Hyperlinks weblog
The quarter pounder avec fromage
Verder buitenlands nieuws. Teletekst vandaag:

'De Franse minister van binnenlandse zaken Sarkozy wordt de enige kandidaat voor zijn centrum-rechtse partij UMP bij de Franse presidentsverkiezingen. Hij neemt het op tegen Segolène Royal, de kandidate voor de socialistische partij.'

Hmmm... Royal? Zou dat iets met het metrieke stelsel te maken hebben?

Natuur vandaag (99)



Vrijdagochtend met Thijs naar Texel gereisd. Trein van kwart voor negen. Krakeenden, kuifeenden, wintertalingen en smienten langs het spoor in Noord-Holland. Hier en daar een buizerd of een torenvalk. De gebruikelijke eiders en steenlopers in de haven van Den Helder. Vlak voor vertrek van de veerboot streek een troepje van vier sneeuwgorzen neer op het havenhoofd. Een dag die begint met sneeuwgorsjes kan amper meer stuk.

Op het Marsdiep weinig spektakel, afgezien van een zwarte zeeëend* net onder Texel. Op Texel direct linksaf geslagen en rond de Mokbaai gelopen. Rosse- en gewone grutto's, tureluurs, wulpen, bontbekpleviertjes en bonte strandlopers op een drooggevallen zandplaat. Een zwarte ruiter in de vloedlijn. Een torenvalkje op jacht boven het duin. In De Petten meer smientjes en wat bergeenden.

Verderop langs de Mokbaai een mannetje blauwe kiekendief boven het duin en even later, rond dezelfde plek, twee buizerds, een overvliegende watersnip, een troepje van zes wilde zwanen in vlucht (altijd een schitterend gezicht) en een plukje rotganzen. Even in De Geul gekeken, bij het plasje waar 's zomers de lepelaarskolonie zit. Weinig te doen. Grauwe ganzen op het water en ergens het geluid van een dodaars. Wel (opnieuw) buizerds en een torenvalk boven het duin.

Doorgestoken naar de Horspolder. Mazzel: vier of vijf baardmannetjes in het riet zien neerstrijken. Nog nooit zoveel bij elkaar gezien. Tussen het riet af en toe het geluid van een waterral, en boven het rietveld een jagende blauwe kiekendief (vr.), die met haar machtige klauwen voor grote paniek onder de waterrallen zorgde. Verderop een fazant achter een duindoornstruik. Tegen beter weten in gezocht naar een roerdomp. (Zoals Thijs zegt: jij vindt geen roerdomp, een roerdomp vindt jou.)

Even gaan zitten bij de doorgang naar de Kreeftenpolder. Vlak voor ons (het geluid van) een baardman in het riet. Niet veel later doorgestoken naar de Kreeftenpolder. Daar weinig actie gezien. Wel een troep overvliegende kramsvogels, overigens, en een stuk of tien kneutjes. Door het duin naar de strandvlakte gelopen, over een grotendeels ondergelopen pad. Langs het strand een drukte van heen- en weerrennende drieteenstrandlopertjes. Een paar eiders op zee.

Iets gegeten bij Paal 9, daarna langs de Moksloot naar Den Hoorn gewandeld. Merels en kramsvogels op het voetbalveld. Een goudhaantje in een denneboom langs de weg. Grote bonte spechten, mezen, hier en daar een winterkoning en roodborstjes. In Den Hoorn drie droge lamsworsten gekocht. Een aanrader. Door de schemering teruggelopen naar de Mokbaai (nog een jagend torenvalkje bij De Petten), en van daar naar de boot. Bitter koud.

Met gevaar voor eigen leven op het voordek gezeten. Prachtig mooie dag gehad, al met al zo'n zestig verschillende vogelsoorten gezien. De terugreis hadden we, zoals altijd, liever nog even uitgesteld. Maar geen zorgen, we komen beslist wel weer eens terug.

*) Jajaja, ik weet dat het zee-eend moet zijn, maar zeeëend vind ik nou eenmaal mooier. Of had ik dat al eens gezegd?

Natuur vandaag (98)
Afgelopen zaterdag uit wandelen geweest in Zandvoort. Weinig natuurgeweld, wel drieteenstrandlopertjes in de vloedlijn heen en weer zien rennen.

Zondag met Thijs van Hilversum naar Hollandsche Rading gewandeld. Gelopen via Hoogt van 't Kruis, de Hoorneboeg en Einde Gooi. Onderweg redelijk wat vogels gezien en gehoord. Dat was des te makkelijker omdat veel vogels alweer met hun voorjaarsprogramma bezig zijn. Kool- en pimpelmezen, massa's vinken, kepen, een matkop, vier buizerds (waarvan drie met grote onderlinge ruzie) en wat roodborsten gezien. (Ik vergeet er nog een paar, trouwens.) Ook alweer zanglijsters horen zingen, rijkelijk aan de vroege kant.

Maandag voor de kerst naar Venhuizen gereisd, voor het eerst in tijden weer eens met de trein. Massa's smientjes in de weilanden tussen Purmerend en Hoorn. Kolganzen bij Oosthuizen.

's Avonds in Venhuizen even een rondje gelopen met m'n vader en schoonzus. Het geluid van buizerds, smienten en meerkoeten in de weilanden. In de verte kieviten. Tussen wat knotwilgen en populieren een steenuiltje gehoord. Wat later een vette buizerd gezien die zich uit een populier losmaakte en zo geruisloos door de schemer vloog dat we even dachten dat 't een ransuil was. Niet dus - je kunt niet alles hebben.

