eigenschap van ijzerwinkelmannen: dat onthutsende dédain waarmee ze de goedbedoelende leek te woord staan. Ik zou me kunnen troosten met de gedachte dat zo'n vent ook geen sikkepit begrijpt van mijn werk. Helaas krijg ik nooit de gelegenheid om hem dat in te peperen. De man viste een reduceernippel uit het rek. Nog eens drie euro lichter wandelde ik naar huis. Daar was de klus snel geklaard. Na wat gepiel met teflontape en een paar krachtige slagen met de waterpomptang hing er boven ons fonteintje een glimmende nieuwe kraan. Tevreden kroop ik in de meterkast en opende de hoofdkraan. Dat was nog even schrikken, want in mijn ijver was ik vergeten te controleren of de nieuwe kraan wel dichtgedraaid was. Ik overbrugde de zes voet tussen meterkast en toilet en wist nog juist voor het fonteintje overstroomde de kraan te sluiten. Maar toen was de kraan dan ook dicht. Écht dicht.

Ik zette een kop koffie en zakte onderuit op de bank. Mission accomplished. Maar pas op hè! De eerstvolgende die tegen me zegt dat het vervangen van een kraanleertje in een ommezien gefikst is krijgt een bahco tussen de ogen. En de volgende keer dat er bij ons in huis een kraan begint te lekken zal ik minder geduldig zijn. Dan kopen we gewoon een nieuw huis.

GVD



Op dringend aanraden* van Daniël ben ik gistermiddag eens een kijkje gaan nemen bij De Rotonde, het activiteitencentrum van de Jellinek, waar hij op vrijwillige basis de PC's assembleert en draaiende houdt. De afgelopen maanden heeft hij zoveel over de Rotonde verteld (en geschreven) dat ik mijns ondanks een beetje nieuwsgierig werd.

De Rotonde ligt achter het politiebureau aan de Flierbosdreef, in het pand van de Geïntegreerde Voorziening Drugshulpverlening (afgekort GVD, sorry), waar ook de GG&GD, de Sociale Dienst en Streetcornerwork gevestigd zijn. Op de 'aanvliegroute' (achter de Amsterdamse Poort) is het een vrolijk komen en gaan van junks in verschillende stadia van onttakeling.

Omdat er in het gebouw niet gerookt mag worden (hetgeen op z'n zachtst gezegd wonderlijk is voor een gebruikersruimte, maar goed) staat er permanent een groepje bezoekers op de stoep hun sjekkies te roken, onder toeziend oog van de politieagenten, die aan de overkant van de straat hun rookplek hebben. Het gaat er bijna gemoedelijk aan toe, hoewel dat ook wel eens anders is. Anderhalf jaar geleden werd in het centrum een medewerkster van de GG&GD neergestoken. Bij de deur staan metaaldetectoren en wordt door bewakers gefouilleerd.

Afgezien van dat soort toestanden is de sfeer in De Rotonde prettig. Op tafels aan de rand van de ruimte staan zes of zeven oude PC's. Wrakhout eigenlijk, bij elkaar gesprokkeld tussen het oud vuil en met veel kunst- en vliegwerk aan de praat gehouden. Vervaarlijk uitziende junks zitten mak als lammetjes patience te spelen.

Midden in de ruimte wordt getafeltennist - en niet onverdienstelijk ook. Er kan worden geschilderd, er worden druipkaarsen gemaakt en op het prikbord wordt geadverteerd voor het jaarlijkse uitje naar het Corus-schaaktoernooi in Wijk aan Zee. Er is koffie, er is een wasruimte, een keukentje en een kantoor, van waaruit een strenge Surinaamse de boel in de gaten houdt. Het geheel doet onwillekeurig denken aan een kinderdagverblijf.

Daniël loopt met een grote gereedschapskist op en neer tussen de machines. Hier moet een nieuw computerspelletje worden geïnstalleerd, daar ontbreekt een driver. Ondertussen geeft hij tekst en uitleg aan gebruikers die problemen hebben met Windows**. Ik heb 'm voorwaar nog nooit zo hard zien werken.

