Jonas zoek

Al vijf dagen ook. U begrijpt wellicht dat m'n kop even niet naar bloggen staat. Meer volgt.
Ordnung poes sein
's Morgens vroeg, lezer, ben ik niet op mijn fruitigst. (U wel? Dan behoort u niet tot de doelgroep van dit weblog. Vaarwel.)
Niet op mijn fruitigst dus. Zodoende liep ik vanmorgen, nog half slapend en binnensmonds de dageraad (en alle ochtendmensen) vervloekend, de keuken in om koffie te zetten. Al dadelijk merkte ik dat er iets niet in de haak was. Maar een mens moet prioriteiten* stellen: eerst koffie, de rest komt later. Ik trapte de machine aan en ging op de bank liggen kreunen. Toen ik daarmee klaar was, was ook de koffie klaar.
Een dergelijk staaltje van synchroniciteit plaatst de morgenstond in een geheel nieuw daglicht (toegegeven, dat is een pleonastisch aandoende constructie, maar het was nog vroeg), dus stommelde ik, met halfopen ogen nu, al bijna goedgemutst de keuken binnen. Inderdaad: er was iets niet orde.
De placemats en de vaatdoeken, die de voorgaande avond nog keurig op de keukentafel lagen respectievelijk aan hun haakje hingen, lagen een beetje verfomfaaid over een van de stoelen gedrapeerd. Dat moest het werk van poes zijn - er zijn (vooralsnog) niet veel andere verdachten in huis. Nu rent Jonas al nachtenlang als een tornado door het huis, terwijl ze een klein geel speelmuisje alle hoeken van alle vertrekken laat zien. Daarbij vallen voortdurend dingen om.
Op zich verbaast het me dan ook niet om 's morgens een zekere wanorde aan te treffen. Dat is niet erg. Ik zet koffie, ik zet de spullen weer overeind en we praten nergens meer over. Dat de placemats van de keukentafel geveegd waren leek normaal. Maar wat te denken van die twee vaatdoeken? In heur eeuwige jacht op speelmuizen heb ik Jonas de merkwaardigste capriolen zien uitvoeren, maar nooit eerder had ze twee theedoeken van het haakje gelicht. Enigmatisch.
De oplossing lag voor de hand. Ik hing de vaatdoeken terug aan hun haakje en stond op het punt om de placemats terug op tafel te leggen, toen het doel van de opstelling pijnlijk duidelijk werd. Op de stoel lag een vijftien centimeter lange, half uitgedroogde streep kattekots. Jonas, die gewend is om haar excrementen te begraven, had al die moeite gedaan om de boel netjes op te ruimen.
Zo'n keurig poesje toch. Ik heb haar maar een complimentje gegeven.
*) Hierop kom ik in een volgende post terug.
Jonas' atoomschuilkelder
- Ko?
- Poes?
- Ko!
- Dag Jonas, heb je je verstopt?
- Je hebt een kernproef gedaan hè Ko?
- Een kernproef poes? Doe niet zo mal.
- Je hebt de bom, Ko. Ik weet het zeker. Het hele huis staat ervan te schudden.
- Dat was de klopboor poes. Ik moest even een schilderijtje ophangen.
- Niks hoor Ko, niemand hangt op zondagmorgen een schilderijtje op.
- Heb jij wel eens gehoord van een kernproef op zondagmorgen dan?
- Hmmm... Nee, Ko, daar zit iets in.
- Kom je dan nu weer onder het bed vandaan, poes?
- Okee dan.
- Goeiemorgen Jonas.
- Goeiemorgen, Ko.
Cats and their personal stereos
Nee, ik ben niet zo'n fanatieke doorlinker. Maar ik heb me helemaal het schompes gelachen over deze Record Store Cats. Vooral Techno Tim is een nadere beschouwing waard.
Ochtendkroelsessie

Eerlijk?
Uit de gebruiksaanwijzing van Jonas' anti-vlooienkuurtje:
'Houd behandelde dieren weg bij open vuur of andere ontstekingsbronnen voor een periode van teminste dertig minuten of tot de vacht is opgedroogd.'
Maar zodra je vacht is opgedroogd zul je ervan lusten, poes!
Mais oł?!?