Zondag Dinsdag [bedoel ik natuurlijk] op de terugweg tussen Purmerend en Zaandam nog een grote zilverreiger in een slootje zien staan. Zie je daar tegenwoordig trouwens wel vaker. Sterker: onlangs hebben we er zelfs al eens eentje in de Anna Paulownapolder (of was het de Wieringerwaard?) zien staan. Ze breiden zich langzaam maar gestaag uit. Leuke nieuwe soort.

Ko's kerstgedachte
Kaalheid komt in mijn familie niet voor. Toch heb ik op mijn schedel een plekje van zo'n centimeter doorsnee waar geen haar meer wil groeien. Ik weet nog precies hoe dat plekje is ontstaan. Op mijn zesde blunderde ik, op de voor die leeftijd kenmerkende energieke wijze, tegen een zonnescherm aan. Een heus gat in m'n kop. Ik herinner me ook nog dat het moest worden gehecht. Na zo'n ervaring benader je zonneschermen natuurlijk met de nodige omzichtigheid. Maar soms gaat het nog wel eens mis.

Vanmiddag knalde ik op het Spui met mijn hoofd tegen het zonnescherm van een Argentijns restaurant. Het was zo'n dreun waarvan het licht even uitgaat. Omdat ik net naar de kapper ben geweest heb ik ook maar weinig haar om de klap op te vangen. Een paar seconden stond ik suizebollend onder het zonnescherm. Op dat soort momenten zucht ik eens diep, betast voorzichtig het ei dat op mijn hoofdhuid ontstaat en wacht tot de nevel optrekt. Onderwijl verzin ik een krachtterm die meestal niet vernieuwend, maar wel uitzonderlijk lang is. Als ik daarmee klaar ben ga ik op zoek naar iets om mijn woede op te koelen.

Wel, dat was zo gevonden. Achter de ruiten van zijn steakhouse stond de uitbater breed te grijnzen. Ik stoomde de deur binnen en uitte een paar allerakeligste verwensingen. Het mannetje kromp zienderogen en vershool zich haastig achter de bar. Eén van zijn gasten stootte van schrik een karafje wijn om. Rode, zag ik tot mijn genoegen. 'Ik zou dat zonnescherm maar een beetje hoger ophangen,' riep ik, 'want de volgende keer ros ik het hele kreng van je gevel.' Ik vertrok met slaande deur.

Pas op het Binnengasthuisplein was ik uitgeraasd. 'Dat was niet netjes van je, Ko', dacht ik schuldbewust. 'En met de kerstgedachte had het weinig te maken. Kijk nou wat je doet! Kan zo'n man er iets aan doen dat jij niet uit je doppen kijkt?' Het moet aan de klap op mijn hoofd gelegen hebben, meestal ben ik niet zo mild. Even overwoog ik zelfs om terug te lopen en mijn excuses aan te bieden. Maar gelukkig kwam ik snel weer bij mijn positieven.

Want, zo bedacht ik me in de Staalstraat, de man had een zonnescherm buiten hangen. Een zonnescherm. Een driewerf bloedneukend godverdomd zonnescherm! Het zijn de donkere dagen voor kerst. De zon hebben we al in geen week meer gezien. De mensen doen hun uiterste best om een heel klein beetje licht in huis te brengen. Hele kerncentrales willen ze bouwen om al die kerstverlichting aan de praat te houden. En mijnheer hangt een zonnescherm voor z'n ruiten! En maar lachen als daar een argeloze voorbijganger tegenaan klapt.

Er zijn uitgebreide studies gedaan naar de invloed van licht op de gemoedstoestand van de mens. En het is genoegzaam aangetoond dat gebrek aan licht, bijvoorbeeld in de decembermaand, leidt tot gevoelens van diepe neerslachtigheid. Iemand die in die tijd een zonnescherm voor zijn raam hangt verdient elke depressie die hij krijgt, inclusief de bijbehorende zelfmoordplannen. Ik hoop dat hij ze uitvoert ook.

Vredig kerstfeest iedereen!

Adverteren voor gevorderden



Een kras staaltje adverteren op nu.nl. Dit ruikt wel heel erg naar boze opzet. Grote klasse.

Tien jaar Zwijnen - Zeventien jaar geleden...



Waarom zijn er in godsnaam geen albums van De Boegies* meer te koop? Reken maar dat ik ze aanschaffen zou, Parels voor de Zwijnen, Zwijnen bij Candlelight, A Terrible Swine Disease... Jarenlang heb ik gedacht dat hun platenmaatschappij ter ziele was, maar die blijkt nog altijd te bestaan. Ze zijn gewoon te besodemieterd om die platen opnieuw uit te brengen, de apen.

Maar er is hoop. Op de punksite 1000 aspirines is 'Tien jaar Zwijnen', het legendarische live-album uit 1989, te downloaden. Dus zwelgt Ome Ko nu al de hele avond in een orkaan van jeugdsentiment: 'De Dorpsgek', 'Lallend ten Onder', 'Hee joh toe nou joh' en natuurlijk 'Het Jannes van der Wal Lied': ik heb ze weer allemaal. Met het kerstfeest van deze punk zit het dus wel snor.

Met veel dank aan Gelkinghe voor de link.

*) Voor de jongere lezertjes: that's what Uncle Ko used to rock to.

Uiteraard had ik geen gelijk maar...
Teletekst vanavond:

'De fracties van PvdA, SP en GroenLinks willen opheldering van minister Kamp van Defensie over de Nederlandse deelname aan een NAVO-operatie in de Afghaanse provincie Kandahar.

Nederland heeft voor die missie enkele vliegtuigen en helikopters beschikbaar gesteld, en wil ook grondtroepen laten meevechten. De NAVO probeert de Taliban in het centrum van hun militaire macht aan te pakken, door ze te verdrijven of te doden.

Daarmee krijgt volgens de drie partijen de oorspronkelijke wederopbouwstrategie in Afghanistan steeds meer het karakter van een vechtmissie.


