Dikke maatjes
Een interessant nieuwtje: de VVD- en SP-fracties in de Eerste Kamer willen hun krachten bundelen tegen de fiscalisering van de AOW. Vooropgesteld dat ze de daartoe vereiste meerderheid krijgen, uiteraard.
Heet dat nou 'de paarse oppositie'? En zou Marijnissen heel erg kribbig worden als je die term laat vallen? Toe, wie probeert het eens?
Brief aan de wethouder van Financiën
Geachte heer Asscher,
Afgelopen week plofte de gecombineerde aanslag van de gemeentebelastingen op mijn deurmat. Dat is ieder jaar weer even schrikken. Gelukkig word ik als huurder alleen voor de afvalstoffenheffing aangeslagen, dat valt dus mee. Toch heb ik over de hoogte van de aanslag een paar vragen, die u wellicht voor me kunt ophelderen.
Ik voer een eenpersoons huishouden. Gemiddeld zet ik eens in de twee weken een volle vuilniszak aan de straat. Hiervoor wordt in Amsterdam-Zuidoost een jaarbedrag van € 250,80 in rekening gebracht - bijna 10 euro per zak. Hoewel ik uitga van de goede trouw van de gemeente, zet ik mijn vraagtekens bij de wijze waarop dat bedrag is vastgesteld. Ik heb dus een paar algemeen beschikbare gegevens naast elkaar gelegd en ben eens gaan plussen en minnen. Rekent u even mee?
Lees verder en reageer op Amsterdam Centraal
Verbouwen
Ik heb acht jaar van m'n leven doorgebracht als vrijgezel
In een rommelig studentenhuis en dat beviel me wel.
We woonden met z'n drieën in een nogal krappe flat,
Dus ik leefde in de stad en in het huis daar stond m'n bed.
Het huis was van de huurbaas en m'n tijd die was van mij.
Ik werkte door de week en in het weekend was ik vrij.
Ik hield me ver van stofzuigers en emmers vol met sop
En om de boel te gaan verbouwen, zoiets kwam niet bij me op
Tot ik op een kouwe avond, in een kroeg in Amsterdam,
Zomaar plotseling het meisje van mijn dromen tegenkwam.
Ik heb meteen twee mooie gouwe ringen uitgezocht
En niet lang daarna een rijtjeshuis in Lelystad gekocht.
(refr.)
Nu breng ik al m'n vrije zaterdagen in de Gamma door
En kijk verlangend uit naar maandag en m'n baantje op kantoor.
Verbouwen kost een zee van tijd en bakken vol met poen:
Wie met een meisje samenwoont hep ieder weekend wat te doen.
O, ik zie het lijk al drijven als me echtgenote zegt
Dat een dakkapel in drie kwartier kan worden aangelegd.
Ze schijnt niet te beseffen dat de man waarmee ze leeft
Door een ongelukkig toeval enkel linkerhanden heeft.
Ze wil een schommel in de kelder en een glijbaan op het dak,
Ik heb de schrammen op me klauwen en m'n rug zit in de prak.
Ze wil een grindpad op de zolder en een bloemperk in de hal
En ik blijf aan het verbouwen tot ik van m'n stokkie val!
(refr.)
Dus sta ik elke zondagmiddag tot m'n oksels in het puin.
(Ze wil een badkuip in de schuur en een parketvloer in de tuin!)
Verbouwen kost een zee van tijd en bakken vol met poen:
Wie met een meisje samenwoont hep ieder weekend wat te doen.
En de vijver moet geschilderd en het zonnescherm gelakt,
De serre moet behangen en de trap moet afgevlakt,
De deur moet dichtgetimmerd en de gevel weggehakt
En dat moet allemaal per se dit weekend worden aangepakt!
(refr.)
Nu breng ik al m'n vrije zaterdagen in de Gamma door
En kijk verlangend uit naar maandag en m'n baantje op kantoor.
