Bijbelstudie
'Zeg mij wie uw vrienden zijn, en ik zal u zeggen wie gij zijt.' Dat klinkt verleidelijk eenvoudig, maar ik daag je uit. Mijn vriendenkring bestaat uit een allegaartje van biologen, bankwerkers, journalisten, junkies, poëten, politici, wetenschappers en werklozen. Maar één ding hebben ze bijna allemaal gemeen: ze zijn niet gelovig. Onder al mijn vrienden loopt maar één belijdend protestant rond, en die komt alleen voor uitvaarten in de kerk.
Met de bijbelkennis van mijn vrienden is het dien ten gevolge treurig gesteld. Het scheppingsverhaal en de zondeval, de geboorte en dood van Jezus, de zondvloed en zo hier en daar een gebod, dan heb je het wel gehad. Maar er is één bijbelfragment dat ze stuk voor stuk met griezelige precisie kunnen reciteren - en dat doen ze dan ook graag. Uiteraard is het een fragment van erotische aard:
'Uw beide borsten zijn als tweeling-jongen van gazellen, die te midden van de leliën weiden.' (Hooglied 4:5).
Bovenstaand fragment komt uit de NBG-vertaling 1951, de meest algemene vertaling, voor zover ik weet. In de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) die in 2004 verscheen staat het als volgt:
'Je borsten zijn als kalfjes, als de tweeling van een gazelle, die tussen de lelies weidt.'
Dat is een nogal boude vergelijking. Als zich op de borsten van mijn partner hoorns of een geweitje zouden aftekenen, zou ik haar terstond verkopen aan het circus. Ik moet er dan ook van uitgaan dat hier sprake is van een dichterlijke vrijheid. Maar laten we, nu we toch bezig zijn, de tekst nog eens nader onder de loep nemen.
Zoals je ziet is er tussen 1951 en 2004 nogal wat veranderd. Aan de verschillen tussen beide fragmenten zou je een aantal opmerkelijke sociologische conclusies kunnen verbinden:
1. De gewoonte om de geliefde te vousvoyeren is ergens tussen 1951 en 2004 verloren gegaan. We zullen dit maar beschouwen als een symptoom van de algehele zedenverwildering die in de loop van diezelfde jaren heeft toegeslagen.
2. In de NBG-vertaling zijn de tweeling-jongen afkomstig van 'gazellen', niet, zoals de NBV beweert, van 'een gazelle'. Vermoedelijk heeft de NBG-versie het hier bij het rechte eind. Immers: er vanuit gaande dat onbevlekte ontvangenis een verschijnsel is dat zich voornamelijk bij mosselen, bepaalde haaiensoorten en (in uitzonderlijke gevallen) bij mensen voordoet, komt aan de verwekking van tweeling-jongen altijd meer dan één gazelle te pas.
Nu kan het zo zijn dat het met de huwelijkse trouw van deze gazellen treurig gesteld is, of dat Pa Gazelle bij het weiden tussen de leliën gegrepen is door een hongerige leeuw, maar daarover wordt niets vermeld. Het is dan ook wat voorbarig van de NBV-vertalers om meteen maar uit te gaan van een één-oudergezin, al kan ter verdediging worden aangevoerd dat de makers van de Statenvertaling er al in 1635 net zo over dachten. Laten we de Statenvertaling er dus eens bijpakken:
'Uwe twee borsten zijn gelijk twee welpen, tweelingen van eene ree, die onder de leliën weiden.'
Hier doet zich iets wonderlijks voor. Blijkbaar hebben zich sinds 1635 niet alleen sociologische, maar ook zoölogische veranderingen voorgedaan.
In de eerste plaats lijkt het mij zeer de vraag of reeën welpen werpen. Dat doen ze mijns inziens niet, en naar ik meen was dat ook in 1635 niet het geval. Welpen worden over het algemeen geworpen door leeuwen, tijgers of wolven, en geloof me, zodra die ergens een ree ontwaren komt er van dat hele geweid tussen de leliën weinig meer terecht. Dat wordt rennen geblazen.
Bovendien moet worden vastgesteld dat de reeën uit 1635 in de 20e eeuw ineens gazellen zijn geworden. Waarschijnlijk is dat correct: het verspreidingsgebied van het Europese ree (Capreolus capreolus) strekt zich uit tot in Syrië en Noord-Irak, maar zuidelijker komt het ree niet voor. Vermoedelijk gaat het in de brontekst van het Hooglied dan ook om de dorcasgazelle (Gazella dorcas), die nog altijd in Israël voorkomt.
