Hyperlinks weblog
De laatste...



Nou, ze hebben het voor elkaar hoor: met ingang van vandaag mag er in onze kroegen niet meer worden gerookt. Meer dan vierhonderd jaar cultuur en traditie wordt in één klap de nek omgedraaid, opdat ook jonge ouders zich met hun bee-bies in mijn stamcafé kunnen klemzuipen. En dat terwijl het allemaal zo prettig geregeld was: de muggles bleven met hun dreinende kroost uit de kroeg vandaan en ik stak mijn kostelijke corona's niet op in de koffiecorner van de Prénatal. Simpel genoeg zou je zeggen.

Zondag ben ik nog maar even met een goeie vriend en een fijne sigaar de kroeg ingedoken, om te mijmeren over wat goed was en niet meer terugkomt. Ik voorspel een heel nieuwe kroegbeleving: witte plafonds, strak betegelde wanden en TL-licht. Tandartsstoelen in plaats van barkrukken. En personeel in witte jassen, want er mocht eens iemand ziek worden. Dat wordt nog schrikken straks, als we na een avond in de kristalzuivere cafélucht ineens weer buiten staan en de kwalijke uitlaatgassen van de gezinswagens inademen. Dat ze de pleuris krijgen.

Rot op met je Bloemen



Lezer, ik ben een bikkelhard man, maar ook ik heb mijn gevoelens. Zo heb ik een ontzettende grafhekel aan ongevraagd reclamedrukwerk. Bovendien heb ik een vreselijke grafhekel aan opgestoken vingertjes. En ik heb een grote gruwelijke grafhekel aan Karin Bloemen. Toen ik gisteren bij thuiskomst een ongevraagde reclame-envelop vond waarop Karin Bloemen met een opgestoken vingertje stond afgebeeld, waren de gevolgen dan ook voor de hele buurt waarneembaar. Pas na twintig minuten was ik weer een beetje uitgeraasd.

Het ergste is nog dat de gedrukte Karin mij, mijn kind, kat of kanarie vraagt om de envelop aan de vrouw des huizes te geven. De Vrouw Des Goddamn Huizes! Er is hier helemaal geen vrouw des huizes! En geen kind, geen kanarie en ook geen kat! In het Engels bestaat een uitdrukking voor dergelijke lompe gevoelloosheid: 'adding insult to injury'. Zo mooi kunnen we het in het Nederlands niet, maar 'zout in open wonden wrijven' komt aardig in de buurt.

Ik eis excuses! Excuses godverdomme! Bloemen lijken me op hun plaats.

Hoofdzaken van bijzaken scheiden
Kijk: dat er vertrouwelijke stukken van de koningin op straat belanden, zoiets kan gebeuren. En ik begrijp ook best dat de premier daarover vanmiddag een hartig woordje wil gaan praten op het Kabinet van de Koningin. Maar wat ik écht verontrustend vind, is dat Hare Majesteit, die toch een voorbeeldfunctie heeft, heur papier niet recyclet. En zullen we wedden dat daar geen kamervragen over komen?

Dus als de premier vanmiddag klaar is, kan minister Cramer dan nog even langswippen bij het Kabinet van de Koningin om ze eens stevig de oren te wassen?

Merci.

Verbouwen
Ik heb acht jaar van m'n leven doorgebracht als vrijgezel
In een rommelig studentenhuis en dat beviel me wel.
We woonden met z'n drieën in een nogal krappe flat,
Dus ik leefde in de stad en in het huis daar stond m'n bed.

Het huis was van de huurbaas en m'n tijd die was van mij.
Ik werkte door de week en in het weekend was ik vrij.
Ik hield me ver van stofzuigers en emmers vol met sop
En om de boel te gaan verbouwen, zoiets kwam niet bij me op

Tot ik op een kouwe avond, in een kroeg in Amsterdam,
Zomaar plotseling het meisje van mijn dromen tegenkwam.
Ik heb meteen twee mooie gouwe ringen uitgezocht
En niet lang daarna een rijtjeshuis in Lelystad gekocht.

(refr.)
Nu breng ik al m'n vrije zaterdagen in de Gamma door
En kijk verlangend uit naar maandag en m'n baantje op kantoor.
Verbouwen kost een zee van tijd en bakken vol met poen:
Wie met een meisje samenwoont hep ieder weekend wat te doen.

O, ik zie het lijk al drijven als me echtgenote zegt
Dat een dakkapel in drie kwartier kan worden aangelegd.
Ze schijnt niet te beseffen dat de man waarmee ze leeft
Door een ongelukkig toeval enkel linkerhanden heeft.

Ze wil een schommel in de kelder en een glijbaan op het dak,
Ik heb de schrammen op me klauwen en m'n rug zit in de prak.
Ze wil een grindpad op de zolder en een bloemperk in de hal
En ik blijf aan het verbouwen tot ik van m'n stokkie val!

(refr.)
Dus sta ik elke zondagmiddag tot m'n oksels in het puin.
(Ze wil een badkuip in de schuur en een parketvloer in de tuin!)
Verbouwen kost een zee van tijd en bakken vol met poen:
Wie met een meisje samenwoont hep ieder weekend wat te doen.

En de vijver moet geschilderd en het zonnescherm gelakt,
De serre moet behangen en de trap moet afgevlakt,
De deur moet dichtgetimmerd en de gevel weggehakt
En dat moet allemaal per se dit weekend worden aangepakt!