Verbouwen kost een zee van tijd en bakken vol met poen:
Wie met een meisje samenwoont hep ieder weekend wat te doen.
Klussen! Klussen!
Klussen! Klussen!
Klussen!
Klussen!
Yaaaaaah!
Steeds luier
Twintig jaar geleden woonde ik in een dorp op het platteland. In dat dorp was toen nog een bakker. Die bakker zat gewoon om de hoek. Toch kenden we iemand die niet lopend of met de fiets, maar met de auto naar de bakker ging. Over zulke dingen werd uitvoerig gepraat; op feestjes werd er lacherig over gedaan.
Toen ik in Amsterdam kwam wonen verbaasde ik me over mijn collega's, die bijna geen meter aflegden zonder hun auto. En dat in een stad met een uitstekend openbaar vervoernet. Het ging nogal ver. Ooit moest er iemand worden uitgevaren op Westgaarde. We werkten aan de Zuidermolenweg, driehonderd meter verderop. Toch zijn we toen van de zaak in een lange colonne auto's naar het crematorium gereden. (De dode arriveerde overigens in een separate stoet.)
Mijn huidige collega's maken het nog bonter. We hebben twee kantoren, die pal tegenover elkaar aan dezelfde straat liggen. Aan de overkant zit op de twaalfde etage een heuse fitnessruimte. Het gebeurt geregeld dat een collega, die even gaat fitnessen, daarvoor de auto pakt. U denkt dat ik overdrijf, dat ik u voor de mal houd, dat ik dit verzin? Nee.
Het ergste is dat we dit soort dingen normaal beginnen te vinden. Sterker: ik begin een beetje aan mijn eigen verstand te twijfelen. 'Oh, da's tien minuutjes lopen,' hoor ik mezelf geregeld roepen. 'Met de auto doe je er net zo lang over.' In zo'n geval word ik verbijsterd aangekeken. Tien minuten lopen, da's absurd, roekeloos en pervers. Normale mensen willen tien minuten stilzitten. Dat heet mobiliteit. En dat is een recht.
Het voorlopige dieptepunt in deze tendens werd gisteravond bereikt in de Schouwburg van Almere. Daar reden musicalsterren Bettina Holwerda en Jim Bakkum met een auto de orkestbak in. Lezer, ik ben opgegroeid in de jaren '70 en '80, het tijdperk van punk en eksperimenteel tejater. Ik heb heus wel eens iemand in een orkestbak zien lazeren. Maar in mijn tijd deden artiesten dat gewoon te voet.
Het feit dat ze tegenwoordig zelfs voor dat soort klusjes de auto pakken doet het ergste vrezen voor de toekomst. Het komt nooit meer goed.
Klimaatpessimisme

Misverstand

'Holy shit!', dacht ik bij het zien van deze kop, 'Dat zijn Amerikaanse percentages! Geen wonder dat ze twee man op één cel willen zetten!'
Het was nog vroeg.
Een fractie van een seconde later daagde het besef dat de vastentijd begonnen is.
Euh... Oh ja.
Brevet van onvermogen

De Amsterdamse politie heeft het niet makkelijk. Het valt in een normale baan al niet mee om je prioriteitstelling te bepalen, maar voor Mokumse koddebeiers is er geen beginnen aan. In een losgeslagen oord als Amsterdam is simpelweg teveel te doen. Moord, vechtpartijen, inbraken en ontvoeringen: wie een willekeurige greep doet uit de nieuwsberichten zou licht de indruk krijgen dat onze agenten de hele dag op hun handen zitten. Niets is minder waar.
Integendeel, de politie doet al het mogelijke om de spreekwoordelijke Amsterdamse wetteloosheid te beteugelen. Fietsers zonder licht worden staande gehouden, oplettende burgers preventief gefouilleerd, blowverboden worden gehandhaafd en mensen die in de metro hun bammetjes eten beboet.
Lees verder en reageer op Amsterdam Centraal.