- Ko?
- Jonas?
- Où sont les neiges d'antan?
- Hein?
- Où sont les neiges d'antan, Ko?
- Vriesvak, poes, tweede la van boven.
- Merci, Ko.
- De rien, poes.
Jonas' tweede kosthuis
Al zolang Jonas bij ons thuis woont heeft ze de gewoonte om, nadat we 's ochtends haar luikje hebben geopend, een hele tijd buiten te blijven. Dat is an sich niet abnormaal: een kat moet 's morgens haar territorium inspecteren, achter vliegjes aanspringen, tuinplanten besnuffelen en blazen naar de buurkatten. Heel belangwekkende zaken, allemaal. Maar één ding hebben we nooit zo begrepen: als Jonas, na een uur of zo, weer binnen komt, ruikt ze naar parfum. Naar damesparfum.
Het is geen doordringend luchtje - ik bedoel: het is heus niet dat Jonas als een grote parfumbom door het huis loopt. Maar als je je neus tussen haar schouderbladen duwt ruik je toch onmiskenbaar een damesparfum. Een parfum dat ik niet ken. Het is in elk geval niet Obsession, dus van mijn echtgenote kan het niet zijn.
Er is dan ook maar één conclusie mogelijk: Jonas heeft ergens een minnares. We hebben geen idee wie dat kan zijn, maar het moet een van onze buurvrouwen zijn. Of misschien een van de achterburen. Soms proberen we te raden wie het is. In eerste instantie dachten we aan de twee oude dametjes van twee deuren verderop. Maar die zijn verhuisd, dus die kunnen het niet zijn. Buurvrouw F., de nieuwe vriendin van buurman J., valt ook af. Die woont hier immers nog geen twee jaar. Bovendien heeft die vier katten, waarvan er twee een maatje te groot zijn voor Jonas.
Toch moet het iemand uit ons blok zijn, want veel verder van huis gaat Jonas goddank niet. Ik stel me zo voor dat ze 's morgens, nadat ze het huis verlaten heeft, meteen naar haar aanbidster gaat en daar eens even lekker een half uur lang gaat kroelen. O, van ons mag ze hoor, we zijn niet jaloers. En het is ook niet dat Jonas nooit eens lekker met ons komt kroelen - integendeel. We zijn alleen zo vreselijk benieuwd met wie ze een - hm - relatie heeft aangeknoopt.
Maar ik vrees dat we daar wel nooit achter zullen komen. Want om haar op haar tochten te kunnen volgen zouden we over schuttingen moeten klimmen, over schuurtjes moeten rennen en onder sierheesters door moeten kruipen. Zelfs indien we dat in hetzelfde tempo als Jonas zouden kunnen - laat me niet lachen - denk ik niet dat we het zouden doen. Een kat heeft recht op haar kleine geheimen - en wie zijn wij om haar privacy te schenden?
Miau!

- Ko?
- Jonas?
- Miau!
- Dat heb je scherp gezien, poes, maar dit zijn mijn sardientjes.
- Me dunkt van niet, Ko, er staat Miau op.
- Jij krijgt toch ook Miauw, Jonas?
- Dat heet tegenwoordig Felix, Ko, en Felix kan ik niet uitspreken.
- Wat zei je, poes?
- Felix kan ik... Oh! Ik haat je, Ko.
- Oh.
Vogels in TV

- Ko! Ko! Er zijn vogels in TV!
- Dat zie je niet helemaal correct, poes. Er zijn vogels óp TV.
- Niks hoor Ko, ik heb het zelf gezien. Die vogels zijn ín TV.
- Ik zou je dit kunnen uitleggen, Jonas, maar ik ben bang dat het een lang en technisch verhaal wordt. Bovendien denk ik dat het een beetje een teleurstelling voor je zou zijn.
- Laat dan maar, Ko.
- Dat lijkt me ook beter, Jonas.
Mieuw jaar