...maar dit was nog eens een interessante discussie.

Natuur vandaag (97)
Bij het oude huis in Hilversum waren we wat tuinvogels betreft niet slecht bedeeld. Het was er een komen en gaan van kool- en pimpelmezen, vinken, huismussen, turkse tortels, houtduiven en merels. In de boom voor het huis zat zo nu en dan een grote bonte specht en 's zomers zweefden er massa's gierzwaluwen boven het huis. In de coniferen van de buren zaten zelfs goudhaantjes, al kwamen we daar pas achter toen er eentje door de poes naar binnen werd gesleept. En natuurlijk waren er kauwen, kraaien, eksters en gaaien.

In mijn Amsterdamse tuin is het vogelleven zo mogelijk nog gevarieerder. Naast bovengenoemde soorten zie ik er geregeld groenlingen. De sleedoorn trekt zanglijsters en koperwieken, soms knalt er zelfs een sperwer doorheen. Mijn buren houden stug vol dat er 's zomers nachtegalen in onze buurt zitten, al heb ik ze er nog niet gezien. Alleen met de gierzwaluwen wil het niet zo vlotten, bij gebrek aan loszittende dakpannen.

Hoe dan ook: gisteren begon ik vol goede moed aan de nationale tuinvogeltelling, die afgelopen weekend door de Vogelbescherming werd georganiseerd. Ik pootte mijn leunstoel op een strategische plek voor het raam, zette een pot thee en legde pen, papier en verrekijker op de salontafel. Voor de zekerheid legde ik zelfs de vogelgids in de vensterbank - je weet immers maar nooit. De bedoeling was om een uur lang alle vogels te inventariseren die je in je tuin waarneemt. Het leek goed te beginnen: in de sleedoorn zat juist een dikke merel. Ik plofte in de stoel en zette mijn eerste turfje. En wachtte.

Op ieder willekeurig moment zitten er tenminste vijf vogels tegelijk in mijn tuin. Maar tijdens de tuinvogeltelling lieten ze het massaal afweten. Het was alsof ze het wisten. Een kwartier verstreek en nog stond er op mijn kladblok enkel 'Merel - 1'. Ik schonk een kop thee in. En wachtte.

Na nog eens vijf minuten betrapte ik mezelf op de neiging tot valsspelen. Als ik nou eens de overvliegende vogels zou gaan noteren? O, er vlogen aan de lopende band vogels over de tuin: vinken, spreeuwen, eksters, kokmeeuwen, een verdwaalde aalscholver en zelfs een sperwer. Maar er was er niet een die in de tuin ging zitten, dus mocht ik ze niet tellen. In de instructies stond niet voor niets: 'Vogels die slechts over de tuin heen vliegen hoeft u niet mee te tellen.' Dat heb ik dan ook maar niet gedaan. Per slot van rekening moest het een wetenschappelijke telling worden.

Na vijfentwintig minuten werd het frustrerend. Er fladderde een houtduif voorbij. Ik sprong op uit de leunstoel en begon wild te gesticuleren: 'Ga dan zitten, bastaard! Zit dan toch, kreng!' Of de duif me gehoord heeft kan ik niet zeggen, luisteren deed hij in elk geval niet. Ik viel terug in mijn stoel, zuchtte eens diep en schonk nog maar een kop thee in.

Eindelijk, na een half uur, streek er een vink neer, helemaal in de top van de sleedoorn. 'Kjuup!', zei de vink, en nog eens 'kjuup!'. Om iets te doen te hebben greep ik de verrekijker en bestudeerde de vink aandachtig. Het was een mannetje. Als ik me niet vergis speelde er een gemene grijns rond zijn snavel. Als je met een vleugeltje een lange neus kon maken had hij het zeker gedaan. In plaats daarvan vloog hij weer op.

Maar de ban was gebroken. In de minuten die volgden kon ik een Turkse tortel noteren, daarna nog vier, en aan het eind van een uur tellen had ik toch een aardige lijst: vier koolmezen, vijf Turkse tortels, negen vinken, vier merels, vier spreeuwen, een pimpelmees en een Vlaamse gaai. Ik repte me naar mijn laptop om de telgegevens in te voeren. Daarna raadpleegde ik nog een keer de telinstructies. 'Heeft u geen tuin of balkon,' stond er, 'zoek dan een mooie plek in een park in de buurt.'

De neiging tot smokkelen werd almaar sterker. 'Strikt genomen', sprak het duiveltje op mijn linkerschouder, 'is de tuin van de huisbaas en niet van jou. Dus heb je geen tuin. En er zijn ook mensen met hele grote tuinen. Die zien vast veel meer vogels dan jij. Dat is toch niet eerlijk? Daarnaast zijn er in Zuidoost niet heel veel mensen die vogels tellen. Je kunt het toch van iemand 'overnemen'? Het kan toch niet zo heel veel kwaad om even in het park te gaan kijken? Je hoeft immers niet per se te tellen. Ah toe, ga alleen maar even kijken!'

Het kwaad was geschied. Ik zette nog een pot thee, schouderde mijn rugzak en trok met verrekijker, vogelgids en opschrijfboekje naar het Bijlmerpark. Het Bijlmerpark (had ik dat al eens opgeschreven?) is een van de grote onontdekte schatten van Amsterdam. Door jarenlange stelselmatige verwaarlozing is het een heel natuurlijk park geworden, waar een zeer gevarieerd vogelleven is ontstaan. (Nu dat eenmaal zover is wil het stadsdeel er uitgebreid gaan kappen om 780 woningen neer te zetten, trouwens, maar daarover een andere keer meer.)