Lik op stuk (2)
- Dat is dan zeven euro vijfenzestig.
- Alstublieft, twintig euro.
- U heeft het niet kleiner?
- Jazeker wel, mits u het aanmerkelijk goedkoper heeft.
Wat klopt hier niet?

Onder historici is het een bekend gegeven: het morele peil van een samenleving valt af te lezen aan ge- en verbodsbepalingen. Zie je in wetsteksten uit een bepaalde streek bijvoorbeeld veel artikelen over messen en drankgebruik, dan kun je voetstoots aannemen dat de mensen er zuipschuiten en vechtjassen zijn.
Als we dit gegeven toepassen op bovenstaande foto, dan blijkt wel dat wetteloosheid en anarchie in Amsterdam (en in Zuidoost in het bijzonder) hoogtij vieren. Ik bedoel: dat het doorgaand rijverkeer gestremd is, dat ziet een kind. Alleen een Amsterdammer zal proberen om zijn auto nog door het nauwe gangetje aan de linkerkant te persen. En dan boos worden als er een tegenligger aankomt.
Maar het meest tekenend is misschien wel de locatie van het bord: het hangt middenin een voetgangerszone.
Kappen nou!
Maquettes zijn verraderlijke dingen. Ze geven een nieuw te bouwen woonwijk, bedrijventerrein of stadspark weer in zijn ideale vorm. Zo ontbreken op een maquette de graffiti, het straatvuil en de lange rijen geparkeerde auto's.
Daarnaast ontbreken de mensen. Natuurlijk: op de geprojecteerde straten en pleinen worden altijd wel wat poppetjes neergestrooid, maar dat zijn onveranderlijk representatieve, welvarende poppetjes. Hier duwt een vrouw een kinderwagen, daar torst een zakenman zijn aktentas en op een bankje zit een ouder echtpaar te suffen. Nooit zie je op een maquette een troepje hangjongeren bij elkaar klitten. Nooit raast er een pizzakoerier op levensgevaarlijke wijze over het trottoir. Zwervers, junks en dealers zul je op de maquette vergeefs zoeken.
Lees verder en reageer op Amsterdam Centraal.
Lik op stuk
- ...en verkoopt u ook postzegels?
- Het spijt me meneer, alleen bij wenskaarten.
- Oh.
(...)
- U heeft het niet kleiner?
- Het spijt me meneer, alleen bij postzegels.
- Oh.
Nordic walking
'Je ziet soms rare dingen', sprak een veelbereisd Chinees
Terwijl hij met een brede glimlach op zijn voorhoofd wees.
'Zo ging er laatst in Nederland een wereld voor me open:
Wil je geloven dat de mensen daar met stokjes lopen?'
Opzoeken!

Ik ben geen lichtgelovig iemand. Als iemand iets zegt neem ik dat niet voetstoots aan. Sterker: over het algemeen ben ik geneigd om iedere mededeling, hoe triviaal ook, stante pede te controleren. Dat kan heel vermoeiend zijn, bijvoorbeeld op feestjes, waar je het ene merkwaardige verhaal na het andere hoort, terwijl er niet altijd voldoende naslagwerken voorhanden zijn. Mijn vrienden weten dat inmiddels. Weliswaar nodigen ze me nog uit voor hun feestjes, maar bij binnenkomst word ik vlug met een goeie fles wijn in de studeerkamer geposteerd. Af en toe sturen ze iemand naar binnen om iets onwaarschijnlijks tegen me te zeggen, dat ik dan meteen kan opzoeken. Zo heb ik ook een leuke avond.
Door iedere mededeling op die manier te toetsen, heb ik in de loop der jaren een encyclopedische kennis van nutteloze feiten en feitjes verworven. Maar soms slipt er weleens een feitje doorheen. Neem nu het geval van de Schreierstoren. Jarenlang heb ik geloofd dat die aan zijn naam is gekomen doordat zeelieden er door hun huilende vrouwen werden uitgezwaaid. Als ik me niet vergis heb ik dat zelfs op school geleerd. Desondanks heb ik nooit de moeite genomen om het verhaal te controleren. Het is immers een heel plausibele geschiedenis.