Het is de bedoeling dat De Rotonde binnenkort een internetaansluiting krijgt, zodat de gebruikers op het web kunnen, kunnen mailen en met behulp van Skype, VOIP of webcams kunnen praten met hun familie overzee. Voor het zover is hoopt Daniël dat er iets snellere machines komen; in De Rotonde loopt de gemiddelde PC op een eerste- of tweede generatie Pentium***.

Er wordt veel gesoebat over drugshulpverlening. De budgetten zijn krap, het werk is zwaar en vaak ondankbaar. Veel mensen zetten hun vraagtekens bij activiteitencentra als De Rotonde. Wat heb je er per slot van rekening aan dat junks kunnen pingpongen of pesjansen? Het antwoord op die vraag kun je kernachtig samenvatten: het houdt ze in elk geval van de straat.

*) Of was het radend aandringen?

**) En wie heeft die nou niet? (Okee, Macgebruikers.)

***) Ouwe machines over? Denk eens aan De Rotonde!

Natuur vandaag (58)
In de Stadionbuurt zit al zeker een week een troep van een paar duizend spreeuwen. Voor ze 's avonds neerstrijken in de bomen rond het Olympiaplein, vliegen ze nog even en masse een paar rondjes over de daken.

De spreeuw mag dan een heel algemeen, zelfs een beetje een onooglijk* vogeltje wezen, de slaaptrek van spreeuwen is een van de mooiere taferelen die ik ken. Dit heb ik bij mijzelve overdacht, terwijl ik de spreeuwen in de miezerregen in de boomtoppen zag zitten. Ik baalde een beetje. Net te laat voor de slaaptrek.

Gelukkig passeerde juist op dat moment een motorfiets, waarvan de uitlaat tweemaal krachtig terugsloeg. Nadat ik me ervan had vergewist dat de knallen inderdaad van de uitlaat afkomstig waren - in Oud-Zuid weet je het nooit - heb ik dus alsnog kunnen genieten van een zwerm van duizenden spreeuwen. Hoe wonderbaar is de natuur.

Verder nog iets? Oh ja. In de Keverdijksche Polder (noordzijde, vijftig meter van de bosrand) staan al twee weken lang elke dag twee à drie reeën te grazen. Nu zie je wel vaker reeën op die plek, maar het komt zelden voor dat het een tijd lang elke dag prijs is.

Sinds het ijs een beetje gesmolten is staan de zilverreigers weer op hun vaste plek in de kreek - hoewel je ze ook steeds vaker in de Gooiboog ziet. Nu ik erover nadenk: de laatste tijd zie ik sowieso geregeld grote zilverreigers op wonderlijke plekken. Nog even en het wordt een algemene vogel.

Hier en daar zijn al ooievaars gesignaleerd (hoewel het vermoedelijk overwinteraars zijn), de zangvogeltjes in de straat beginnen hun territorium af te bakenen en de sneeuwklokjes staan al sinds oud en nieuw in de voortuin. (Dat is overigens het vierde jaar in successie dat ik de eerste sneeuwklokjes in m'n eigen voortuin zie staan. Ha!) Ze mogen dan voor de komende dagen nachtvorst voorspellen, de lente is onderweg.

*) Hoewel... Heb je ze wel eens goed bekeken?

Thee voor meer
Jongere lezertjes zullen het zich misschien niet meer herinneren, maar nog niet zo heel lang geleden was het gebruikelijk om met één theezakje een hele pot thee te zetten. Dat gebeurde niet uit zuinigheid, hoor. Weliswaar ben ik opgegroeid in de duistere jaren tachtig, maar de tijd van schuifkaas en boterhammen-met-tevredenheid was toen al lang voorbij. Nee: in mijn jeugd bevatte een theezakje gewoon voldoende thee voor een hele pot.

Ergens in het begin van de jaren negentig is het misgegaan. Op een kwade dag bedacht een grote theefabriek het product 'Tea for One'. Het nieuwe theeconcept werd aan de man gebracht in trendy, kubusvormige doosjes. In grote lijnen kwam het erop neer dat je tien theezakjes kreeg die elk precies voldoende thee bevatten voor één kopje. Voor die tien zakjes betaalde je evenveel als voor een doosje ouderwetse theezakjes, waarmee je wel twintig potten kon zetten.