In het park kon ik natuurlijk overal gaan zitten, maar ik wilde niet zomaar een plekje, ik wilde vogels tellen. Liefst flink wat. En liefst flink wat verschillende ook. Ik zocht dus zorgvuldig naar de plek met het meest gevarieerde uitzicht. Uiteindelijk koos ik voor een bankje aan het Reigersbospad, tegenover het natuurterrein De Riethoek. Vanaf mijn bankje had ik uitzicht op een paar grasveldjes, losse bomen, dichtbeplante bosschages, wat ruig terrein en, heel belangrijk, een paar waterpartijen. Als ik hier niet veel verschillende vogels zou zien, waar dan in vredesnaam wel?

Het was druk in het park. Op een modderig trapveldje speelden twee Surinaamse teams hun wekelijkse match. Afrikaanse en Nederlandse gezinnen maakten hun zondagswandeling, de Afrikanen met grote bijbels onder de arm, de Hollandse dames sterk geurend naar eau de cologne. Er werd gejogd, er werd gefietst, er werden honden uitgelaten. En er werden vogels geteld. In een uur telde ik zestien kauwen, vijf eksters, zeven koolmezen, vier kokmeeuwen, een aalscholver, zes kraaien, drie roodborstjes, zes houtduiven, zeven merels, zeven wilde eenden, twee grote bonte spechten, een Vlaamse gaai, een vink, drie winterkoninkjes, een halsbandparkiet, achttien meerkoeten, twee soepeenden, twee knobbelzwanen, een blauwe reiger, drie futen en drie waterhoentjes.

Zo. Dat leek er meer op. 21 soorten op een uur, en dat in een stadspark. Vijftig meter verderop, wist ik, zaten nog goudhaantjes in de dennen. Ik was er juist nog langsgelopen. Maar ik weerstond de neiging om ze op te schrijven: per slot van rekening had ik genoeg gesmokkeld.

Nou ja, genoeg... Toen ik gisteravond voor de tweede keer mijn telgegevens opvoerde op de website zorgde ik natuurlijk wel dat ik ook voor de tweede keer meedong naar de prijzen die de Vogelbescherming verlootte. Kom op zeg, ik ga niet voor Jan Lul zitten tellen!

Papieren spam
Wat ik koop en wat niet beslis ik zelf. Reclame, in welke vorm dan ook, heb ik dus nergens voor nodig. Vandaar dat op mijn brievenbus al jaren een sticker zit waarop staat dat ik geen ongeadresseerde reclamezendingen wens. Zo'n sticker werkt verbazend goed. Door de meeste bezorgers wordt mijn busbeleid gerespecteerd. Een heel enkele keer belandt er toch een reclamefoldertje op de mat - meestal van een pizzeria, een afhaalchinees of een shoarmatent. Die breng ik dan nog dezelfde avond terug naar de afzender, al dan niet vergezeld van een stoeptegel. Meestal is de boodschap duidelijk.

Nee: de ongeadresseerde reclamezendingen heb ik redelijk onder controle. Hoe anders is dat met geadresseerde reclamezendingen. Begrijp me niet verkeerd, lezer: ik waak zorgvuldig over mijn privacy. Herenmodezaken, schoenwinkels en elektronicaboeren: naar mijn kostbare adresgegevens kunnen ze fluiten. Postorderbedrijven, loterijen en boekenclubs: ik houd me er verre van. Kluspassen, wijnpassen, luchtmijlenpassen en wat dies meer zij: ik weiger ze vriendelijk doch resoluut.

Maar soms valt er niets te weigeren. De voordeelkaart van de NS, bijvoorbeeld, is voor een fanatiek treinreiziger onontbeerlijk. Een mens moet zich verzekeren tegen ziektekosten. En het is praktisch onuitvoerbaar om de hypotheekbank je adresgegevens te onthouden. Nu zou je denken dat dat soort instanties je vervoert, je verzekert of je een lening verschaft en daarmee basta. Maar nee: stuk voor stuk gooien ze je dood met folders, speciale aanbiedingen en heuse magazines. Waarom, vraag ik je, stuurt de hypotheekbank me reclame? Ik heb al een hypotheek en ik weet vrij zeker dat ze me een tweede zullen weigeren. En wat moet ik met het magazine van mijn verzekeraar? Ik betaal ze om me te verzekeren, niet voor een verdomde lifestyle.

Dan is er de reclame van de overheid. Om de zoveel tijd valt er een krantje van de gemeente of het stadsdeel in de bus. Onveranderlijk staan die krantjes vol non-informatie. Een juichverhaal over het zoveelste scholingsproject voor werklozen, bijvoorbeeld: vanaf de kleurenfoto op de voorpagina grijnzen de kansarmen je tegemoet, geflankeerd door al even blije stadsdeelbestuurders. En als er in het stadsdeel iemand honderd wordt - zo vaak gebeurt dat overigens niet - dan wordt uitentreuren bericht over de mooie woorden van de burgemeester.

Maar de dingen die je werkelijk wilt weten - een kapvergunning voor honderden bomen, bijvoorbeeld, of bouwplannen voor een kerncentrale in je achtertuin - vind je in die circulaires niet terug. Die worden zorgvuldig weggestopt op pagina 26 van een huis-aan-huisblaadje, tussen advertenties voor kerkdiensten en hondentrimsalons.

Met ideële organisaties is het nog erger. Toegegeven: het huisorgaan van de Vereniging Natuurmonumenten lees ik met veel genoegen. En ook het partijblad van GroenLinks belandt niet altijd bij het oud papier. Maar waarom ontvang ik zo'n beetje maandelijks een bedelbrief van Amnesty, van de NOVIB, van Milieudefensie of Mensen in Nood? Ooit heb ik becijferd dat ze, als je portokosten, briefpapier, enveloppen, personeel en andere overhead bij elkaar optelt, ongeveer een zesde van mijn maandelijkse giften verkwanselen aan vragen om meer geld. Kssst! Ik geef al! Doe je werken van barmhartigheid en lazer op!