Plausibel maar onjuist. Niet lang geleden wandelde ik langs de Prins Hendrikkade naar het Centraal. Aan de gevel van de Schreierstoren, zag ik, was zo'n poepbruin ANWB-bordje bevestigd, waarop informatie over het monument te lezen was. Normaal gesproken negeer ik die bordjes: de schaarse informatie die erop staat heb ik natuurlijk allang opgezocht. Maar dit keer - ik had tijd over - was ik benieuwd of het aardige verhaal over die zeemansvrouwen ook werd vermeld. Nee dus. 'De naam van de toren', stond er op het bordje, 'is afgeleid van het feit dat de stadsmuur op deze plek een scherpe (scrayer) hoek maakte.'
Dat is een heel wat prozaïscher geschiedenis. En dat is jammer. Maar wat me werkelijk frustreert is dat ik dat verhaal van die huilende vrouwen twintig jaar lang geloofd heb. Dat ik nooit eens heb nagekeken of het waar was. En dat terwijl een kind weet dat namen van plaatsen of gebouwen niet altijd met de werkelijkheid overeenstemmen. Om dat te zien hoef je alleen maar op Gein uit de metro te stappen.
NASCHRIFT: Het is nog erger dan ik dacht. Geert Mak schrijft in Een kleine geschiedenis van Amsterdam het volgende: 'Of de Schreierstoren - waarvan de naam overigens niets te maken heeft met snikkende zeemansvrouwen, maar alles met de 'schreye' (scherpe) hoek waarin het ding gebouwd is.' Dat boek heb ik toch al elf jaar geleden gelezen, maar op de een of andere manier is dit feitje niet blijven hangen. Merkwaardig.
Ko's korte kür
Wie zijn tijd wil verkwanselen heeft keus uit een breed scala van nutteloze activiteiten. Zo heb je bijvoorbeeld mensen die wijnen verzamelen. Wijn, lezer, is om op te drinken. Niet om in een album te plakken, aan de muur te hangen of in een stoffige kelder te bewaren. Het verzamelen van wijn is bij uitstek een zinloze bezigheid. Hetzelfde geldt voor sport, de meeste vormen van betaald werk en (eerlijk is eerlijk) het bijhouden van een weblog. Maar de moeder van alle nutteloze bezigheden is dansen.
Dansen, of het onbeholpen geflapper met armen en benen dat daarvoor doorgaat, is het ultieme non-cerebrale tijdverdrijf. Daarnaast dient het geen enkel rationeel te bepalen doel. Natuurlijk: in het dierenrijk vervullen dans-achtige bewegingen een belangrijke rol bij het paringsritueel. Maar wij mensen hebben, juist om dat soort ongemakken te voorkomen, communicatiemiddelen als conversatie, literatuur, poëzie - nou ja, kortom, taal - bedacht. Het proces dat daaraan ten grondslag ligt heet evolutie.
Wie danst ontkent de evolutie. Wie de evolutie ontkent geeft blijk van een verrassend gebrek aan respect voor zijn voorouders, zijn soort en de natuurlijke ontwikkeling. Toch staat dansen, in bepaalde bevolkingsgroepen althans, nog altijd in hoog aanzien. Sterker: er schijnen mensen te bestaan die dansen beschouwen als randvoorwaarde voor een geslaagde relatie.
Zelf heb ik dat nooit zo goed begrepen. Door je partner ten dans te vragen geef je immers twee heel verkeerde signalen af: 'ik vind je niet aantrekkelijk genoeg om meteen de koffer in te duiken' en 'we hebben elkaar te weinig te zeggen om een goed gesprek gaande te houden'. Dat kan nooit goed gaan.