- Ko?
- Jonas?
- Ko!
- Zit je in het donker poes? Gaat het een beetje?
- De hemel is op ons hoofd gevallen, hè Ko?
- Doe niet zo mal, Jonas, de hemel hangt nog keurig op z'n plek.
- Nee hoor Ko, ik heb het zelf gehoord.
- Dat was vuurwerk, Jonas, dat is ieder jaar zo met oud en nieuw.
- Oh.
- Ko?
- Poes?
- Denk je dat de hemel vandaag nog op ons hoofd zal vallen?
- Hm - even buiten kijken - nope, het ziet er niet naar uit.
- Zal ik dan nu maar weer uit de kelderkast komen, Ko?
- Dat zou ik maar doen Jonas. Gelukkig nieuwjaar.
- Jij ook, Ko, jij ook.
En dat is drie...
De fans van Jonas zullen verrukt zijn om te vernemen dat mevrouw gisteren haar derde kattenluikje van dit jaar heeft gemold. We beginnen er onderhand een beetje moe van te worden.
Maar als ik ooit per abuis mijn sleutels vergeet denk ik dat ik Jonas even bel.
Feestdagen

- Ko?
- Hmmm?
- Ko!
- Ja poes?
- Er staat. Een boom. In de kamer.
- Dat is een kerstboom, Jonas. Die hadden we vorig jaar ook. Weet je nog?
- Nee.
- Oh.
- Ko?
- Jonas?
- Wanneer gaat de boom weer weg?
- Nog even niet, Jonas. Hoezo? Vind je 'm niet leuk?
- Ik vind het stuitend, Ko.
- Oh.
Herfst

- Ko?
- Jonas?
- Wat moet dit?
- Dit zijn nou kalebassen.
- Klabelassen.
- Zoiets, poes.
- Waarom?
- Omdat het eindelijk herfst is, Jonas. Daarom.
- Hm.
- Ko?
- Ja, poes?
- Ik vind het maar niks.
- Nee?
- Mmmm... nope.
- Oh.
Luikje #3

Ik hou van simpele constructies. Wanneer ik iets koop - een wasdroger, een telefoon of een decoupeerzaag, bijvoorbeeld - kies ik over het algemeen voor een model zonder toeters en bellen. Hoe eenvoudiger het apparaat, hoe minder eraan kapot kan, zeg ik altijd. En ik heb gelijk.
Wat kan er nu kapot gaan aan een kattenluikje? Niet veel, zou je denken. Maar als je die vraag aan Jonas voorlegt kom je bedrogen uit. Jonas houdt niet van dichte kattenluikjes. 's Nachts wil ze in de tuin op jacht naar muizen (die ze nooit vangt), koolmezen (die 's nachts niet vliegen) en libellen (idem). Ik, op mijn beurt, ben erg gesteld op mijn kat en ik moet er niet aan denken dat ze op de Professor Kochstraat tot pulp wordt gereden door een mongool in een Golf GTI. Daarom houd ik haar na donker binnen. En dat leidt tot conflicten.
In november 2004 schroefden we voor het eerst een kattenluikje in onze achterdeur. Niettegenstaande het feit dat er in grote letters 'STAYWELL' op stond zag Jonas kans om het binnen twee maanden te mollen, door met haar nageltjes net zolang aan de naden te rukken tot het hele luik uit elkaar lag.
We hebben er smakelijk om gelachen en een nieuw luikje gekocht. Uit ervaring wijs geworden hebben we, direct nadat we het hadden geïnstalleerd, de naden dichtgemaakt met isolatietape. Vergeefs. Al na een paar weken rukte Jonas het luik met tape en al uit elkaar. Gelukkig konden we het provisorisch repareren en nadat we hier en daar nog wat extra tape hadden aangebracht bleek het luikje eindelijk Jonas-proof.
Nu moet je weten dat we in een kattenrijke buurt wonen. Alleen al in ons blok wonen een stuk of vijftien katten, en op gezette tijden komen ze allemaal binnen om bij Jonas een hapje mee te eten. Het gebeurt geregeld dat ik, een klein half uur nadat ik Jonas te eten heb gegeven, haar bakje helemaal leeg terugvind. Dat is vreemd, want Jonas eet niet veel. Althans niet bij ons - maar na een nauwkeurige analyse van de zaken die ze af en toe ophoest (brokjes die wij haar niet gegeven hebben, wildpaté en soms zelfs macaroni), ben ik tot de conclusie gekomen dat ook Jonas zo nu en dan 'uit eten' gaat.
Tot zover niets aan de hand. De buurkatten eten bij ons, Jonas eet bij de buren. Live and let live, zogezegd. Maar zelfs onze tolerantie kent zijn grenzen. De buurkaters mogen best een vorkje meeprikken, maar als ze daarna de hele boel onderpissen gaan ze te ver.
Tijd voor krasse maatregelen. Dit weekend hebben we een heus science-fictionkattenluik gekocht. Het nieuwe luik reageert op een magneetje dat aan Jonas' halsbandje hangt. We hebben het luik gistermiddag in de achterdeur geschroefd. Daarna is Loes nog een goed kwartier bezig geweest om alle (maar dan ook werkelijk alle) naden met isolatietape af te dichten.
Nu is het dus (theoretisch) onmogelijk dat de buurkatten nog binnen komen. Tenzij Jonas kans ziet om ook het derde luikje te slopen. Of tenzij de buren, tot wanhoop gedreven door haar geschrans, ertoe overgaan om precies zo'n luikje te kopen - dan zijn we weer terug bij af.
Toch maar es met buuv gaan praten.
Forse kater