In die tijd grapte een vriend dat er ooit een dag zou komen waarop de theefabriek het concept 'Tea for Four' zou lanceren: 'Nu kunt u met één theezakje een hele pot thee zetten!' Natuurlijk zou je voor dat ei van Columbus vier maal zoveel moeten betalen als voor een pakje 'Tea for One'. Ze zijn niet gek daar bij de theefabriek, aldus mijn vriend.

Jarenlang heb ik gedacht dat-ie een beetje getikt was, die vriend van me, maar de afgelopen tijd begint het er steeds meer op te lijken dat hij gelijk krijgt. Kijk maar eens in een willekeurige supermarkt: het merendeel van de commercieel verkrijgbare thee wordt tegenwoordig in eenkopszakjes verkocht. Het lijkt wel of er haast geen thee in potten meer wordt gezet.

Het is verleidelijk om die ontwikkeling te wijten aan de steeds verder gaande individualisering in de samenleving. Verleidelijk maar onjuist. Hebben producenten zich ooit iets aangetrokken van wat de consument wil? Nou dan. Het gaat hier gewoon om winstbejag. Let op mijn woorden: de dag is nabij dat warme dranken alleen nog in eenpersoonsporties verkrijgbaar zullen zijn.

Op dat ogenblik zullen de marketingjongens toeslaan en een hele reeks nieuwe producten in de markt zetten: Tea for Four! Pan-a-Soup! Koffiepads ter grootte van een camembert! Alles uiteraard tegen een veelvoud van de oorspronkelijke prijs. Ze zullen erbij glunderen alsof ze het zélf verzonnen hebben. Verstandige mensen, die opmerken dat het vroeger allemaal beter en goedkoper was, zullen geridiculiseerd en voor fantast uitgemaakt worden.

O, daar lacht u om? U zegt dat ik overdrijf? Zie je wel! Zie je wel! Zie je wel!

Vogels in TV



- Ko! Ko! Er zijn vogels in TV!
- Dat zie je niet helemaal correct, poes. Er zijn vogels óp TV.
- Niks hoor Ko, ik heb het zelf gezien. Die vogels zijn ín TV.
- Ik zou je dit kunnen uitleggen, Jonas, maar ik ben bang dat het een lang en technisch verhaal wordt. Bovendien denk ik dat het een beetje een teleurstelling voor je zou zijn.
- Laat dan maar, Ko.
- Dat lijkt me ook beter, Jonas.

Inclusief stromend water



Amsterdam, donderdagavond: gesprongen hoofdwaterleiding bij de uitbreiding van het Ibis-hotel.

Junks en andere bewoners fotograferen Zuidoost
Het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost heeft, in het kader van een programma tegen drugsoverlast, onder bewoners en druggebruikers enkele tientallen wegwerpcamera's uitgedeeld. De deelnemers is gevraagd om met de camera's de drugsproblematiek in de Bijlmer in beeld te brengen. De beste foto's worden volgende week her en der in Zuidoost opgehangen.

Een van de deelnemende gebruikers is vriend Daniël. Uiteraard, zou ik haast zeggen. Op zijn Blaaglog schreef hij al eerder over het project. Vandaag was hij (al leuterend en fotograferend) ook op AT5 te zien.

Zou het toeval zijn, trouwens, dat Daniël nu al voor de tweede keer in het kader van een junken-good-news-story op AT5 te zien is? In elk geval is hij de meest - hm - welbespraakte gebruiker van Amsterdam, daar zullen ze bij AT5 onderhand ook wel achter zijn. In een reactie op een post over de zorgboerderij werd hij zelfs al eens omschreven als een 'salonjunk'. Nog even en hij wordt een heuse Bekende Amsterdammer. Go Daniël!

Bedankt voor de tip, Wieland!

Motie van wantrouwen dan maar?
Het Zuid-Limburgse dorp Schinveld wordt al jaren geteisterd door de overlast van AWACS-radarvliegtuigen die gestationeerd zijn op de NAVO-basis in het naburige Geilenkirchen (D). Om de aanvliegroute van die toestellen te vereenvoudigen moet nu 6 hectare bos worden gekapt. Op nog eens 14 hectare moet 'onderhoud' worden gepleegd, hetgeen er in de praktijk op neerkomt dat de bomen tot een meter boven de grond worden afgezaagd.

