Koken met Ko (1): Der TaKo
Ik eet alleen. En wie alleen eet houdt wel eens iets over. Uiteraard heb ik het hier niet over geld: ongeacht of je in je eentje eet of met z'n zessen, geld houd je nooit over. Dat is een constante factor en daar klamp ik me, bij gebrek aan beter, aan vast.
Terzake nu.
Vanavond kwam ik een beetje laat thuis. Te laat, eigenlijk, om nog naar de supermarkt te gaan. Nil desperandum: in mijn keuken liggen altijd voldoende restjes om een behoorlijke maaltijd uit samen te stellen. Ik ging eens door de knieën en inspecteerde de voorraad. Dat viel niet mee. Een half zakje wijnzuurkool en een halve rookworst. Maar geen aardappelen. Vier taco's. Maar geen salsa. Een half zakje geraspte kaas. Maar geen pasta. Een half potje mosterd. Maar geen kroketten. Een half bakje bawang goreng. Maar geen rijst.
Het werd tijd voor krasse maatregelen, zoveel stond vast. Rookworst, zuurkool, mosterd, bawang goreng en geraspte kaas: dat had voorwaar iets weg van een hot dog. En als ik nu, bij gebrek aan brood, eens de taco's opgebruikte? Ik bracht potten en pannen in stelling. Vijf minuten later pruttelden zuurkool & worst, terwijl in de koekepan de taco's langzaam aan weerszijden werden gebruind.
En weet u? mijn taco-dogs zijn (voorlopig althans) best binnen te houden. Helaas is er niemand die me gelooft. De reacties van vrienden en familieleden, die ik enthousiast van mijn vinding op de hoogte stelde, liepen uiteen van 'Iew!' tot 'Yuk!'. Eén of twee kennissen, mensen die ik vertrouwde nota bene, bekenden zelfs dat ze niet van zuurkool houden.
Dat geeft niet, vrienden, dat geeft allemaal niks. Per slot van rekening zijn mijn Sauerkraut, Smoked Sausage and Bawang Goreng Taco Dogs au Gratin niet het eerste multiculturele experiment dat in Amsterdam Zuidoost op de klippen loopt. Maar er is één ding dat me meer dan alles spijt. Ik had verdomme subsidie moeten aanvragen.
Broeikasballade
Thuis heb ik nog een curiositeit,
Een aandenken uit lang vergeten jaren;
Twee schoolvoorbeelden van geslepenheid:
Het zijn voorwaar nog fraaie exemplaren.
Ja, ooit bezat ik zelfs diverse paren.
Ik heb ze maar op zolder neergezet,
Ik heb de hoop voor altijd laten varen:
Mijn schaatsen komen nooit meer uit het vet.
De ijspret lijkt voorgoed verleden tijd
Al blijf ik de herinnering bewaren
Aan hoe ik 's morgens, na een goed ontbijt,
Geen acht slaand op bevriezingen of blaren,
Ging rijden op de stijf bevroren baren.
Ik stoof over de plas als een raket!
Die snelheid zal ik nooit meer evenaren:
Mijn schaatsen komen nooit meer uit het vet.
Het internationaal milieubeleid
Beschermt vooral de autohandelaren.
Wie liever op een slee of schaatsen rijdt
Die moet maar voor een reis naar Lapland sparen.
Men doet niks om de uitstoot te bedaren,
Geen protocol, geen voorschrift en geen wet;
Ik moet me bij de pessimisten scharen:
Mijn schaatsen komen nooit meer uit het vet.
O nachtvorst met je zilverwitte haren,
Ben je definitief met vorstverlet?
'k Zit triestig naar de natte sneeuw te staren:
Mijn schaatsen komen nooit meer uit het vet.
Stomme beginnersfout
Het is niet dat ik een slecht geweten heb, maar ik slaap niet elke nacht even goed. Zo wil het nog wel eens voorkomen dat ik 's nachts bij vieren rechtop en klaar wakker in mijn bed zit. En in die gevallen kom ik ook niet zomaar meer in slaap. In de loop der jaren ben ik daaraan gewend geraakt. Vroeger probeerde ik de slapeloosheid te lijf te gaan met schaapjes tellen, warme anijsmelk of, in extreme gevallen, een kloeke borrel. Maar er zijn effectievere methodes.