Zak, de kolossale cafékat van 't Blaauwhooft, Amsterdam.
Dierproeven

In de loop der eeuwen zijn de methodes voor het voorspellen en waarnemen van het weer steeds geavanceerder geworden. Eksterogen werden vervangen door barometers, zwaluwen door satellietbeelden, kruidenvrouwtjes door neerslagradars.
Hier op het Bomdasch-instituut verrichten we inmiddels onderzoek op een geheel nieuw terrein, en wel dat van de dierlijke meteorologische sondering. 's Morgens vroeg gooien we Jonas, die als wetenschappelijk medewerkster aan ons instituut verbonden is, de deur uit. Bij haar terugkeer moet het mogelijk zijn om, aan de hand van haar toestand, de weersgesteldheid nauwkeurig te bepalen.
Hoewel de methode zich nog in een experimenteel stadium bevindt zijn de voorlopige resultaten veelbelovend. Vanmorgen deden we, na de apparatuur te hebben gecalibreerd, een eerste kleine test. Al een kwartier na aanvang konden we vergenoegd vaststellen dat het kutweer was.
Baanbrekend onderzoek
Jonas, als wetenschappelijk medewerkster verbonden aan het Bomdasch-instituut, heeft na grondig onderzoek vastgesteld dat naaktslakken wel lekker lijken, maar niet lekker zijn.
Over de kwaliteiten van naaktslakken met kruidenboter kan ze, hangende het vervolgonderzoek, nog geen mededelingen doen.
Naschrift, 16.03: Ko, de conciërge van het Bomdasch-instituut, heeft na een tegenonderzoek vastgesteld dat het geen naaktslak maar een haarballetje was. Naar die Nobelprijs kan Jonas fluiten.
Koelkat

- Poes?
- Hmmmm?
- Jonas!
- Jaaa Ko?
- Ik kan m'n kont ook geen twee seconden keren hè?
- Jij niet, Ko, jij niet...
- Oh.
Natuur vandaag (37)

- Ko?
- Ja, poes?
- Wat moeten al die witte dingen in het gras?
- Dat, poes, zijn nou krokussen.
- Waarom?
- Omdat het eindelijk lente is, poes. Daarom.
- Oh.
- Ko?
- Ja, poes?
- Ik vind het dégoûtant.
- Dégoûtant, poes?
- Ja.
- Oh.
|
|
|