Natuur vandaag (113)

Vorige week hebben we een fraaie voorjaarswandeling gemaakt door het achterland van Amsterdam. Van mijn huis zijn we langs de Hoge Dijk, het Abcouder Meer, de Holendrecht (voetpontje!) en de Bullewijk naar Ouderkerk aan de Amstel gelopen. In de Hoge Dijk de eerste tjiftjafs van dit jaar gehoord, en bij de Holendrecht de eerste grutto's. Het waren er meteen veel ook: in een stuk ondergelopen land tussen de Holendrecht en de A9 zaten er 100 à 200. Het is lang geleden dat ik er zoveel bij elkaar heb gezien. Af en toe vlogen ze op, een prachtgezicht in het zonlicht.
Verder veel herrie van scholeksters, massa's groenlingen, mezen, merels, zanglijsters, buizerds en de al eerder genoemde tjiffen. Je hoort ook alweer een paar weken de vinken slaan.
Van Ouderkerk aan de Amstel zijn we langs de stille kant van de Amstel doorgelopen. 'Stille kant' was in deze een beetje een relatief begrip: er waren roeiwedstrijden aan de gang en de roeiers (goeiews heten ze officieel, geloof ik) werden luid aangemoedigd door bewonderaars op fietsen en in SUV's. Via de Jan Vroegopsingel en de Utrechtsebrug zijn we naar De Leeuw aan de Vrijheidslaan gekuierd voor een zure haring. En bij Hesp hebben we het eerste terrasje van dit jaar gepikt. Het was nog bitter koud, overigens.
Die wandeling zullen we binnenkort nog eens maken op een minder drukke dag.
Boekennacht

'Ik was een leerling van u', zei de man die me uit de weg had geduwd. 'Dertig jaar geleden.'
'Werkelijk?', vroeg de Bekende Schrijver, en begon het boek dat de man hem voorhield te signeren. 'Hoe heet u?' Aan het achterhoofd van de man kon ik zien dat dit hem speet. Misschien had hij gehoopt dat de oude meester hem met een vreugdekreet zou omhelzen. In elk geval had hij gerekend op een teken van herkenning. Maar A.L. Snijders sprak een paar vriendelijke woorden en wendde zich tot de volgende lezer.
Het kon niet uitblijven dat ik over hem droomde*. Hij gaf weer les, meneer Müller. In Lelystad ditmaal. Op zijn bureau stonden twee potten snoep. Een glazen pot met groot, griezelig gekleurd snoepgoed, zoals je dat vroeger in het zwembad kopen kon. En een blikje met smakelijke luxedropjes - 'volgens ambachtelijk recept'. Aan het eind van iedere les vroeg hij een leerling om een gedicht te reciteren. Wanneer de leerling mooi kon voordragen kreeg hij het bundeltje cadeau. Bovendien mocht hij een dropje uit het blik nemen. Maakte een scholier een zootje van zijn voordracht, dan hield Müller het bundeltje. Maar bij wijze van troost mocht de leerling een keuze maken uit de glazen pot.
De begaafde leerlingen hadden dit vlug door. Ze gingen voor het grote snoepgoed.
*) Die zin kwam me bekend voor. Na lang nadenken herinnerde ik me dat hij afkomstig is uit het dagboek van Johnny van Doorn. Desondanks Daarom laat ik hem maar staan.
Natuur vandaag (112)
Sinds een week of drie word ik 's morgens weer wakker van de zanglijsters. Maar de zanglijster die de afgelopen twee jaar bij m'n buren in de conifeer zat, op tien meter afstand van m'n slaapkamerraam, is blijkbaar verkast. Ik kan niet zeggen dat ik daar erg rouwig om ben.
In de tuin voortdurend gezang van kool- en pimpelmezen, groenlingen, heggemussen, merels, vinken en soms een verdwaalde winterkoning of roodborst. De sneeuwklokjes zijn uitgebloeid, krokussen en vroege narcissen bloeien volop. De eerste witte puntjes zitten in de sleedoorn. De hortensia begint uit te lopen, sommige meidoorns ook al.
Achter de stadsdeelwerf bij de Sneevlietweg zag ik gisteren het eerste groot hoefblad in bloei, de populieren lopen uit, de elzen en berken hangen vol katjes (en vol vogeltjes) en eergisteren zag ik in de avondschemer het eerste vleermuisje fladderen boven het Zuider Amstelkanaal, bij de Minervalaan.
Nu moet het alleen nog 15 graden worden - ik ben er helemaal klaar voor.
Elitair vandalisme

Zit nog na te schudden van de pret.
|
|
|