Lezen, bijvoorbeeld, is een van de effectiefste remedies tegen nachtelijk gewoel. Je doet het bedlampje aan, je grijpt een boek van het nachtkastje, je nestelt je in een zo oncomfortabel mogelijke houding en je leest een hoofdstuk of twee. Normaal gesproken voel je je tegen die tijd zo ellendig dat je het lampje uitknipt en tot bij zevenen als een prins ligt te meuren.
Maar pas op. De kwaliteit van je nachtrust is in hoge mate afhankelijk van de keuze van je leesvoer. Zo spreekt het vanzelf dat griezelverhalen, science-fiction en medische almanakken angst, depressie en hypochondrie in de hand werken. Niet doen dus. Ook kranten en tijdschriften kun je beter mijden. Slapeloosheid is tot daar aan toe, ergernis kun je er niet bij hebben. Erotische geschiedenissen, tenslotte, zijn om voor de hand liggende redenen uit den boze.
Persoonlijk heb ik veel baat bij politieke werken. Das Kapital, een dun bandje van Lenin of de verzamelde communiqués van de Rote Armee Fraktion: geheid dat ik binnen tien minuten slaap als een blok. Ook een roman van Vestdijk wil nog wel eens helpen. En als niets anders meer baat is er altijd nog de bijbel. Veertien of vijftien verzen Deuteronomium: daar kan geen valium tegenop.
Wat je ook doet: doe in elk geval niet zo stom als ik. Leg in vredesnaam geen kookboek naast je bed. Toegegeven: het is interessante lectuur (en in elk geval heel wat beter te hachelen dan, pakweg, Leviticus). Maar nadat ik vannacht een kwartiertje had liggen bladeren had ik zo'n moordende trek ontwikkeld dat ik tot kwart voor zeven heb liggen woelen. Godzijdank viel ik toen eindelijk in slaap. Helaas ging vijftien minuten later de wekker.
Maar neem van mij aan dat ik stevig ontbeten heb.
Mosterd na de maaltijd
Radio 1 vanmorgen:
'Alle slachtoffers van de Schipholbrand hebben inmiddels een verblijfsvergunning gekregen.'
Dat wordt een stormachtig succes
Teletekst vandaag:

Ik ben gek op dat soort faits divers...
Mañana-mechanisme
Stelling: het feit dat het woord esperar in het Spaans zowel 'wachten' als 'hopen' betekent zegt meer over de Spaanse volksaard dan tien reisgidsen bij elkaar.
Alpha meeuw

Dat krijg je met die voorjaarsachtige temperaturen: vanmorgen trof ik bij winkelcentrum Reigersbos de eerste kokmeeuw in zomerkleed, temidden van een troep winters geklede soortgenoten. Die gaat scoren, wedden?
Uitgespeeld

Vannacht zag ik op de Stadhouderskade
Bij 't vuil het lijk van een piano staan.
De toetsen weg, het klankbord naar de maan,
Gebroken snaren als verwarde draden,
De klep gescheurd: geweldig was de schade
Die men het instrument had aangedaan.
'k Ben met een diepe zucht mijns weegs gegaan
En liet het ding over aan de genade
Van de oude morgenster die aan kwam rijden.
Deze begon, met weinig medelijden,
Er met een voorhamer op los te slaan.
Terwijl ik verder liep, richting Jordaan,
Treurend om quatre-mains in beter tijden,
Dacht hij: 'Dat hout, daar heb ik ook niks aan.'
Meteorolinguïstiek
Bijna een jaar geleden schreef ik een stukje over de populaire mythe dat eskimo's (pardon, Inuit) tientallen verschillende woorden kennen voor sneeuw. Destijds relativeerde ik het verhaal door erop te wijzen dat we in het Nederlands meer dan 300 verschillende woorden hebben voor water.
Het is januari en de prunus, de hazelaar en de krentenboompjes staan in bloei. De berken, elzen en wilgen zitten vol katjes. De eerste vogels zitten al op de eieren en zojuist zag ik tijdens een zware windstoot mijn rolcontainer het luchtruim verkiezen. Ik heb 'An Inconvenient Truth' gezien, ik weet hoe laat het is. Het klimaat is op niet mis te verstane wijze aan het veranderen.
Het kan niet anders of dat moet gevolgen hebben voor de sneeuw in het noordpoolgebied. En daarmee voor de woordenschat van de Inuit. De invloed van het broeikaseffect op het aantal woorden voor sneeuw is moeilijk te voorspellen. De meest voor de hand liggende hypothese is dat een flink deel van die woorden gaat uitsterven. Maar er kunnen tientallen jaren overheen gaan voor het zover is.