Mijn internetprovider biedt zeer effectieve spamfilters aan. En omdat ik heel zorgvuldig omspring met mijn e-mailadres overkomt het me maar zelden dat ik ongewenste mail moet weggooien. Waarom kan zoiets wel online, maar niet in de echte wereld? Kunnen de posterijen niet een paar mensen inhuren, kansarme werklozen bijvoorbeeld, die in de sorteercentra het kaf van het koren scheiden en de papieren spam terugbrengen naar de afzender? Van mij mag het, al dan niet vergezeld van een stoeptegel.

Een kras staaltje van gedegen nieuwsgaring
Hoe ik denk over het 'compromis' in de kwestie-Verdonk hoef ik waarschijnlijk niet uit te leggen. Vanmorgen aan de ontbijttafel was ik dan ook niet op mijn fruitigst. Zelfs een bak muesli met aardbeienyoghurt veranderde daar weinig aan.

Om het belang van de crisis te onderstrepen, vroegen de makers van het Radio 1-journaal de loodgieter (leudgietâh, zei hij zelf) van het kamergebouw naar zijn mening over de affaire. Wat een geweldige journalisten zijn dat toch. Ze belichten het probleem van alle kanten. Ze interviewen alle belangrijke betrokkenen. En dat al om half acht 's ochtends. Want de luisteraar moet degelijk geïnformeerd worden. En daarvoor is de mening van de leudgietâh on-ont-beer-lijk.

Het is aan mijn ijzeren zelfbeheersing te danken dat mijn radio nog steeds op zijn plek staat, en niet in duizend stukken op straat is beland. Maar hij staat wel uit nu.

En andermaal staat ze koud
In mijn keuken heb ik anderhalve gootsteen. De rechter is een gewone gootsteen: zo een waarin je de vaat doet en - eeuh - de theezakjes te lang laat liggen. De linker is een half gootsteentje, bedoeld om de afwas in voor te spoelen of zoiets. Al direct bij mijn verhuizing zag ik dat dat een verdomd handig gootsteentje was. Want met een beetje fantasie (en voldoende ijsklontjes) kan mijn spoelbakje ook uitstekend dienen als champagnekoeler*.

Helaas zit ik sedert diezelfde verhuizing iets minder riant bij kas. Zo kan ik me bijvoorbeeld niet meer veroorloven om iedere week een fles klapwijn open te trekken. Het is dus maar goed dat ik vriendinnen heb - van die vriendinnen die af en toe eens een fles champagne voor je meebrengen.

Want, ik weet het lezer, het kabinet is demissionair. Maar als Rita Verdonk alsnog gedwongen wordt om op te stappen, denk dan maar niet dat ik dat ga vieren met een simpel pijpje Grolsch.

*) Altijd leuk om meisjes mee aan het lachen te maken.

Natuur vandaag (96)



Vriend Jurjen is voor een paar weken terug uit het verre Siberië*. Nu is het allemaal mooi en aardig daar in Siberië, maar ik kan me voorstellen dat je na een maand of twee snakt naar wat oerhollands landschap. Als de jetlag een beetje is geluwd, tenminste. Zaterdag heb ik hem dus maar eens meegetroond naar Durgerdam.

Van de pont via de viskar aan de Meeuwenlaan (kibbeling hebben ze ook al niet, daar in Rusland) naar Nieuwendam gelopen. Glorieuze dag met spectaculair ochtendlicht. In de boomkruinen waren de vogels (merels, mezen, vinken) bezig met hun lentedingetje. Haast geen kip op straat. In Schellingwoude even op een bankje aan het IJ gezeten. Krakeenden in de haven.



Voorbij de Schellingwouderbrug schitterend uitzicht op Durgerdam. De huisjes stonden in fel strijklicht afgetekend tegen een loodgrijze buienlucht. Hier en daar werd gedreigd met een beginnende regenboog. Glasheldere lucht: uitzicht op Almere, zelfs de zendmast van Hilversum was duidelijk te zien. En de honderd hijskranen van IJburg, uiteraard. Grote vluchten ganzen aan de overkant van het IJmeer. Aangelegd bij De Oude Taveerne en op het terras in de zon gezeten, daarna verder gelopen richting IJdoorn.



De buienlucht won terrein. Juist aan het eind van het dorp brak de hoosbui los. Geschuild in de bushalte - een bus komt er toch niet. Toen de boel weer enigszins opdroogde de dijk opgelopen. Geen kluten in het plasje, wel massa's grauwe- en kolganzen in de weilanden. In het rietland bij IJdoorn staartmezen en een baardman gehoord, een grote bonte specht in de bomen. Achter IJdoorn, in de luwte van de vooroever, massa's eenden - voornamelijk smientjes en kuifeenden, maar ook hier en daar een tafeleend, wat wintertalingen, wilde eenden en een koppeltje slobeenden. Merkwaardig weinig roofvogels, meestal is IJdoorn wel goed voor een buizerd, een valkje of zelfs een verdwaalde blauwe kiek.



Bij vieren teruggekuierd naar de stad. Opmerkelijk: in het dorp stond een prunus in bloei. Op 9 december! Het moet toch niet veel gekker worden. Bij invallende schemer over de Schellingwouderbrug gelopen, tram 16 gepakt naar het Centraal. Da's het enige voordeel van IJburg: dankzij de tram zit je als je wilt vanaf CS binnen twintig minuten in Durgerdam. Maar van mij had het niet gehoeven.

*) Heeft dan echt iedereen tegenwoordig een weblog, Ome Ko? Het begint erop te lijken, lezertjes.