(refr.)
Nu breng ik al m'n vrije zaterdagen in de Gamma door
En kijk verlangend uit naar maandag en m'n baantje op kantoor.
Verbouwen kost een zee van tijd en bakken vol met poen:
Wie met een meisje samenwoont hep ieder weekend wat te doen.

Klussen! Klussen!
Klussen! Klussen!
Klussen!
Klussen!
Yaaaaaah!

Steeds luier
Twintig jaar geleden woonde ik in een dorp op het platteland. In dat dorp was toen nog een bakker. Die bakker zat gewoon om de hoek. Toch kenden we iemand die niet lopend of met de fiets, maar met de auto naar de bakker ging. Over zulke dingen werd uitvoerig gepraat; op feestjes werd er lacherig over gedaan.

Toen ik in Amsterdam kwam wonen verbaasde ik me over mijn collega's, die bijna geen meter aflegden zonder hun auto. En dat in een stad met een uitstekend openbaar vervoernet. Het ging nogal ver. Ooit moest er iemand worden uitgevaren op Westgaarde. We werkten aan de Zuidermolenweg, driehonderd meter verderop. Toch zijn we toen van de zaak in een lange colonne auto's naar het crematorium gereden. (De dode arriveerde overigens in een separate stoet.)

Mijn huidige collega's maken het nog bonter. We hebben twee kantoren, die pal tegenover elkaar aan dezelfde straat liggen. Aan de overkant zit op de twaalfde etage een heuse fitnessruimte. Het gebeurt geregeld dat een collega, die even gaat fitnessen, daarvoor de auto pakt. U denkt dat ik overdrijf, dat ik u voor de mal houd, dat ik dit verzin? Nee.

Het ergste is dat we dit soort dingen normaal beginnen te vinden. Sterker: ik begin een beetje aan mijn eigen verstand te twijfelen. 'Oh, da's tien minuutjes lopen,' hoor ik mezelf geregeld roepen. 'Met de auto doe je er net zo lang over.' In zo'n geval word ik verbijsterd aangekeken. Tien minuten lopen, da's absurd, roekeloos en pervers. Normale mensen willen tien minuten stilzitten. Dat heet mobiliteit. En dat is een recht.

Het voorlopige dieptepunt in deze tendens werd gisteravond bereikt in de Schouwburg van Almere. Daar reden musicalsterren Bettina Holwerda en Jim Bakkum met een auto de orkestbak in. Lezer, ik ben opgegroeid in de jaren '70 en '80, het tijdperk van punk en eksperimenteel tejater. Ik heb heus wel eens iemand in een orkestbak zien lazeren. Maar in mijn tijd deden artiesten dat gewoon te voet.

Het feit dat ze tegenwoordig zelfs voor dat soort klusjes de auto pakken doet het ergste vrezen voor de toekomst. Het komt nooit meer goed.

Lik op stuk (2)
- Dat is dan zeven euro vijfenzestig.
- Alstublieft, twintig euro.
- U heeft het niet kleiner?
- Jazeker wel, mits u het aanmerkelijk goedkoper heeft.

Lik op stuk
- ...en verkoopt u ook postzegels?
- Het spijt me meneer, alleen bij wenskaarten.
- Oh.

(...)

- U heeft het niet kleiner?
- Het spijt me meneer, alleen bij postzegels.
- Oh.

Nordic walking
'Je ziet soms rare dingen', sprak een veelbereisd Chinees
Terwijl hij met een brede glimlach op zijn voorhoofd wees.
'Zo ging er laatst in Nederland een wereld voor me open:
Wil je geloven dat de mensen daar met stokjes lopen?'

Ko's korte kür
Wie zijn tijd wil verkwanselen heeft keus uit een breed scala van nutteloze activiteiten. Zo heb je bijvoorbeeld mensen die wijnen verzamelen. Wijn, lezer, is om op te drinken. Niet om in een album te plakken, aan de muur te hangen of in een stoffige kelder te bewaren. Het verzamelen van wijn is bij uitstek een zinloze bezigheid. Hetzelfde geldt voor sport, de meeste vormen van betaald werk en (eerlijk is eerlijk) het bijhouden van een weblog. Maar de moeder van alle nutteloze bezigheden is dansen.

Dansen, of het onbeholpen geflapper met armen en benen dat daarvoor doorgaat, is het ultieme non-cerebrale tijdverdrijf. Daarnaast dient het geen enkel rationeel te bepalen doel. Natuurlijk: in het dierenrijk vervullen dans-achtige bewegingen een belangrijke rol bij het paringsritueel. Maar wij mensen hebben, juist om dat soort ongemakken te voorkomen, communicatiemiddelen als conversatie, literatuur, poëzie - nou ja, kortom, taal - bedacht. Het proces dat daaraan ten grondslag ligt heet evolutie.

Wie danst ontkent de evolutie. Wie de evolutie ontkent geeft blijk van een verrassend gebrek aan respect voor zijn voorouders, zijn soort en de natuurlijke ontwikkeling. Toch staat dansen, in bepaalde bevolkingsgroepen althans, nog altijd in hoog aanzien. Sterker: er schijnen mensen te bestaan die dansen beschouwen als randvoorwaarde voor een geslaagde relatie.

Zelf heb ik dat nooit zo goed begrepen. Door je partner ten dans te vragen geef je immers twee heel verkeerde signalen af: 'ik vind je niet aantrekkelijk genoeg om meteen de koffer in te duiken' en 'we hebben elkaar te weinig te zeggen om een goed gesprek gaande te houden'. Dat kan nooit goed gaan.