Dat de regering hier toestemming voor gegeven heeft is natuurlijk twijfelachtig, maar gezien de bruine signatuur van het kabinet komt het nauwelijks als een verrassing. Wat wel een verrassing is, is de rol van waarnemend burgemeester Zuidgeest van de gemeente Onderbanken, waar Schinveld onder valt.

Terwijl de bevolking zich als één man heeft geschaard achter de actievoerders die de sloop van het bos proberen te voorkomen, heeft Zuidgeest op 2 januari een noodverordening afgekondigd, waardoor niemand het bos meer in of uit mag. Nadat de gemeenteraad van Onderbanken unaniem weigerde om de noodverordening te bekrachtigen, tekende Zuidgeest administratief beroep aan bij de Commissaris van de Koningin, die de verordening alsnog bekrachtigde. Inmiddels doet Zuidgeest zijn uiterste best om de activisten uit het bos te verwijderen. Inwoners van Schinveld, die de actievoerders van eten en drinken proberen te voorzien, worden tegengehouden.

Nu staat het buiten kijf dat handhaving van de openbare orde een van de taken van de burgemeester is. Vermoedelijk is dat ook de motivatie van Zuidgeest. Maar het is ook een taak van de burgemeester om op te komen voor de belangen van zijn gemeente. De actievoerders van GroenFront! hebben duidelijk gesteld dat ze niet van plan zijn om bij een eventuele ontruiming geweld te gebruiken. De situatie is dus niet dermate ernstig dat het middel van een noodverordening gerechtvaardigd is. Het belang van de inwoners van Schinveld, die al jaren lijden onder de overlast van de radarvliegtuigen, moet in deze zwaarder wegen.

Niemand zou het Zuidgeest kwalijk nemen als hij, in het belang van zijn gemeente (en de natuur, niet te vergeten!), zou grijpen naar het middel van 'burgemeesterlijke ongehoorzaamheid'. In plaats daarvan stelt Zuidgeest zich op als een verlengstuk van Defensie en VROM en zet hij de gemeenteraad, een democratisch gekozen orgaan, buitenspel. Hoe noem je zo'n bestuurder ook alweer? Ach ja: een burgemeester in oorlogstijd.

Stuur Zuidgeest een mailtje op j.zuidgeest@onderbanken.nl !

Het is weer kwetsuur!
Je kent ze wel: van die woorden die, als je de klemtoon een beetje verkeerd legt, ineens iets heel anders lijken te betekenen. Bommeldingen is een mooi voorbeeld, natuurlijk. Of kerstomaatje (erg lekker bij de kassalade). En wat te denken van het prachtige dijkramp? Met dat soort onzin kan ik uren zoet zijn.

Stel je dus mijn vreugde voor toen ik ergens een stukje tegenkwam over 'de jonge voetbalster Robin van Persie'.

Met uw welnemen ga ik nu even een kwartiertje ongecontroleerd zitten giechelen.

De PimMatTM

At your surface!



Linkse vrienden, daar kun je beter soep van koken. In de afgelopen jaren heeft het progressieve kamp de sandaal ingeruild voor de wandelschoen. Het moet gezegd: sindsdien is de visite een stuk frisser gaan ruiken, zolang ze hun schoenen aanhouden tenminste. Maar, om een willekeurige voetballegende te citeren, 'elk voordeel hep z'n nadeel'.

Zo hebben alle goede wandelschoenen stoere profielzolen. Bij het wandelen kan zo'n profielzool heel handig zijn. Met het grootste gemak beweeg je je voort over steile berghellingen, modderige paadjes en besneeuwde rotspartijen. Er moet heel wat gebeuren voor je op je snufferd glijdt. De wandelschoen met profielzool is als het ware de terreinwagen van links Nederland.

Nu weet je waarschijnlijk dat terreinwagens nauwelijks worden gebruikt voor hun eigenlijke doel. SUV's zijn de luxespeeltjes van patsers, pooiers en proleten. Dat soort lieden waagt zich over het algemeen niet ver van de gebaande paden - er mocht eens een kras op de lak komen! Nee, de SUV wordt gebruikt voor het woon-werkverkeer, de dagelijkse boodschappen en het naar school brengen van de kroost.

Met de wandelschoen is het niet veel anders. Het leeuwedeel van de wandelschoendragers wordt maar zelden gesignaleerd in de vrije natuur. In het beste geval hebben ze juist een wandeling gemaakt door de moerassen rond de Naardermeer, maar meestal beperken ze zich tot de stedelijke trottoirs, die (bij ons in Hilversum, althans) tevens dienst doen als hondenuitlaatstrook.