Ooit heb ik me laten vertellen dat, in het puriteinse Amerika van de jaren tachtig, het woord 'dansen' werd gebruikt als eufemisme voor het iets minder politiek correcte 'neuken'. Of dat waar is weet ik niet - wie begrijpt er immers ooit een Amerikaan - maar het is wel zo dat in die periode een flink aantal platen werd uitgebracht, waarvan de tekst voornamelijk om dansen draaide. Dat leidde tot allerlei pijnlijke misverstanden.
Neem nu het geval Whitney Houston. 'Oooooooh,' zong ze in 1987, 'I wanna dance with somebody, with somebody who loves me'. Nu had Whitney een goed gesprek kunnen voeren met haar geliefde, over literatuur bijvoorbeeld. Misschien had ze met hem naar bed kunnen gaan. Desnoods hadden ze samen wijnen kunnen verzamelen. Maar nee: Whitney wilde dansen. De gevolgen zijn bekend: twintig jaar later is Whitney een verslaafd wrak, dat door haar echtgenoot met de regelmaat van de klok in elkaar getimmerd wordt. Dat krijg je er nou van.
Het verhaal van Whitney is breed uitgemeten in de internationale schandaalpers. Je zou dus denken dat het gepeupel ervan op de hoogte is en zijn conclusies trekt. Niets is minder waar. Dansen is populairder dan ooit. De commerciële televisiezenders vallen over elkaar heen met het ene dansprogramma na het andere. Door vrienden en collega's met televisie heb ik me laten vertellen dat er nu zelfs twee concurrerende dansprogramma's zijn, waarin de deelnemers niet dansen op een gewone dansvloer, maar op ijs. Nou, dat kan ik ook.
Je moet weten dat ik ben opgegroeid op het platteland. En hoewel het daarna allemaal redelijk goed gekomen is, staat naast mijn voordeur nog altijd een paar klompen. Die klompen staan daar niet voor de sier. Als ik even vlug een klusje moet doen in de tuin ('op het erf', zeg ik zelf) schiet ik daarbij mijn klompen aan. Niks geen gehaspel met schoenveters en zo: het scheelt een hoop onhandig gedoe. Meestal, althans.
Vanmorgen moest ik de vuilnisbak buiten zetten - een typische klompenklus. Ik kloste over het plaatsje voor de deur en sleepte de rolcontainer naar de ophaalplek. Alles ging goed tot ik bij het pleintje kwam. In het schemerduister had ik het geniepige laagje ijzel, dat zich 's nachts op de stoeptegels had gevormd, over het hoofd gezien. Klompen en ijzel, da's geen gelukkige combinatie. Juist toen ik de container wilde neerzetten gleed ik uit. Dat wil zeggen, ik voelde dat ik dreigde uit te glijden.
Gelukkig kon ik mijn evenwicht nog net bewaren door me vast te klampen aan de vuilnisbak. De container, door mijn plotselinge omhelzing in onbalans geraakt, dreigde te kapseizen, hetgeen ik corrigeerde door het ding een flinke zet de andere kant uit te geven. Hierdoor gleed ik een aantal meters achteruit, terwijl ik op elegante wijze met armen en benen om me heen maaide. Op het allerlaatste moment wist ik met een hups sprongetje een val te vermijden.
Ondertussen balanceerde de rolcontainer nogal precair op één wiel. Ik zette af en arriveerde juist op tijd om het handvat vast te grijpen. Ik draaide tweemaal om mijn as, de container aan een pink losjes om me heen slingerend. Langzaam minderden we vaart en na een laatste diepe kniebuiging stonden we stil. Ik zuchtte eens diep. Toen ik daarmee klaar was keek ik voorzichtig over mijn schouder of de buren niets gezien hadden. Wel dus. Vanachter hun keukenraam gaven de buurkinderen me een staande ovatie.