Dat is een storende fout in de Statenbijbel. Als je geroepen bent om op last van de hoog-mogende heeren Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden alle de canonieke boeken des Ouden en Nieuwen Testaments te vertalen, dan mogen we toch op z'n minst verwachten dat je een gazelle van een ree kunt onderscheiden. Toegegeven: in de Vulgaat, de Latijnse vertaling die door het Vaticaan wordt gehanteerd, is ook sprake van 'capreae', van reeën dus. Maar als het de bedoeling was geweest om de fouten van de roomse kerk klakkeloos over te nemen, hadden ze die hele Reformatie net zo goed achterwege kunnen laten.
Verder heeft zich sinds de 17e eeuw een opmerkelijke verschuiving voorgedaan in de rolverdeling van de weidende reeën. In de Statenbijbel wordt door een subtiel onderscheid tussen enkel- en meervoud (tweelingen van eene ree, die onder de leliën weiden) duidelijk dat het de jonge reeën zijn, en niet de moeder, die onder de leliën weiden. Moeder is blijkbaar even met iets anders bezig. Vermoedelijk staat ze op leeuwen, tijgers of wolven te letten. Maar wat zien we bij de bestudering van de 20e-eeuwse teksten? Enkel- en meervoud zijn rücksichtslos overboord gezet.
In de NBG-vertaling wordt gesproken over 'tweeling-jongen van gazellen, die te midden van de leliën weiden' en in de NBV is sprake van 'de tweeling van een gazelle, die tussen de lelies weidt'. Ja hoor eens, wie weidt hier nu? De tweeling(en) of de gazelle(n)? Je zou kunnen aanvoeren dat de komma erop duidt dat het om de jongen gaat, maar weet jij het zeker? In de 17e eeuw hadden ze misschien hun hoefdieren niet allemaal op een rijtje, maar over het weiden lieten ze in elk geval geen misverstand bestaan.
Tot slot lijkt het me nuttig om even in te gaan op het agrarische aspect van de zaak. In mijn jeugd verdiende ik af en toe een centje bij in de bloembollenteelt, en zodoende weet ik het nodige van lelies. Ik heb lelies gekopt, lelies gerooid, leliebollen geplozen en zelfs tussen de leliën gewied. Nu gebeurde dit meestal in de kop van Noord-Holland, waar reeën niet of nauwelijks voorkomen. Ik heb dan ook nog nooit een ree tussen de leliën zien weiden, laat staan een gazelle. Wel heb ik eens meegemaakt dat een veehouder per abuis zijn hek liet openstaan. De gevolgen laten zich raden: niet veel later stonden er twintig koeien tussen onze leliën te weiden.
Gelukkig hebben de schrijvers van het Hooglied zoiets nooit beleefd. Stel je voor dat de bruidegom zijn geliefde had toegevoegd dat haar borsten waren 'als twintig koeien, die tussen de leliën weiden'. Niet alleen had hij dat huwelijk dan wel op zijn buik kunnen schrijven, ook denk ik dat we het in het Oude Testament zonder het Hooglied hadden moeten stellen.
Tik-tik-tik-tik-tik-tik BOEM!

Bij de inrichting van het splinternieuwe Bijlmerstation is niets aan het toeval overgelaten. Zo zijn de perrons bijvoorbeeld voorzien van een handige markering, waardoor blinden en slechtzienden hun weg kunnen vinden zonder onverhoeds ergens tegenaan te blunderen.
Halve service? Halve prijzen!
Britten mogen graag een gokje wagen. In Engeland vind je op elke straathoek een betting shop, waar een bookmaker weddenschappen aanneemt op sportuitslagen, maar ook op zaken als de uitslag van Big Brother, stuklopende showbizhuwelijken of het weer met kerstmis.
Nederland heeft geen bookmakerscultuur. Dat is jammer, want ik zou er graag een substantieel bedrag onder verwedden dat de werkzaamheden aan de Noord-Zuidlijn, die het metroverkeer tussen Duivendrecht en Zuid nu al een maand lamleggen, niet op de geplande datum van 25 augustus klaar zijn. Laat me niet lachen, ik ken het GVB onderhand.
Lees verder en reageer op Amsterdam Centraal.
|
|
|