Ooit heb ik me laten vertellen dat, in het puriteinse Amerika van de jaren tachtig, het woord 'dansen' werd gebruikt als eufemisme voor het iets minder politiek correcte 'neuken'. Of dat waar is weet ik niet - wie begrijpt er immers ooit een Amerikaan - maar het is wel zo dat in die periode een flink aantal platen werd uitgebracht, waarvan de tekst voornamelijk om dansen draaide. Dat leidde tot allerlei pijnlijke misverstanden.

Neem nu het geval Whitney Houston. 'Oooooooh,' zong ze in 1987, 'I wanna dance with somebody, with somebody who loves me'. Nu had Whitney een goed gesprek kunnen voeren met haar geliefde, over literatuur bijvoorbeeld. Misschien had ze met hem naar bed kunnen gaan. Desnoods hadden ze samen wijnen kunnen verzamelen. Maar nee: Whitney wilde dansen. De gevolgen zijn bekend: twintig jaar later is Whitney een verslaafd wrak, dat door haar echtgenoot met de regelmaat van de klok in elkaar getimmerd wordt. Dat krijg je er nou van.

Het verhaal van Whitney is breed uitgemeten in de internationale schandaalpers. Je zou dus denken dat het gepeupel ervan op de hoogte is en zijn conclusies trekt. Niets is minder waar. Dansen is populairder dan ooit. De commerciële televisiezenders vallen over elkaar heen met het ene dansprogramma na het andere. Door vrienden en collega's met televisie heb ik me laten vertellen dat er nu zelfs twee concurrerende dansprogramma's zijn, waarin de deelnemers niet dansen op een gewone dansvloer, maar op ijs. Nou, dat kan ik ook.

Je moet weten dat ik ben opgegroeid op het platteland. En hoewel het daarna allemaal redelijk goed gekomen is, staat naast mijn voordeur nog altijd een paar klompen. Die klompen staan daar niet voor de sier. Als ik even vlug een klusje moet doen in de tuin ('op het erf', zeg ik zelf) schiet ik daarbij mijn klompen aan. Niks geen gehaspel met schoenveters en zo: het scheelt een hoop onhandig gedoe. Meestal, althans.

Vanmorgen moest ik de vuilnisbak buiten zetten - een typische klompenklus. Ik kloste over het plaatsje voor de deur en sleepte de rolcontainer naar de ophaalplek. Alles ging goed tot ik bij het pleintje kwam. In het schemerduister had ik het geniepige laagje ijzel, dat zich 's nachts op de stoeptegels had gevormd, over het hoofd gezien. Klompen en ijzel, da's geen gelukkige combinatie. Juist toen ik de container wilde neerzetten gleed ik uit. Dat wil zeggen, ik voelde dat ik dreigde uit te glijden.

Gelukkig kon ik mijn evenwicht nog net bewaren door me vast te klampen aan de vuilnisbak. De container, door mijn plotselinge omhelzing in onbalans geraakt, dreigde te kapseizen, hetgeen ik corrigeerde door het ding een flinke zet de andere kant uit te geven. Hierdoor gleed ik een aantal meters achteruit, terwijl ik op elegante wijze met armen en benen om me heen maaide. Op het allerlaatste moment wist ik met een hups sprongetje een val te vermijden.

Ondertussen balanceerde de rolcontainer nogal precair op één wiel. Ik zette af en arriveerde juist op tijd om het handvat vast te grijpen. Ik draaide tweemaal om mijn as, de container aan een pink losjes om me heen slingerend. Langzaam minderden we vaart en na een laatste diepe kniebuiging stonden we stil. Ik zuchtte eens diep. Toen ik daarmee klaar was keek ik voorzichtig over mijn schouder of de buren niets gezien hadden. Wel dus. Vanachter hun keukenraam gaven de buurkinderen me een staande ovatie.

In zo'n geval moet je je niet laten kennen. Dus maakte ik een diepe buiging (maar niet te diep) en schuifelde zachtjes mopperend terug naar mijn voordeur. Stadskinderen. Bah. Door een ongezond gebrek aan poldervaarten, molentochten en - niet te vergeten - strenge winters hebben ze geen enkele belangstelling voor de edele kunst van het schaatsen op doorlopers of Noren. Amsterdamse kinderen schaatsen wel, maar alleen op kunst- of hockeyschaatsen. Voeg daarbij de dubieuze invloed van 'Sterren Dansen op het IJs' en je begrijpt dat het nooit meer goed komt.

Hoe het ook zij, eens temeer ben ik gesterkt in mijn overtuiging dat dansen, al dan niet op ijs, een volstrekt nutteloze tijdsbesteding is. Hoewel, er zit één onmiskenbaar voordeel aan. Door het uitvoeren van mijn korte kür op de parkeerplaats heb ik het eeuwigdurende respect van mijn buurkinderen verworven. Dat scheelt zo dadelijk weer sneeuwballen tegen de ruiten.

Een harige kwestie
Nog niet eens zo heel lang geleden gold een snor als teken van mannelijke viriliteit. Een besnord acteur als Burt Reynolds ging door voor een stoere macho. En het is amper voor te stellen, maar halverwege de jaren '80 vielen vrouwen massaal voor Tom Selleck in zijn rol als Magnum P.I. Rond diezelfde tijd tekenden zich op mijn bovenlip voorzichtig de eerste sprietjes af van wat later een stugge baardgroei zou worden. U begrijpt: ik was de koning te rijk.