Vermoedelijk zal het aantal woorden voor sneeuw eerst juist een licht stijgende tendens vertonen. De Inuit, inventief als ze zijn, zullen een flink aantal neologismen bedenken om de veranderende omstandigheden adequaat te omschrijven:
sluslukflupiuk (slappe bruine blubber waarvan je sneeuwscooter onder je kont wegroest)
splotslofsopulaq (ontdooide permafrost die tot diep in je bontgevoerde laarzen doordringt)
flut (een natte sneeuwbui waar de husky's geen brood van lusten)
De klimaatverandering biedt een ongekende mogelijkheid voor socio-linguïstisch onderzoek. Naast meteorologen en geografen moeten we dus onverwijld een flink aantal taalkundigen en antropologen naar het hoge noorden sturen. Parallel aan dat onderzoek zouden ze zich in Nederland kunnen storten op de vraag of ons aantal woorden voor water toe- of juist afneemt. Een linguïst op lieslaarzen, dat zie je niet elke dag. We leven in een mooie tijd.
It's really laughable...
Ah ha ha ha haha
Ha ha ha haha
Ha ha ha haha...
(Met dank aan Jurjen voor de link)
Eerlijke vinder

Bij het woord 'jutten' droom je over het algemeen van het verzamelen van aangespoelde spullen. Een kist scheepsbeschuit, een vat whisky of een broodje hasj: het is weer eens wat anders dan de obligate chocomel-met-slagroom.
Maar wat moet je nou met aangewaaide spullen? Op de zuidpunt van Texel vonden we afgelopen week deze tros ballonnen, die blijkbaar vanuit Engeland is komen aanwaaien. Nu heb ik niks met ballonnen. Bovendien is het wat lastig meenemen, zo'n grote tros. Maar het is toch ook lullig voor de eigenaar, die zich daar in Engeland waarschijnlijk het schompes loopt te zoeken.
Dus heb ik eens uitgezocht van wie de ballonnen zijn. Dat was eenvoudig te achterhalen: ze zijn afkomstig van de firma ScS, een meubelboer in Tyne & Wear. Omdat ik de lulligste niet ben heb ik ze maar een mailtje gestuurd:
Dear sir, madam,
Last week, while walking at the southernmost point of the Frisian island of Texel, I stumbled into a bunch of balloons that would appear to belong to your company. I must assume the balloons have escaped from your custody during your hectic Boxing Day sale, drifted across the North Sea and lost their way. Under normal circumstances it would have been my pleasure to return them safely to Tyne & Wear. Unfortunately, I was carrying only a 45 l. rucksack at the time and it proved impossible to deflate the balloons without causing them severe harm.
If you are looking to retrieve your balloons, I'd be happy to show you to the location where they were last seen. It's at the top of the dunes, where the Kreeftenpolder meets the North Sea shore. As a further clue, a picture of the balloons can be found at http://groenekhmer.nl/images/texel_ballonnen.jpg .
If you have any questions regarding the whereabouts of your balloons, please do not hesitate to contact me.
Glad to be of service,
Kindest regards,
Marco J Arbouw
Amsterdam
Netherlands
Nu eens kijken of ze reageren.
Een harige kwestie
Nog niet eens zo heel lang geleden gold een snor als teken van mannelijke viriliteit. Een besnord acteur als Burt Reynolds ging door voor een stoere macho. En het is amper voor te stellen, maar halverwege de jaren '80 vielen vrouwen massaal voor Tom Selleck in zijn rol als Magnum P.I. Rond diezelfde tijd tekenden zich op mijn bovenlip voorzichtig de eerste sprietjes af van wat later een stugge baardgroei zou worden. U begrijpt: ik was de koning te rijk.
Als ik alleen thuis was sloot ik me op in de badkamer. In de spiegel volgde ik nauwlettend de ontwikkeling van wat ik, met gezond gebrek aan zelfreflectie, mijn 'snor' was gaan noemen. O, ik wilde de haren wel uit mijn bovenlip kijken. Ik cultiveerde ieder donshaartje, borstelde ze op met een beetje water en soms kleurde ik ze zelfs bij met het wenkbrauwpotlood van mijn moeder (sorry mam). Na verloop van een paar maanden ontstond een concentratie dons die met een beetje recht een snor genoemd kon worden. 'Jongen,' bromde mijn vader, 'het wordt tijd dat je je gaat scheren.'