Pinochet
Vanmorgen werd op de radio Patricio Silva, hoogleraar moderne Latijns-Amerikaanse geschiedenis in Leiden, geïnterviewd. Hem werd gevraagd hoe Pinochet over twintig, dertig jaar zou worden gezien: als de redder van de Chileense economie, waar zijn aanhangers hem voor houden, of als de man die de democratie in Chili om zeep hielp. Zijn antwoord was fascinerend: persoonlijk neigde hij naar de tweede optie, maar 'als politicoloog' moest hij zeggen dat zelfs de meest fanatieke Allende-fans inmiddels toegeven dat de Chileense economie in 1973 een potje was. Het lijkt een typisch Chileens compromis.

De economische hervormingen die Pinochet doorvoerde onder toeziend oog van de 'Chicago Boys', het privatiseren van staatsbedrijven, het opengooien van de markt voor buitenlandse bedrijven en (uiteraard) het verbieden van vakbonden, hebben de arme Chilenen hard getroffen. Maar het is moeilijk te ontkennen dat zich halverwege de jaren tachtig in Chili een klein 'Wirtschaftswunder' voltrok. Op het ogenblik is Chili zo'n beetje het meest welvarende land in Zuid-Amerika.

In tegenstelling tot de meeste Latijns-Amerikaanse landen had Chili voor de staatsgreep van 1973 een lange democratische traditie. Er wordt gesuggereerd dat juist om die reden de coup zo bloedig was: het omverwerpen van een stabiel democratisch bestel vergde extreme bruutheid.

Van een reis door Chili, vijf jaar geleden, herinner ik me dat over Pinochet niet gesproken werd. (Niet dat we ernaar vroegen, overigens, maar het onderwerp was soms moeilijk te vermijden.) Zelfverklaarde sociaal-democraten spraken, als de dictatuur ter sprake kwam, over 'de zestien jaar'. De martelingen, de duizenden doden: ze werden niet, of slechts zijdelings, besproken.

In Isla Negra en Santiago bezochten we twee huizen van de dichter Pablo Neruda. De huizen zijn kunstwerken op zich: Neruda bemoeide zich uitgebreid met de architectuur en vulde ze met de meest bizarre objecten, die hij over de hele wereld verzamelde. Aan ieder object kleeft een anekdote en de gidsen kunnen smakelijk vertellen over de excentrieke gewoontes van de dichter. Neruda, een nobelprijswinnaar en vooraanstaand communist, stierf twaalf dagen na de coup in 1973. Vlak voor zijn dood, toen de militairen zijn huis in Isla Negra doorzochten, moet hij opgemerkt hebben: 'Kijkt u rond, er is hier slechts één gevaar voor u: poëzie.'

Toen zijn vrouw Matilde Urrutia een wake voor hem wilde houden in La Chascona, zijn huis in de hoofdstad, verlegden de militairen de stroom van een riviertje, zodat het door het huis liep. De ravage was enorm. Het lichaam van de dichter moest over houten vlonders het huis worden ingedragen. De boodschap was duidelijk: toen ze Neruda niet meer konden krijgen verlaagden de soldaten zich tot ordinair vandalisme om zijn nalatenschap te vernielen. Maar ook de mensen van de Fundación Pablo Neruda stipten de dictatuur slechts zijdelings aan. De naam Pinochet werd niet genoemd, in plaats daarvan spraken ze over 'the period of military rule'.

De Chilenen wekten niet de indruk dat ze het recente verleden onder het tapijt wilden vegen. Maar alles wees erop dat ze bezig waren met een soort collectief verwerkingsproces. Of met een 'Wiedergutmachung', dat kan ook. Wie je ook sprak: als het militaire bewind per abuis ter sprake kwam, leek het of ze probeerden om een donkere periode van zich af te schudden en niet meer om te kijken. Daarnaast leken ze een zekere gêne te voelen voor de militaire dictatuur. Ze praatten niet graag over de periode-Pinochet, maar ze deden niets liever dan praten over de democratische traditie en de democratische regering van na 1990.

Afijn, Pinochet is dood. Hij zal worden herinnerd als een moorddadige dictator. Zijn naam heeft de klank van een scheldwoord gekregen. Het is spijtig dat hij nooit voor een rechtbank rekenschap heeft moeten afleggen. Maar misschien maakt zijn dood het voor de Chilenen makkelijker om naar de toekomst te kijken.

Wel opmerkelijk trouwens, dat zijn sterfdag samenviel met de Internationale Dag van de Mensenrechten. Wat je noemt een staaltje poetic justice.

*) Als je tijd over hebt: bekijk de foto's op de website!

Eindelijk maar toch
Op zondagochtend mag ik graag naar VARA's Vroege Vogels luisteren. Maar ja: op zondagochtend mag ik ook graag uit wandelen gaan. En als ik op zondagochtend niet uit wandelen ga, dan mag ik me graag nog een keer omdraaien. De wekkerradio is maar een halfslachtige oplossing: hoe boeiend het programma ook is, meestal dommel ik al na twintig minuten weer in. Dat moet komen door die ellendige 'licht-klassieke' muziek die de programmamakers selecteren.

Maar mijn gebeden zijn verhoord: sinds afgelopen week zijn de uitzendingen van Vroege Vogels ook als podcast beschikbaar. Nu kan ik dus op ieder gewenst moment naar de uitzending luisteren. En die muziek, waar ik op z'n zachtst gezegd een beetje simpel van word, kan ik vanaf heden gewoon vooruitspoelen*.

Leve de vooruitgang!