Als ik alleen thuis was sloot ik me op in de badkamer. In de spiegel volgde ik nauwlettend de ontwikkeling van wat ik, met gezond gebrek aan zelfreflectie, mijn 'snor' was gaan noemen. O, ik wilde de haren wel uit mijn bovenlip kijken. Ik cultiveerde ieder donshaartje, borstelde ze op met een beetje water en soms kleurde ik ze zelfs bij met het wenkbrauwpotlood van mijn moeder (sorry mam). Na verloop van een paar maanden ontstond een concentratie dons die met een beetje recht een snor genoemd kon worden. 'Jongen,' bromde mijn vader, 'het wordt tijd dat je je gaat scheren.'

Het uitspreken van deze simpele formule vormt een belangrijke rite de passage in het leven van elke jongen. Vaders weten zoiets. Het moet voor hem dan ook een milde teleurstelling zijn geweest dat ik hem aankeek alsof hij helemaal gek geworden was. Uiteindelijk sloten we een compromis: ik zou me elektrisch scheren met zijn oude Remington*, maar het bosje haar op mijn bovenlip bleef intact. Het is onvoorstelbaar maar waar: meer dan een jaar van mijn leven ben ik naar de middelbare school gegaan met een 'snor'. Ik werd er niet eens mee gepest - mijn klasgenoten waren te druk met het kweken van hun eigen gezichtsbeharing om acht te slaan op de mijne. Alleen het versieren van meisjes was natuurlijk uitgesloten. Die droomden allemaal van Tom Selleck.

Vlak voor mijn zeventiende verjaardag kwam er een eind aan mijn pogingen. Op een ochtend keek ik in de spiegel en zag ik ineens wat ik was: een loser met een beetje puberdons op zijn bovenlip. Ik greep een scheermes - de Remington had ik inmiddels afgezworen - en niet veel later zag ik tot mijn voldoening mijn snor door de afvoer verdwijnen. Mijn ouders hebben er nooit iets van gezegd, maar ik geloof wel dat ik mijn moeder een zucht van verlichting hoorde slaken.

Jaren later heb ik nog eens een baard laten staan, maar dat was meer voor de grap. Omdat ik in die tijd lang haar en een Lennon-brilletje droeg, zag ik eruit als een verwilderde jongerenwerker. Er bestaan foto's van, maar die heb ik zorgvuldig verstopt. Na een week of vijf vond ik het welletjes. Tussen mij en facial hair is het sindsdien nooit meer iets geworden.

Sinds de jaren negentig is gezichtsbeharing niet meer sociaal acceptabel. Okee, er zijn nog wel mannen met snorren, maar meestal zijn dat beroepsmilitairen, leernichten of tukkers. Of alledrie. Het idee dat Tom Selleck (met zijn strakke korte broekjes en zijn borstelsnor) ooit doorging voor een sekssymbool werkt enkel nog op de lachspieren. De snor is langzaamaan uit het straatbeeld verdwenen - en hetzelfde geldt voor de baard. Het is goed zo. Een fatsoenlijk man scheert zich. Maar hoe?

Laten we het beestje maar bij zijn naam noemen: alleen een aperte viespeuk scheert zich elektrisch. Toegegeven, dat klinkt een beetje cru. Niet minder dan 45% van de Nederlandse mannen scheert zich immers elektrisch. Maar laten we wel wezen, die mannen hebben blijkbaar een afkeer van water en zeep. Dat moeten wel viezeriken zijn. Als je 's morgens in de trein naast een kerel zit, die ruikt naar drie dagen oud okselzweet en daarbij ook nog hele kazige winden laat, dan weet je: deze vent scheert zich elektrisch. Gelukkig nemen ze meestal de auto.

Nee, beschaafde mannen scheren zich nat. Ik ben geen ochtendmens, verre van, maar het feit dat ik 's morgens mijn tronie mag insmeren met frisse zeep en vervolgens met een vlijmscherp mes diepe voren mag trekken door de schuimlaag maakt veel goed. Het kost niet eens meer tijd dan elektrisch scheren. Eigenlijk kent natscheren maar één nadeel: het kost handenvol geld.

Vroeger was het eenvoudig. Zodra het tijd werd om je te scheren kreeg je van je vader een opklapbaar scheermes. Zo'n mes ging een leven lang mee: als het bot werd zette je het even aan met een leren riem en je kon er weer dagen tegen. Helaas gebeurde het met die messen nogal eens dat iemand zich in slaapdronken toestand de hals afsneed. Ook waren ze razend populair als (zelf-)moordwapen. Vandaar dat ze in de volksmond de omineuze bijnaam 'cutthroat' kregen.

Om verder bloedvergieten te voorkomen vonden de gebroeders Kampfe in 1875 het veiligheidsscheermes uit. De eerste scheermesjes waren duur en moesten voortdurend bijgeslepen worden. Het duurde dan ook nog een kwart eeuw voordat het veiligheidsscheermes populair werd. In 1903 ontwikkelde King C Gillette het wegwerpscheermesje. Die Gillette, een snordrager overigens, was geen domme jongen. Naast het wegwerpscheermes bedacht hij namelijk ook een revolutionaire zwendel, die in de schoolboekjes bekend staat als het 'Razor-and-blades business model'. Het principe is eenvoudig. Je verkoopt een mooi uitziende mesjeshouder met twee mesjes voor een schijntje. Het verlies dat je op deze transactie maakt verdien je vervolgens terug met de verkoop van eindeloze hoeveelheden dure wegwerpscheermesjes.