Het uitspreken van deze simpele formule vormt een belangrijke rite de passage in het leven van elke jongen. Vaders weten zoiets. Het moet voor hem dan ook een milde teleurstelling zijn geweest dat ik hem aankeek alsof hij helemaal gek geworden was. Uiteindelijk sloten we een compromis: ik zou me elektrisch scheren met zijn oude Remington*, maar het bosje haar op mijn bovenlip bleef intact. Het is onvoorstelbaar maar waar: meer dan een jaar van mijn leven ben ik naar de middelbare school gegaan met een 'snor'. Ik werd er niet eens mee gepest - mijn klasgenoten waren te druk met het kweken van hun eigen gezichtsbeharing om acht te slaan op de mijne. Alleen het versieren van meisjes was natuurlijk uitgesloten. Die droomden allemaal van Tom Selleck.
Vlak voor mijn zeventiende verjaardag kwam er een eind aan mijn pogingen. Op een ochtend keek ik in de spiegel en zag ik ineens wat ik was: een loser met een beetje puberdons op zijn bovenlip. Ik greep een scheermes - de Remington had ik inmiddels afgezworen - en niet veel later zag ik tot mijn voldoening mijn snor door de afvoer verdwijnen. Mijn ouders hebben er nooit iets van gezegd, maar ik geloof wel dat ik mijn moeder een zucht van verlichting hoorde slaken.
Jaren later heb ik nog eens een baard laten staan, maar dat was meer voor de grap. Omdat ik in die tijd lang haar en een Lennon-brilletje droeg, zag ik eruit als een verwilderde jongerenwerker. Er bestaan foto's van, maar die heb ik zorgvuldig verstopt. Na een week of vijf vond ik het welletjes. Tussen mij en facial hair is het sindsdien nooit meer iets geworden.
Sinds de jaren negentig is gezichtsbeharing niet meer sociaal acceptabel. Okee, er zijn nog wel mannen met snorren, maar meestal zijn dat beroepsmilitairen, leernichten of tukkers. Of alledrie. Het idee dat Tom Selleck (met zijn strakke korte broekjes en zijn borstelsnor) ooit doorging voor een sekssymbool werkt enkel nog op de lachspieren. De snor is langzaamaan uit het straatbeeld verdwenen - en hetzelfde geldt voor de baard. Het is goed zo. Een fatsoenlijk man scheert zich. Maar hoe?
Laten we het beestje maar bij zijn naam noemen: alleen een aperte viespeuk scheert zich elektrisch. Toegegeven, dat klinkt een beetje cru. Niet minder dan 45% van de Nederlandse mannen scheert zich immers elektrisch. Maar laten we wel wezen, die mannen hebben blijkbaar een afkeer van water en zeep. Dat moeten wel viezeriken zijn. Als je 's morgens in de trein naast een kerel zit, die ruikt naar drie dagen oud okselzweet en daarbij ook nog hele kazige winden laat, dan weet je: deze vent scheert zich elektrisch. Gelukkig nemen ze meestal de auto.
Nee, beschaafde mannen scheren zich nat. Ik ben geen ochtendmens, verre van, maar het feit dat ik 's morgens mijn tronie mag insmeren met frisse zeep en vervolgens met een vlijmscherp mes diepe voren mag trekken door de schuimlaag maakt veel goed. Het kost niet eens meer tijd dan elektrisch scheren. Eigenlijk kent natscheren maar één nadeel: het kost handenvol geld.
Vroeger was het eenvoudig. Zodra het tijd werd om je te scheren kreeg je van je vader een opklapbaar scheermes. Zo'n mes ging een leven lang mee: als het bot werd zette je het even aan met een leren riem en je kon er weer dagen tegen. Helaas gebeurde het met die messen nogal eens dat iemand zich in slaapdronken toestand de hals afsneed. Ook waren ze razend populair als (zelf-)moordwapen. Vandaar dat ze in de volksmond de omineuze bijnaam 'cutthroat' kregen.
Om verder bloedvergieten te voorkomen vonden de gebroeders Kampfe in 1875 het veiligheidsscheermes uit. De eerste scheermesjes waren duur en moesten voortdurend bijgeslepen worden. Het duurde dan ook nog een kwart eeuw voordat het veiligheidsscheermes populair werd. In 1903 ontwikkelde King C Gillette het wegwerpscheermesje. Die Gillette, een snordrager overigens, was geen domme jongen. Naast het wegwerpscheermes bedacht hij namelijk ook een revolutionaire zwendel, die in de schoolboekjes bekend staat als het 'Razor-and-blades business model'. Het principe is eenvoudig. Je verkoopt een mooi uitziende mesjeshouder met twee mesjes voor een schijntje. Het verlies dat je op deze transactie maakt verdien je vervolgens terug met de verkoop van eindeloze hoeveelheden dure wegwerpscheermesjes.