*) Opmerkelijk dat ik hier het werkwoord 'vooruitspoelen' gebruik voor een proces waaraan, technisch gesproken, geen spoel meer te pas komt. Een generatiedingetje, denk ik. Maar ook de jongere lezertjes begrijpen nog wel wat ik bedoel, toch? Eeeuh... Hee! Toch?!?

Uitpakken en wegwezen



Het was weer een enerverende pakjesavond. Mijn nichtje Hannah (5) moet afgelopen jaar wel heel erg zoet geweest zijn. In elk geval heeft de Sint haar weer schandelijk in de watten gelegd. Niet dat Hannah daar mee zit, overigens: de propvolle zak met cadeautjes was in een mum van tijd ontmanteld.

Maar er waren ook grote mensen. En ook zij waren zoet geweest. Dus had Sinterklaas onder in die zak (3x) nog een aantal chocoladeletters verstopt. Eentje voor Opa, één voor Oma, nog een letter voor tante Marloes en voor ome Ko, ja, zelfs andere Oma kreeg haar eigen letter.

En ome Ko, die zoals elk jaar het zoetst was van iedereen, wist er met veel kunst- en vliegwerk een wel heel heerlijk avondje van te maken.

Mijn korte carrière als goedheiligman
Eén keer in mijn leven heb ik voor Sinterklaas mogen spelen. Maakt u zich geen zorgen, daar waren geen kinderen bij betrokken. Oorspronkelijk was dat althans niet de bedoeling.

We woonden in een rommelig studentenhuis aan de Admiraal de Ruijterweg, vlakbij de Krommerd. En we wilden een feestje geven. Nu was het in dat huis zo'n beetje elke avond feest, maar dit keer wilden we er iets bijzonders van maken - een feest met gasten en zo. Het was hartje zomer, als ik me niet vergis was het zelfs vakantie. Ik houd dat soort dingen nooit zo bij, ook toen werkte ik al.

Vermoedelijk hebben we bij de voorbereiding van dat feestje meer gedronken dan op het feestje zelf. In elk geval stelde iemand voor om Sinterklaas uit te nodigen - en niemand zag daarin een bezwaar. Geen tien minuten later belden we een kostuumverhuurbedrijf. Paradoxaal genoeg is het 's zomers kinderlijk eenvoudig om een sinterklaaspak te huren. Per slot van rekening is er niemand die in de moordende julihitte voor Sinterklaas wil spelen. Dat laatste was inderdaad een probleem, maar het werd met grote voortvarendheid opgelost. Terwijl ik de volgende dag op mijn werk zat besloten mijn huisgenoten unaniem dat ik de klos was. Het pak werd nog diezelfde dag van de verhuur gehaald.

Op de avond van het feest, de eerste gasten zaten al aan het bier, realiseerden we ons ineens dat we een praktisch probleem hadden. De komst van de Sint was bedoeld als verrassing, maar omdat in alle kamers volk aanwezig was, was er nergens een plek waar ik me kon omkleden. Nil desperandum: om de hoek zat een café waar we wel een potje konden breken. Met een grote KOMO-zak, waarin een mijter, een valse baard, een demontabele bisschopsstaf en alle overige episcopale parafernalia, sloop ik de deur uit.

In de kroeg zette ik mijn neutraalste gezicht op en bestelde een pilsje aan de bar. Het was een doordeweekse avond en omdat het nog vroeg was zaten er alleen de usual suspects met hun biertjes, hun borreltjes en hun darts. Ik wachtte tot de barman even de andere kant uit keek en ging schielijk het toilet binnen. Daar begon ik in razend tempo met het aantrekken van de feestkleding.

Dat had nog heel wat voeten in de aarde. In het dagelijks leven, moet u weten, draag ik geen tabberd. Terwijl ik wanhopig worstelde met een te kleine onderjurk en de mottige baard begonnen de eerste ongeduldige cafégasten op de deur te bonken. Ik verontschuldigde me met wat onduidelijk gemompel (dat ging verbazend goed met die baard) en godzijdank: na een tijdje werd er niet meer aan de deur geklopt.

Tien minuten later zaten ook pruik en mijter op hun plek en schreed ik waardig (maar niet vergetend om te bukken bij de deur) de caféruimte in. Het effect was verpletterend. Het geroezemoes verstomde. Borrels kwamen halverwege bar en mond tot stilstand. Een dartpijltje belandde naast het bord en viel kletterend op de grond. Ik plantte mijn staf tegen de bar, nam plaats op mijn kruk, leegde zonder iets te zeggen mijn pilsje en rekende af. Terwijl ik de deur achter me sloot hoorde ik hoe de gesprekken opgewonden werden hervat.

Op straat veroorzaakte ik drie bijna-ongelukken. Studentes schoten in de lach. Hier en daar riep iemand een gevatheid uit het raam. Maar het werd pas problematisch toen, vlak om de hoek, een moeder met kind voorbijfietste. De moeder schrok zichtbaar en wees naar iets zeer interessants aan de overkant van de straat, in een poging het kind af te leiden. Een vergeefse poging. Het kind wipte ongedurig op zijn zitje: 'Mamáááá! Sinterklááááás!!!'. Ik loste de situatie op door vriendelijk te wuiven en met mijn duisterste stem te roepen: 'Ben jij wel zoet geweest?' Het kind begon te huilen. De moeder schakelde er een tandje bij en verdween.

Van het feestje herinner ik me niet veel meer. Ergens circuleert nog een videoband waarop Sint Nicolaas met mijn broer aan de keukentafel zit. Ze zingen onsamenhangende liedjes en drinken koffie, niet uit kopjes maar uit de koffiepot. In de baard van de goedheiligman zitten bruine vlekken.

Van die vragen...
Naar het schijnt moet een derde van de hoerenkasten op de Amsterdamse Wallen worden gesloten. Is dat nou wat ze bedoelen met het werkwoord 'deputeren'?