In zo'n geval moet je je niet laten kennen. Dus maakte ik een diepe buiging (maar niet te diep) en schuifelde zachtjes mopperend terug naar mijn voordeur. Stadskinderen. Bah. Door een ongezond gebrek aan poldervaarten, molentochten en - niet te vergeten - strenge winters hebben ze geen enkele belangstelling voor de edele kunst van het schaatsen op doorlopers of Noren. Amsterdamse kinderen schaatsen wel, maar alleen op kunst- of hockeyschaatsen. Voeg daarbij de dubieuze invloed van 'Sterren Dansen op het IJs' en je begrijpt dat het nooit meer goed komt.
Hoe het ook zij, eens temeer ben ik gesterkt in mijn overtuiging dat dansen, al dan niet op ijs, een volstrekt nutteloze tijdsbesteding is. Hoewel, er zit één onmiskenbaar voordeel aan. Door het uitvoeren van mijn korte kür op de parkeerplaats heb ik het eeuwigdurende respect van mijn buurkinderen verworven. Dat scheelt zo dadelijk weer sneeuwballen tegen de ruiten.
4-1
De eerste keer was het een Champions League-duel, als ik me niet vergis. En waarschijnlijk was het in 1994, het kan ook langer geleden zijn. Hoe dan ook: al zeker dertien jaar kijken Wouter, Walter, Eelco en ik bijna alle belangrijke voetbalwedstrijden samen. In de loop der jaren zijn we van baan veranderd, verhuisd, getrouwd, gescheiden, de een werd vader, de ander raakte gedesillusioneerd, alles veranderde maar het voetbal bleef. En nóg zijn er mensen die beweren dat het maar een spelletje is.
Meestal kijken we bij Eelco thuis, soms ook in de kroeg. De klassiekers in de Eredivisie, bijvoorbeeld, bekijken we over het algemeen bij O'Donnell's. En al mag je een wedstrijd tegen een middenmoter als Feyenoord eigenlijk nauwelijks nog een klassieker noemen, ook die bekijken we samen. Tradities zijn er om in ere te houden. Aan Ajax-Feyenoord zit een andere traditie vast: als het even kan nodigen we een Feyenoord-fan uit om de wedstrijd met ons te komen bekijken. Meestal is dat W.
W. brengt geluk. Als W. meekijkt kun je ervan opaan dat Feyenoord op overtuigende wijze van de mat wordt geveegd. Het is verrukkelijk om te zien. Voor aanvang van de wedstrijd is hij een en al bravoure. Handenwrijvend en breed grijnzend zit hij op zijn stoel. Hij belooft ons een verpletterende nederlaag en bestelt, vooruitlopend op de overwinning van zijn club, alvast het ene rondje na het andere. Uiteraard zeggen we in zo'n geval niets. We houden er niet van om zijn voorpret te bederven. Bovendien zouden we wel gek zijn om W. tegen de haren in te strijken, zolang hij de drank betaalt.
Zodra er is afgetrapt komt W. tot bedaren. Hij volgt geconcentreerd het verloop van de wedstrijd. Heel af en toe maakt hij nog een opmerking. Na een minuut of vier zegt hij bijvoorbeeld dat de ploegen elkaar aardig in evenwicht houden. Na zeven minuten mompelt hij dat Feyenoord wel weer terugkomt in de wedstrijd. In de dertiende minuut roept hij verontwaardigd dat de scheidsrechter niet deugt. Zodra Feyenoord op achterstand komt zwijgt hij. In de rust zetten we een pilsje voor hem neer, dat hij mokkend achterover slaat.
W. heeft één geluk: hij komt uit de omgeving van Almelo. Als het met Feyenoord niet al te best gaat kan hij dus altijd roepen dat hij eigenlijk voor Heracles is. Meestal gebeurt dat rond de zestigste minuut.