Het Razor-and-blades-model is sindsdien ontelbare malen gekopieerd, onder meer door aanbieders van mobiele telefonie, makers van game consoles en (tenzij ik me sterk vergis) printerfabrikanten. Ze verkopen hun hardware voor een verliesgevend bedrag en maken vervolgens een killing met belkosten, computerspelletjes en inktpatronen. En met scheermesjes dus. De ouderwetse platte scheermesjes zie je bijna nergens meer: Gillette heeft er alles aan gedaan om die te doen vergeten**. Sinds het begin van de jaren '70 bedachten ze eens in de drie jaar een nieuw 'scheersysteem', het een nog fraaier dan het ander.
Dubbele mesjes, mesjes met meedraaiende kop, mesjes met lubrastrip, mesjes met verende kop, driedubbele mesjes met lubrastrip en meedraaiende, verende kop... De evolutie van het scheermes doet nog het meest denken aan een soort wapenwedloop. En toen concurrent Wilkinson Sword een systeem met vier mesjes bedacht was de oplossing snel gevonden: onlangs introduceerde Gillette een systeem met vijf mesjes. Natuurlijk werden de scheermesjes niet alleen fraaier, maar ook exponentieel duurder.
Zodoende stond ik verleden week even vies te kijken toen me in een supermarkt liefst € 10,15 werd gevraagd voor vier Gillette-mesjes. Thuisgekomen onderwierp ik de verpakking aan een nadere inspectie. Waren die mesjes van goud of zo? Nee, dat niet. Maar, juichte de verpakking, aan de lubrastrip waren vitamine E en aloë vera toegevoegd!
Vitamine E en aloë vera. Juist. Leuk hoor, aloë vera. Voor in de rotstuin of zo. En als ik vitamine E wil smeer ik mijn porem wel in met andijvie. Maar ik wil geen vitamine E in mijn scheermesjes. En ook geen aloë vera. Zeker niet als die mesjes daardoor € 2,54 (fl. 5,60!) per stuk gaan kosten. Over scheren gesproken!
De nieuwste truc is de verkoop van trillende scheermesjes met batterijen. De theorie, volgens Gillette althans, is dat de baardharen door de trillingen rechtop gaan staan en aldus makkelijker afgeschoren kunnen worden. Niet alleen is dat aantoonbaar nonsens, het is ook zo'n beetje de smerigste marketingstunt uit de geschiedenis. Want je mag driemaal raden wie de eigenaar is van batterijfabrikant Duracell: juist, diezelfde Gillette Company!
Lezer, het is om je de haren uit je kop te trekken. Ik denk dat ik dat zo dadelijk maar eens ga doen. Uit mijn bovenlip, om te beginnen. Dat scheelt weer mesjes.
*) Voordat u rare dingen gaat denken over mijn vader: hij is een keurige natscheerder. De aanschaf van die Remington moet een bedrijfsongeval zijn geweest. Of hij heeft 'm cadeau gekregen, dat kan ook.
**) Ze zijn nog wel verkrijgbaar, trouwens. Ik heb ze jaren gebruikt en ik zit er hard over te peinzen om dat weer te gaan doen.
Leers voelt geen nattigheid
Op Radio 1 werd vanmorgen Gerd Leers, burgemeester van Maastricht, geïnterviewd. Leers heeft namelijk een geniaal plan: naar aanleiding van de verwachte zeespiegelstijging, waardoor - dat hoopt hij althans - heel West-Nederland blank zal komen te staan, wil de burgemeester ondernemers nu al oproepen om hun 'strategische investeringen' te doen in 'de hoger gelegen gebieden van het land'. In Limburg, bedoelt hij natuurlijk.
Euh... Even denken...
Van de weeromstuit zou ik bijna voor een projectontwikkelaar gaan werken. Ik heb er namelijk van alles voor over om de presentatie bij te wonen, die de Provincie Limburg ongetwijfeld voor potentiële investeerders gaat houden. Met idyllische beelden van de Maas als een vriendelijk kabbelend beekje, zo'n beetje ter hoogte van Itteren en Borgharen. En dan na afloop vragen of ze daar een tweede Schiphol willen neerleggen - ik zie het helemaal voor me. Heerlijk!
|
|
|