Het Razor-and-blades-model is sindsdien ontelbare malen gekopieerd, onder meer door aanbieders van mobiele telefonie, makers van game consoles en (tenzij ik me sterk vergis) printerfabrikanten. Ze verkopen hun hardware voor een verliesgevend bedrag en maken vervolgens een killing met belkosten, computerspelletjes en inktpatronen. En met scheermesjes dus. De ouderwetse platte scheermesjes zie je bijna nergens meer: Gillette heeft er alles aan gedaan om die te doen vergeten**. Sinds het begin van de jaren '70 bedachten ze eens in de drie jaar een nieuw 'scheersysteem', het een nog fraaier dan het ander.

Dubbele mesjes, mesjes met meedraaiende kop, mesjes met lubrastrip, mesjes met verende kop, driedubbele mesjes met lubrastrip en meedraaiende, verende kop... De evolutie van het scheermes doet nog het meest denken aan een soort wapenwedloop. En toen concurrent Wilkinson Sword een systeem met vier mesjes bedacht was de oplossing snel gevonden: onlangs introduceerde Gillette een systeem met vijf mesjes. Natuurlijk werden de scheermesjes niet alleen fraaier, maar ook exponentieel duurder.

Zodoende stond ik verleden week even vies te kijken toen me in een supermarkt liefst € 10,15 werd gevraagd voor vier Gillette-mesjes. Thuisgekomen onderwierp ik de verpakking aan een nadere inspectie. Waren die mesjes van goud of zo? Nee, dat niet. Maar, juichte de verpakking, aan de lubrastrip waren vitamine E en aloë vera toegevoegd!

Vitamine E en aloë vera. Juist. Leuk hoor, aloë vera. Voor in de rotstuin of zo. En als ik vitamine E wil smeer ik mijn porem wel in met andijvie. Maar ik wil geen vitamine E in mijn scheermesjes. En ook geen aloë vera. Zeker niet als die mesjes daardoor € 2,54 (fl. 5,60!) per stuk gaan kosten. Over scheren gesproken!

De nieuwste truc is de verkoop van trillende scheermesjes met batterijen. De theorie, volgens Gillette althans, is dat de baardharen door de trillingen rechtop gaan staan en aldus makkelijker afgeschoren kunnen worden. Niet alleen is dat aantoonbaar nonsens, het is ook zo'n beetje de smerigste marketingstunt uit de geschiedenis. Want je mag driemaal raden wie de eigenaar is van batterijfabrikant Duracell: juist, diezelfde Gillette Company!

Lezer, het is om je de haren uit je kop te trekken. Ik denk dat ik dat zo dadelijk maar eens ga doen. Uit mijn bovenlip, om te beginnen. Dat scheelt weer mesjes.

*) Voordat u rare dingen gaat denken over mijn vader: hij is een keurige natscheerder. De aanschaf van die Remington moet een bedrijfsongeval zijn geweest. Of hij heeft 'm cadeau gekregen, dat kan ook.

**) Ze zijn nog wel verkrijgbaar, trouwens. Ik heb ze jaren gebruikt en ik zit er hard over te peinzen om dat weer te gaan doen.

Ko's kerstgedachte
Kaalheid komt in mijn familie niet voor. Toch heb ik op mijn schedel een plekje van zo'n centimeter doorsnee waar geen haar meer wil groeien. Ik weet nog precies hoe dat plekje is ontstaan. Op mijn zesde blunderde ik, op de voor die leeftijd kenmerkende energieke wijze, tegen een zonnescherm aan. Een heus gat in m'n kop. Ik herinner me ook nog dat het moest worden gehecht. Na zo'n ervaring benader je zonneschermen natuurlijk met de nodige omzichtigheid. Maar soms gaat het nog wel eens mis.

Vanmiddag knalde ik op het Spui met mijn hoofd tegen het zonnescherm van een Argentijns restaurant. Het was zo'n dreun waarvan het licht even uitgaat. Omdat ik net naar de kapper ben geweest heb ik ook maar weinig haar om de klap op te vangen. Een paar seconden stond ik suizebollend onder het zonnescherm. Op dat soort momenten zucht ik eens diep, betast voorzichtig het ei dat op mijn hoofdhuid ontstaat en wacht tot de nevel optrekt. Onderwijl verzin ik een krachtterm die meestal niet vernieuwend, maar wel uitzonderlijk lang is. Als ik daarmee klaar ben ga ik op zoek naar iets om mijn woede op te koelen.

Wel, dat was zo gevonden. Achter de ruiten van zijn steakhouse stond de uitbater breed te grijnzen. Ik stoomde de deur binnen en uitte een paar allerakeligste verwensingen. Het mannetje kromp zienderogen en vershool zich haastig achter de bar. Eén van zijn gasten stootte van schrik een karafje wijn om. Rode, zag ik tot mijn genoegen. 'Ik zou dat zonnescherm maar een beetje hoger ophangen,' riep ik, 'want de volgende keer ros ik het hele kreng van je gevel.' Ik vertrok met slaande deur.

Pas op het Binnengasthuisplein was ik uitgeraasd. 'Dat was niet netjes van je, Ko', dacht ik schuldbewust. 'En met de kerstgedachte had het weinig te maken. Kijk nou wat je doet! Kan zo'n man er iets aan doen dat jij niet uit je doppen kijkt?' Het moet aan de klap op mijn hoofd gelegen hebben, meestal ben ik niet zo mild. Even overwoog ik zelfs om terug te lopen en mijn excuses aan te bieden. Maar gelukkig kwam ik snel weer bij mijn positieven.