We waren wat onrustig vanmorgen, Wouter, Walter en ik. Bij twaalven ontmoetten we elkaar bij O'Donnell's. Maar de gebruikelijke begroetingen gingen gepaard met bedrukte gezichten: W. had op het laatste moment afgebeld. We bestelden een biertje - dat we zelf moesten betalen - en evalueerden de gerezen situatie. Die zag er niet best uit. Ajax-Feyenoord zonder W., dat was vragen om moeilijkheden. Wouter staarde peinzend in zijn glas. Walter versnipperde een bierviltje. Ik stak een sigaret op en zweeg.
Net toen we rekening begonnen te houden met een bloedeloos gelijkspel stormde Eelco binnen, stuiterend van levenslust, een glimlach van oor tot oor. Op het laatste moment had hij zijn vriendin T. overgehaald om bij O'Donnell's te komen kijken. En T. was Feyenoord-fan! Walter fronste zijn wenkbrauwen: 'Waar is ze dan, die T.?' 'O, die staat alvast een rondje te bestellen aan de bar.' We keken elkaar een ogenblik aan en zakten breed grijnzend achterover. Dit ging helemaal goed komen.
T. zette de biertjes op tafel en stelde zich voor. 'Zo mannen, zijn jullie al voorbereid op een verpletterende nederlaag?' We knikten haar toe en luisterden beleefd terwijl ze verder babbelde over de trefzekerheid van Van Hooijdonk, de balvastheid van Huysegems en de vormcrisis van Sneijder. Gelukkig werd er juist afgetrapt. T. volgde geconcentreerd het verloop van de wedstrijd. 'De ploegen houden elkaar aardig in evenwicht', mompelde ze na vier minuten. Toen Sneijder de bal in de twintigste minuut achter Timmer werkte werd ze stil. In de rust hebben we maar een biertje voor haar neergezet, dat ze mokkend achterover sloeg.
Nadat de wedstrijd was hervat heeft ze niet veel meer gezegd. Of toch: in de loop van de tweede helft ging ze ineens rechtop zitten en keek Eelco even nadenkend aan. 'Weet je,' zei ze, 'eigenlijk ben ik voor FC Groningen.' Onwillekeurig keek ik naar de tijd, die rechtsboven in beeld meeliep. Het was de zestigste minuut.
Te vroeg
Al zeg ik het zelf: onder normale omstandigheden ben ik de vriendelijkheid zelve. Ik ben zachtaardig, tolerant en lankmoedig. Echt: je moet je uiterste best doen om ruzie met me te krijgen. Onder normale omstandigheden, dus. Voor de zekerheid herhaal ik dat even.
's Morgens, echter, huist er een andere ziel in mijn borst. Ik smijt met deuren, sta vloekend onder de douche, eet tierend mijn muesli (da's nog best moeilijk, overigens) en drink zachtjes grommend mijn koffie. Pas als die zijn heilzame werk heeft verricht valt er een redelijk gesprek met me te voeren.
Let wel: ik heb het hier over normale ochtenden. Ochtenden, dus, waarop ik op een door mijzelf - of althans door een redelijk compromis tussen mijzelf en de regelmaat van het bedrijfsleven - bepaald tijdstip kan opstaan. Maar er zijn ook van die ochtenden waarop ik, door welke omstandigheid dan ook, te vroeg wakker word. Op dat soort ochtenden, lezer, komt het niet meer goed.
Hoe, vraag ik me af, moet het dan gesteld zijn met de vleermuis die ik gisteren in Slotervaart zag rondfladderen? Als ik me niet vergis is die twee volle maanden te vroeg uit zijn winterslaap ontwaakt. Van de gemoedsbewegingen van vleermuizen heb ik weinig verstand, maar als je het mij vraagt moet dat beest een massief ochtendhumeur hebben. En als hij er straks achter komt dat er zo vroeg in het jaar nog geen insecten zijn is de boot helemaal aan. Daar helpt zelfs geen koffie meer.
Arm beest. Ik hoop dat-ie de slaap nog kan vatten.
|
|
|