Natuur vandaag (95)



De huiskraai (Corvus splendens) is van oorsprong geen Nederlandse vogel. De soort komt uit India en verspreidt zich van daar uit over de wereld. Niet vliegend, zoals de meeste vogelsoorten; ook niet in kooitjes, zoals bijvoorbeeld de halsbandparkiet: nee, de huiskraai lift. In het land van herkomst stappen de huiskraaien op een schip en ze maken de zeereis als verstekeling mee. Zodra ze een havenstad zien die ze bevalt gaan ze van boord om zich er te vestigen.

Zo verspreidde de huiskraai zich naar Zuidelijk-Afrika, naar Sudan, naar Suez en Eilat, naar Gibraltar en ten slotte ook naar Nederland. In 1994 is in Hoek van Holland een aantal exemplaren van de boot gestapt. Nu moet je weten dat de huiskraai zich bij voorkeur voedt met visresten. En vrijwel het eerste gebouw dat je ziet als je bij Hoek van Holland de haven invaart is Het Vispaleis. Ze zijn er nooit meer weggegaan.

Ik word altijd een beetje melig van dat soort verhalen. Ik mag me graag voorstellen hoe de huiskraaien, gezeten op de achterplecht van een containerschip, de Nieuwe Waterweg opvaren en elkaar aanstoten:

- Ooh, goodness gracious me, Mr. Kumar, this must be The Netherlands!
- On my word, Mr. Gupta! And look at that, there's a fish restaurant!
- It's called the Fish Palace.
- How odd. It looks nothing like the Taj Mahal* to me.
- Ah, the splendors of India.
- Still, as my uncle Sanjeev used to say: one must make do.
- I say, Mr. Kumar, I'm getting peckish.
- Me too, Mr. Gupta. Let us drop off for a bite to eat.

Het bijzondere van de kleine kolonie in Hoek van Holland is dat de huiskraaien er tot broeden zijn gekomen. In 1997 werd het eerste broedgeval geconstateerd. In de jaren daarna breidde de troep zich langzaam uit. De huiskraaien zoeken het gezelschap van kauwen en het vermoeden bestaat dat in 1999 bij Renesse een huiskraai met een kauw heeft gepaard.

Moet de huiskraai worden beschouwd als een exoot? Ik ben geneigd te denken van niet. Anders dan (bijvoorbeeld) de zwarte zwaan, de nijlgans en de halsbandparkiet is de soort niet door mensen ingevoerd. De huiskraai verspreidt zich op geheel eigen, zij het wat zonderlinge wijze. Aan de andere kant wordt de soort in veel havensteden beschouwd als een plaag. De kraaien planten zich snel voort en vormen soms een bedreiging voor de oorspronkelijke soorten in het gebied. Zover is het in Nederland nog niet; voorlopig zijn de huiskraaien alleen maar grappig.

Thijs en ik hadden nog nooit een huiskraai gezien. Zaterdag zijn we dus langs de Nieuwe Waterweg van Maassluis naar Hoek van Holland gelopen. We boften met het weer: afgezien van twee flinke buien bleef de schade beperkt tot wat motregen. Langs de Nieuwe Waterweg was niet veel vogelleven te zien: een paar troepjes krakeenden, wat spreeuwen op trek, hier en daar een aalscholver en een torenvalkje op de bovenleiding van het spoor.

Vlak voor donker bereikten we Hoek van Holland en verdomd: bij het Vispaleis zat een huiskraai op een kabel - als op afspraak. We hebben het gevierd met een portie kibbeling. Later, bij invallend duister, hebben we er nog twee gezien. Daarnaast troffen we nog een troepje scholeksters en een eenzame tureluur langs de waterkant. Doorgelopen naar het einde van de pier (dat moet altijd even in Hoek van Holland). In de regen teruggelopen naar het havenstation, met uitzicht op de feeëriek verlichte industrie aan de overkant.

En altijd, altijd als ik bij het station de veerboten zie liggen krijg ik enorme aandrang om naar Engeland te gaan.

*) Lezer, voor het geval u van plan was om een wijsneuzerig commentaar te plaatsen: ik wéét dat de Taj Mahal een mausoleum is en geen paleis. Maar weten die kraaien veel?

De foto is niet van mij, maar van Renée de Kleijn en George Pieterse van VWG Vlietland.

 
Welkom!

Ko

Gelkinghe (Vlothaven, Amster…): Long time no see. Ik …
Peter (Elitair vandalism…): Grappig
Erik (Natuur vandaag (1…): beste kameraad Ko, He…
Niklas (Ben je nu niet bl…): Helemaal raak! En die…
Sandrine (Tussen de neuzen): Ja, prachtige vacanti…
leeuw (Tussen de neuzen): stinkend jaloers, moi…
Dwarsbongel (Boekennacht): Ik heb ooit een works…
Jacob Borsje (Hebben): Ik zou zeggen neem ee…
Jacob Borsje (Hebben): Graag contact
Carlo (Natuur vandaag (1…): beste Marco, ben je w…
Categorieën
alledaags leed
alledaags toerisme
alledaagse complotten
alledaagse cultuur
alledaagse ergernissen
alledaagse mijmeringen
alledaagse raadselen
alledaagse repressie
alledaagse roofdieren
alledaagse wereldhistorie
alledaagse wetenschap
alledaagse zen
culinair leed
esthetisch leed
groenbeheer
huiselijk leed
kantoorleed
ketelmuziek
literair leed
meteorologisch leed
mokums leed
onalledaags nieuws
politiek leed
sportief leed
taalkundig leed
technisch leed
vermakelijk leed

Powered by Pivot - 1.40.4: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed 

Voeg mijn site toe aan BloglogRSS (http://www.bloglog.nl)