Want, zo bedacht ik me in de Staalstraat, de man had een zonnescherm buiten hangen. Een zonnescherm. Een driewerf bloedneukend godverdomd zonnescherm! Het zijn de donkere dagen voor kerst. De zon hebben we al in geen week meer gezien. De mensen doen hun uiterste best om een heel klein beetje licht in huis te brengen. Hele kerncentrales willen ze bouwen om al die kerstverlichting aan de praat te houden. En mijnheer hangt een zonnescherm voor z'n ruiten! En maar lachen als daar een argeloze voorbijganger tegenaan klapt.

Er zijn uitgebreide studies gedaan naar de invloed van licht op de gemoedstoestand van de mens. En het is genoegzaam aangetoond dat gebrek aan licht, bijvoorbeeld in de decembermaand, leidt tot gevoelens van diepe neerslachtigheid. Iemand die in die tijd een zonnescherm voor zijn raam hangt verdient elke depressie die hij krijgt, inclusief de bijbehorende zelfmoordplannen. Ik hoop dat hij ze uitvoert ook.

Vredig kerstfeest iedereen!

Papieren spam
Wat ik koop en wat niet beslis ik zelf. Reclame, in welke vorm dan ook, heb ik dus nergens voor nodig. Vandaar dat op mijn brievenbus al jaren een sticker zit waarop staat dat ik geen ongeadresseerde reclamezendingen wens. Zo'n sticker werkt verbazend goed. Door de meeste bezorgers wordt mijn busbeleid gerespecteerd. Een heel enkele keer belandt er toch een reclamefoldertje op de mat - meestal van een pizzeria, een afhaalchinees of een shoarmatent. Die breng ik dan nog dezelfde avond terug naar de afzender, al dan niet vergezeld van een stoeptegel. Meestal is de boodschap duidelijk.

Nee: de ongeadresseerde reclamezendingen heb ik redelijk onder controle. Hoe anders is dat met geadresseerde reclamezendingen. Begrijp me niet verkeerd, lezer: ik waak zorgvuldig over mijn privacy. Herenmodezaken, schoenwinkels en elektronicaboeren: naar mijn kostbare adresgegevens kunnen ze fluiten. Postorderbedrijven, loterijen en boekenclubs: ik houd me er verre van. Kluspassen, wijnpassen, luchtmijlenpassen en wat dies meer zij: ik weiger ze vriendelijk doch resoluut.

Maar soms valt er niets te weigeren. De voordeelkaart van de NS, bijvoorbeeld, is voor een fanatiek treinreiziger onontbeerlijk. Een mens moet zich verzekeren tegen ziektekosten. En het is praktisch onuitvoerbaar om de hypotheekbank je adresgegevens te onthouden. Nu zou je denken dat dat soort instanties je vervoert, je verzekert of je een lening verschaft en daarmee basta. Maar nee: stuk voor stuk gooien ze je dood met folders, speciale aanbiedingen en heuse magazines. Waarom, vraag ik je, stuurt de hypotheekbank me reclame? Ik heb al een hypotheek en ik weet vrij zeker dat ze me een tweede zullen weigeren. En wat moet ik met het magazine van mijn verzekeraar? Ik betaal ze om me te verzekeren, niet voor een verdomde lifestyle.

Dan is er de reclame van de overheid. Om de zoveel tijd valt er een krantje van de gemeente of het stadsdeel in de bus. Onveranderlijk staan die krantjes vol non-informatie. Een juichverhaal over het zoveelste scholingsproject voor werklozen, bijvoorbeeld: vanaf de kleurenfoto op de voorpagina grijnzen de kansarmen je tegemoet, geflankeerd door al even blije stadsdeelbestuurders. En als er in het stadsdeel iemand honderd wordt - zo vaak gebeurt dat overigens niet - dan wordt uitentreuren bericht over de mooie woorden van de burgemeester.

Maar de dingen die je werkelijk wilt weten - een kapvergunning voor honderden bomen, bijvoorbeeld, of bouwplannen voor een kerncentrale in je achtertuin - vind je in die circulaires niet terug. Die worden zorgvuldig weggestopt op pagina 26 van een huis-aan-huisblaadje, tussen advertenties voor kerkdiensten en hondentrimsalons.

Met ideële organisaties is het nog erger. Toegegeven: het huisorgaan van de Vereniging Natuurmonumenten lees ik met veel genoegen. En ook het partijblad van GroenLinks belandt niet altijd bij het oud papier. Maar waarom ontvang ik zo'n beetje maandelijks een bedelbrief van Amnesty, van de NOVIB, van Milieudefensie of Mensen in Nood? Ooit heb ik becijferd dat ze, als je portokosten, briefpapier, enveloppen, personeel en andere overhead bij elkaar optelt, ongeveer een zesde van mijn maandelijkse giften verkwanselen aan vragen om meer geld. Kssst! Ik geef al! Doe je werken van barmhartigheid en lazer op!

Mijn internetprovider biedt zeer effectieve spamfilters aan. En omdat ik heel zorgvuldig omspring met mijn e-mailadres overkomt het me maar zelden dat ik ongewenste mail moet weggooien. Waarom kan zoiets wel online, maar niet in de echte wereld? Kunnen de posterijen niet een paar mensen inhuren, kansarme werklozen bijvoorbeeld, die in de sorteercentra het kaf van het koren scheiden en de papieren spam terugbrengen naar de afzender? Van mij mag het, al dan niet vergezeld van een stoeptegel.

Endlösung der Katzenfrage?
Sinds afgelopen week op het Noord-Duitse eiland Rügen een dode kat werd aangetroffen, die besmet was met het H5N1-virus, willen Duitse kattenbezitters massaal van hun huisdieren af.