Dergelijke expedities mogen dan in het niet vallen bij - laten we zeggen - een beklimming van de Annapurna, ze laten wel degelijk hun sporen achter onder de profielzolen van de goedbedoelende wandelaar. Aldus kan het gebeuren dat, iedere keer dat ik visite krijg (al mijn vrienden zijn links en wandelschoendragend), mijn keurig aangeveegde parketvloer al na twintig minuten vol ligt met grote klonten modder - of erger.

Ik ben dol op visite. Echt waar. Mijn idee van geluk is een gezellige avond met goede vrienden aan de keukentafel. Mi koelkast es su koelkast. Maar vrienden, vergeef me, ik zou het nog veel gezelliger vinden als jullie een keer behoorlijk jullie voeten zouden vegen.

Hoe laat je linkse vrienden hun voeten vegen? Het is een interessant vraagstuk. Ik heb er lang over moeten nadenken. Op een middag in de zomer van 2002 belegde ik een brainstormsessie met wandelvriend Thijs. De oplossing was snel gevonden: de PimMat. Om allerlei redenen (wetten, praktische bezwaren) ben ik er nooit toe gekomen om de PimMat daadwerkelijk in productie te nemen.

Gelukkig heb ik vrienden die niet alleen links, maar ook praktisch ingesteld zijn. Vrienden die een goed idee zien voor wat het waard is en het uitvoeren. Vandaag presenteerde mijn goede vriendin Jans me het eerste exemplaar* van de PimMat. Ontwaakt, verworpenen der aarde! Nu kan heel Nederland politiek correct zijn voeten vegen. Janneke, bedankt, zelden heb ik zo'n prachtig verjaardagscadeau gekregen.

*) De PimMat wordt binnenkort commercieel verkrijgbaar en is bij ondergetekende te bestellen. Copycats beware: het copyright op de PimMat wordt bewaakt met kogels van links.

Vijfendertig
'Ik ben halverwege de zeventig,' dacht ik terwijl ik me stond te scheren. Van schrik sneed ik me bijna in mijn oor.

Ik probeerde de toestand te relativeren. 'Over vijf jaar word ik veertig.' Dat hielp niet echt.

'Vanaf hier gaat het allemaal bergafwaarts.' Dat was een opbeurende gedachte. 'Mooi. Als ik nou ook nog de wind mee heb hoef ik in elk geval niet meer te trappen.' Van het lachen sneed ik me prompt alsnog in mijn oor.

Natuur vandaag (57)
Die kop is een beetje misleidend. Eigenlijk gaat dit stukje helemaal niet over natuur vandaag, maar over natuur vorige week vrijdag. Natuur vorig jaar dus. (Dat begint een beetje traditie te worden.)

Afijn. Het oorspronkelijke plan was om te gaan wandelen op Texel. Maar volgens de Mensen Die Het Weten Kunnen kwam er noodweer aan en zou het treinverkeer ernstig ontregeld raken. Nu is het vaak best spannend en avontuurlijk om te stranden, maar stranden in Den Helder, dat wens je zelfs je ergste vijanden niet toe.

Dus vrijdagmiddag met Thijs wezen wandelen door de Oostvaardersplassen. Omdat de plassen (merendeels) dicht lagen was het vogelleven er minder uitbundig dan anders. Toch hadden de vrieskou en de venijnige wind hun voordelen: het was in elk geval lekker rustig.

Onder die omstandigheden toch nog leuke dingen gezien: twaalf baardmannetjes (of twee keer hetzelfde groepje van zes), koperwieken, krammen, buizerds, een torenvalk, blauwe kiekendieven (m/v) en zelfs een bruine kiekendief, die blijkbaar overwintert. Of hij heeft het voorjaar in z'n bol, dat kan ook. Veel eenden op het IJsselmeer (brilduikers, tafeleenden en toppers, verder the usual suspects), een (1) grote zilverreiger en een massa zangvogels op trek langs de dijk (vinken, kepen, kneuen, groenlingen, sijsjes, putters, rietgorzen en zowaar twee ijsgorzen). Tot twee maal toe een vos op het ijs, die verlekkerd naar een troepje wilde eenden zat te staren. En edelherten, natuurlijk, veel edelherten.