Volgens een woordvoerster van de Duitse dierenbescherming* worden de asiels platgebeld door mensen die hun kat willen dumpen. Sommige mensen zouden hun katten zelfs willen laten inslapen. Het zou vooral gaan om kattenbezitters uit Beieren. Uiteraard.

Onnoemelijke tyfuslijers, dat zijn het. Schande! Samendrijven achter prikkeldraad en euthanaseren - zouden ze nou echt niks geleerd hebben?

*) Naschrift: Gek hè? Bij herlezing van de woorden 'Duitse dierenbescherming' moet ik onwillekeurig aan Jiskefet denken.

Een ijs
Klets. Een hyperactieve kleuter struikelt en belandt tegen mijn tafeltje. Mijn kop koffie, die ik uiterst voorzichtig van bar naar tafel heb gemanoeuvreerd, staat alsnog tot de enkels in een voetbad. Fuck.

Ontzette blikken aan het tafeltje tegenover me. De moeder en een iets oudere vrouw, van wie ik vermoed dat het de oma is, stamelen excuses. Ik zet mijn 'kan gebeuren'-glimlach op en giet de koffie van het schoteltje terug in de kop. Daar ben ik heel behendig in.

'Maikel? Maikie? Kom je nou weer lekker aan tafel sitte lieferd?' Maikel geeft geen sjoege; hij blijft vrolijk door het café razen. Ik bekijk zijn moeder eens goed. Veel ouder dan tweeëntwintig kan ze niet zijn. Haar jong is minstens vijf.

Ze gaat even naar het toilet. Maikie ziet zijn kans schoon en zet het op een schreeuwen. Maar ook zijn oma maakt dankbaar gebruik van de ontstane vrijheid: 'En nou kom je hier, ferwend klèn kreng!' Zo, die zit. Maikel ook, trouwens. Hij begint verveeld aan een knots van een ijsje te punniken.

'Ettertje', zegt ze, meer tot de cafébezoekers dan tegen haar kleinzoon. 'Mot je nou sien wat een grote ijs 'tie gekrege hep.' Ze is begin veertig, heur haar is op z'n Jordanees hennarood geverfd, maar ik schat haar in op de Kinkerbuurt. Bijna tot op de straat nauwkeurig: Bellamy- of Ten Catestraat, wat ik je brom.

Is het typisch Amsterdams om een ijsje 'een ijs' te noemen? Buiten Amsterdam heb ik maar één iemand ooit 'een ijs' horen zeggen. De man was Amsterdammer, dat wel, maar omdat hij tevens leraar Duits was heb ik jaren gedacht dat het om een ingeroest germanisme ging. Tot ik naar Amsterdam verhuisde, waar iedereen 'een ijs' bleek te zeggen. Blijkbaar krijgen kinderen in Amsterdam grotere ijsjes.

Nog zo'n prangende vraag: een oma die haar kleinzoon uitmaakt voor verwend klein kreng, geeft die niet indirect haar eigen feilen toe?

Nieuwe dienstregeling
Och heden, er zat klaarblijkelijk weer eens iemand met een djellaba in de trein.

Unverschämt



Say it out loud! I change the climate and I'm proud!

Oost-Indische vrijheid
De vrijheid van meningsuiting*, die de afgelopen dagen zo welluidend werd bezongen, blijkt toch zijn beperkingen te kennen. Zo heeft de politie in Amsterdam gisteren bij diverse kraakpanden spandoeken verwijderd omdat de teksten 'beledigend' zouden zijn voor minister Rita Verdonk (vreemdelingenzaken en integratiebeleid).

De doeken waren opgehangen in het kader van een spandoekenactie in verband met de brand in het deportatiecentrum op Schiphol, waarbij op 27 oktober elf gevangenen om het leven kwamen. Op de spandoeken stonden teksten als 'Verdonk moordenaar' en 'Levend verbrand, Rita bedankt!'. Bij minstens één van de invallen is door de politie geweld gebruikt.

Mijn persoonlijke mening, als u het echt weten wilt, is dat uitlatingen als 'Verdonk moordenaar' niet meer zijn dan de objectieve, zij het ongenuanceerde, vaststelling van een feit. (Ik ben benieuwd of je dat zeggen mag, trouwens.) Immers: bij de uitvoering van het Nederlandse vreemdelingenbeleid vallen doden, niet alleen in Nederland maar ook onder teruggestuurde asielzoekers.

Aan de andere kant: Verdonk voert een beleid uit dat, middels democratische verkiezingen, schijnt te zijn gesanctioneerd door een meerderheid van de Nederlandse bevolking. Zo beschouwd kleeft er ook bloed aan de handen van een meerderheid van de kiezers. En, nu we toch bezig zijn, aan de handen van bepaalde linkse activisten, die niet zijn gaan stemmen en zo mede verantwoordelijk zijn voor het feit dat CDA, VVD en D66 überhaupt een coalitie hebben kunnen vormen. Maar daar gaat het hier niet om.

Waar het om gaat is de selectieve toepassing van het recht op vrije meningsuiting. Verdonk zelf zei op 2 november 2004 over Van Gogh: 'Hij zocht soms het randje op. Maar in dit land mag dat!'

En nog geen week geleden zei Job Cohen: 'Weg met de angst. Kies voor de hoop. Hoop op een leven in vrijheid. Vertrouwen dat wij, wij Amsterdammers, wij allen die in Nederland wonen, samen in vrijheid kunnen en willen leven, vrij om te denken en geloven wat wij willen, vrij om te zeggen wat wij willen.'

Het is op z'n minst opmerkelijk dat de politie, drie dagen na de wijze woorden van Cohen, onder zijn verantwoordelijkheid, met gebruikmaking van geweld, een aantal spandoeken verwijdert omdat de teksten hem onwelgevallig zijn. De boodschap lijkt te zijn dat het recht op vrijheid van meningsuiting alleen van toepassing is op uitlatingen van xenofobische of anti-islamistische aard.

Cohen lijkt me geen domme man en al helemaal geen xenofoob of anti-islamist. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat dat zijn bedoeling is. Ik ben alleen zo vreselijk benieuwd wat hij wèl bedoelt.

*) Lezer, ik weet dat ik drie dagen geleden gezegd heb dat ik die woorden voorlopig niet meer wilde horen, maar men laat me weinig keus.

Hoge nood? Sein op rood!
Op het moment dat ik de westtunnel van Centraal binnenwandel weet ik dat het fout zit. Teveel mensen - zelfs als je de spitsdrukte in aanmerking neemt. Teveel mensen die niet, zoals gebruikelijk, doelgericht naar de perrons doorlopen. Teveel mensen die gedesorienteerd rondhangen en samenklonteren rond de informatiebalie. Blanco treinaanwijzers. Zut, ze zijn weer eens aan het jongleren met de treinenloop.

Een omroepbericht: 'op last van de politie' rijden er geen treinen tussen Centraal en Muiderpoort. Iemand z'n koffertje vergeten, naar ik aanneem. Maar volgens de conductrice die ik aanschiet zaten er 'verdachte personen' in de trein. Ze moet er zelf om lachen. De omroepers hebben het er druk mee: gestrande treinreizigers mogen gebruik maken van trams, bussen en metro's. Bij alle kiosken is gratis koffie te krijgen. Maar of (en wanneer) de treinen weer normaal gaan rijden blijft een raadsel.

Gelukkig zijn er niet veel mensen die op het idee komen om via Schiphol naar Hilversum te reizen, dus uiteindelijk loop ik slechts een uurtje vertraging op - en ik heb nog een zitplaats ook. En een goed boek. Thuisgekomen ben ik toch benieuwd wat voor sinistere types er in die trein zaten. Teletekst:

De twee mannen die vanmiddag in een stilgezette trein bij Amsterdam CS zijn gearresteerd, hadden geen kwaad in de zin. Ze zijn vrijgelaten. In hun rugzakken zaten alleen privé-spullen. De politie arresteerde de twee mannen met een Arabisch uiterlijk vanmiddag om half zes in de ICE-trein uit Frankfurt. Die was bij het station stilgezet nadat passagiers alarm hadden geslagen. De mannen hadden argwaan gewekt omdat ze los van elkaar verschillende keren naar het toilet gingen en er uitzagen als gelovige moslims.

Lezer, ik ben een redelijk mens. Ik gun iedereen zijn angstcomplexen, z'n paranoia en zijn xenofobie. Per slot van rekening moet ook bij psychiaters de kachel branden. Maar is het werkelijk nodig om iedere keer dat iemand in een djellaba moet piesen de hele dienstregeling te ontwrichten?

Laten we het volgende afspreken: diegenen onder u die nerveus worden van allochtone medereizigers nemen in het vervolg de auto. En mochten er een paar pubers over een viaduct lopen, laat dan niet meteen de hele A2 afsluiten. Ze gooien heus niet allemaal met stoeptegels.

Stropdas
Het leven zit vol wonderbaarlijke tegenstrijdigheden. Zo zijn er overal ter wereld nachtclubs, casino's en restaurants die je de deur wijzen als je binnenkomt in een keurige katoenen spijkerbroek.

In diezelfde gelegenheden, echter, wordt het beschouwd als het summum van beschaving om met een bundel door insectenlarven uitgescheten draden om je nek te lopen.

Niemand staat er ooit bij stil, maar volgens mij zijn ze stiekem een beetje kinky.

Maak je geen zorgen...



...in Zwitserland worden de gletsjers misschien steeds kleiner, in Amsterdam groeien ze gewoon weer aan.

 
Welkom!

Ko

MICHELEHooper30 (NEE is NEE): I propose not to hold…
ClaraBRYAN (Even Rita begooge…): I had got a dream to …
DorthyEnglish27 (Subbacultcha in d…): I will recommend not …
Jewel30Lee (Wilders aangelijn…): The personal loans se…
ValerieStuart23 (Stop fout vlees): Buildings are quite e…
FREDA28Ramos (Elitair vandalism…): People deserve wealth…
Leeuw (De hand aan de kr…): En nog zoiets: ik had…
Leeuw (De hand aan de kr…): NOg iets: Ik had ook …
klaas (De hand aan de kr…): ooooooooooooooooooooo…
angelique (Goudhaantje): misschien moet je eer…
Categorieën
alledaags leed
alledaags toerisme
alledaagse complotten
alledaagse cultuur
alledaagse ergernissen
alledaagse mijmeringen
alledaagse raadselen
alledaagse repressie
alledaagse roofdieren
alledaagse wereldhistorie
alledaagse wetenschap
alledaagse zen
culinair leed
esthetisch leed
groenbeheer
huiselijk leed
kantoorleed
ketelmuziek
literair leed
meteorologisch leed
mokums leed
onalledaags nieuws
politiek leed
sportief leed
taalkundig leed
technisch leed
vermakelijk leed

Powered by Pivot - 1.40.4: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed 

Voeg mijn site toe aan BloglogRSS (http://www.bloglog.nl)