Net voor de ergste ellende de trein naar huis gepakt. 's Avonds door zeven centimeter sneeuw over de heide geploegd. Later met Loes een sneeuwwandeling gemaakt door de villawijken. Lekker lopen stampen.

Hoewel de Naardermeer grotendeels is dichtgevroren staat er de afgelopen week toch nog geregeld een grote zilverreiger in de Keverdijkse Polder. Verder veel kleumende buizerds en af en toe een blauwe kiek. Zin om te schaatsen. Zijn de rayonhoofden al bij elkaar?

Tragische gevallen van kantoorhumor (2)
Op 2 januari met een pakje shag aan het bureau van een collega gaan staan en vragen: 'rook je alweer?'

Yuk!

Sliming Herb



Er mogen dan bijna anderhalf miljard Chinezen zijn, Engels is en blijft de Lingua Franca van onze tijd. Zonder beheersing van de Engelse taal tel je internationaal gezien nauwelijks mee. Over de hele wereld wordt dan ook druk Engels geleerd, met vaak - hm - opmerkelijke resultaten. Vooral Aziaten gaan in hun enthousiasme soms erg creatief om met spelling, syntaxis en semantiek van het Engels.

Op engrish.com is een aantal fraaie voorbeelden verzameld van verkeersborden, verpakkingen, gebruiksaanwijzingen en kledingstukken waarop de Engelse taal geweld wordt aangedaan. Goed voor uren dolle pret.

Gisteren had ik zowaar een eigen Engrish-moment: in een toko aan de Albert Cuyp trof ik bovenstaand* pakje 'Sliming Herb'. Blijkbaar ben ik niet de eerste, trouwens.

*) Mijn excuses voor de deplorabele kwaliteit van de foto, de uitbater werd erg nerveus toen ik in z'n winkel stond te kieken, vandaar. Maar gelukkig hebben we ook toko's in Hilversum.

Mieuw jaar



- Ko?
- Jonas?
- Ko!
- Zit je in het donker poes? Gaat het een beetje?
- De hemel is op ons hoofd gevallen, hè Ko?
- Doe niet zo mal, Jonas, de hemel hangt nog keurig op z'n plek.
- Nee hoor Ko, ik heb het zelf gehoord.
- Dat was vuurwerk, Jonas, dat is ieder jaar zo met oud en nieuw.
- Oh.

- Ko?
- Poes?
- Denk je dat de hemel vandaag nog op ons hoofd zal vallen?
- Hm - even buiten kijken - nope, het ziet er niet naar uit.
- Zal ik dan nu maar weer uit de kelderkast komen, Ko?
- Dat zou ik maar doen Jonas. Gelukkig nieuwjaar.
- Jij ook, Ko, jij ook.

 
Welkom!

Ko

Leeuw (De hand aan de kr…): En nog zoiets: ik had…
Leeuw (De hand aan de kr…): NOg iets: Ik had ook …
klaas (De hand aan de kr…): ooooooooooooooooooooo…
angelique (Goudhaantje): misschien moet je eer…
.... (Goudhaantje): Enja, mss heb je wel …
..... (Goudhaantje): Ze zouden jou een al …
Anoniem (Goudhaantje): Onze achterburen hebb…
Roos (Going out with a …): Proost op oud en nieu…
saar zondervan (Going out with a …): Hi ko, Ik heb je em…
Gelkinghe (Going out with a …): Jammer dat er geen rs…
Categorieën
alledaags leed
alledaags toerisme
alledaagse complotten
alledaagse cultuur
alledaagse ergernissen
alledaagse mijmeringen
alledaagse raadselen
alledaagse repressie
alledaagse roofdieren
alledaagse wereldhistorie
alledaagse wetenschap
alledaagse zen
culinair leed
esthetisch leed
groenbeheer
huiselijk leed
kantoorleed
ketelmuziek
literair leed
meteorologisch leed
mokums leed
onalledaags nieuws
politiek leed
sportief leed
taalkundig leed
technisch leed
vermakelijk leed

Powered by Pivot - 1.40.4: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed 

Voeg mijn site toe aan BloglogRSS (http://www.bloglog.nl)