Great balls of fire

Nog een goeie reden om naar de Pixies te gaan: dinsdagavond, onderweg naar de metro, waren S. en ik precies op tijd om een knoert van een meteoor uit de lucht te zien vallen. Van waar wij stonden leek het of de vuurbol vlak achter winkelcentrum Reigersbos uit elkaar klapte. Dat was natuurlijk leuk geweest voor de kinderen die daar op de middelbare school zitten. Helaas jongens.
Een tijdje nadat de meteoor passeerde was een vaag gerommel hoorbaar. Zelf dacht ik in eerste instantie dat er een Surinaamse drumband aan het oefenen was. M'n moeder, die het geluid 70 kilometer noordelijker ook gehoord heeft, dacht dat de buren met een grote vuilcontainer aan het slepen waren. Dat is wat je noemt een regionaal verschil. Waarmee ik uiteraard niets ten nadele van Surinaamse drumbands wil zeggen. Ik zou niet durven.
Buienradar

Okee, toegegeven, het is erg kazig. Maar eigenlijk hou ik wel van dit soort grappenmakerij. Ik ga eens Koninginnedag vieren, nu het nog droog is.
Onverklaarbare verschijnselen
We hadden het maar wat druk op kantoor vandaag. Omdat de meesten van ons een lang weekend van drie of zelfs vier dagen hadden gehad, moesten er grote achterstanden worden ingelopen. Bovendien kwamen de collega's, althans de automobilisten onder hen, die er voor hebben gekozen om in een gat zonder openbaar vervoer te gaan wonen, door de lange files veel te laat. En uiteraard moest er over het weer worden gepraat. Want laten we eerlijk zijn: het is niet normaal dat er, ruimschoots na de vondst van de eerste kievitseieren, enorme hoeveelheden sneeuw vallen.
Hoewel - vallen? Terwijl mijn collega's stonden te zeuren over het weer in het algemeen en de files in het bijzonder, raakte ik langzaam in paniek. Was ik echt de enige die zag dat er iets mis was? Natuurlijk, het sneeuwde, en op zichzelf is dat al iets bijzonders. Maar het sneeuwde niet van boven naar beneden, het sneeuwde van links naar rechts! Even was ik totaal gedesoriënteerd, maar toen ik mijn hoofd scheefhield leek de situatie weer normaal. De sneeuw viel weer keurig van boven naar beneden. Good heavens! Terwijl we even niet opletten moest het kantoor omgevallen zijn!
Het opmerkelijke aan de hele situatie was dat mijn collega's er absoluut niets van schenen te merken. De vlokken bleven voorbij stuiven, mijn collega's keuvelden door alsof er niets aan de hand was. Ik begon te twijfelen aan mijn waarnemingsvermogen. Ik kon niet uitsluiten dat ik gek zou worden, of het zelfs al was. Het was tijd voor krasse maatregelen. Dus sloop ik een leegstaande vergaderruimte binnen en belde mijn moeder.
'Hoor eens, ' zei ik, nadat de formaliteiten die een moeder-zoongesprek inluiden waren afgewikkeld, 'zou je even uit het raam willen kijken? Sneeuwt het bij jullie ook van links naar rechts?'
Mijn moeder vouwde haar avondblad op en keek uit het raam.
'Nee,' zei ze even later, 'bij ons sneeuwt het van rechts naar links.'
'Onzin!' riep mijn vader, die klaarblijkelijk in de achterkamer zat, 'Het sneeuwt wel degelijk van links naar rechts.'
'Good heavens!' mompelde mijn moeder, 'Het huis zal toch niet omgevallen zijn?'
Dat leek me al te kras. Natuurlijk zou het kunnen dat mijn kantoor een keer omvalt. En het is ook niet ondenkbaar dat mijn ouderlijk huis een keer omvalt. Dat ze allebei een keer zullen omvallen is al heel wat minder waarschijnlijk. En dat ze allebei omvallen op dezelfde dag leek me bijna onmogelijk. Ik hanteerde Occams scheermes en vond al snel een plausibele verklaring voor het fenomeen:
'Maak je geen zorgen,' sprak ik op geruststellende toon tegen mijn moeder. 'Je huis staat nog fier rechtop. De hemel is omgevallen.'
'Dat moet het zijn!' riep mijn vader vanuit de achterkamer. Tevreden belden we af.
Ik keerde terug naar mijn bureau en ging aan de slag. Maar het kostte moeite om me op mijn taken te concentreren. Al na anderhalve minuut zat ik weer peinzend uit het raam te staren. Het feit dat de hemel was omgevallen, redeneerde ik, verklaarde niet alleen dat de sneeuw van links naar rechts viel. Ook de vraag waarom de sneeuw niet bleef liggen werd erdoor opgelost. Alleen sneeuw die van boven naar beneden valt raakt immers ooit de grond. Maar wat gebeurt er met sneeuw die de grond niet raakt? Zal die eeuwig rechtdoor blijven vallen? Of blijft hij ergens aan de flanken van een berg hangen? In de Ardennen, bijvoorbeeld? En wat gebeurt er als het straks gewoon weer gaat regenen? Valt de regen dan ook van links naar rechts, zonder ooit de grond te raken? En hoe moeten de rivieren dan worden gevuld? En de dakgoten? Ik zie het duister in.
Je begrijpt: van werken is vandaag niet veel terechtgekomen. Het is dan ook te hopen dat morgen de zon schijnt.
Laat de blaadjes maar vallen
Er schijnen mensen te zijn die neerslachtig worden van de herfst. De zelfmoordstatistieken vertonen jaarlijks een verontrustende piek in oktober en november. 'Tja,' plegen dan de bedrukte verwanten op te merken, terwijl ze ome Gerrit van de hanebalk snijden: 'Het vallen van de blaadjes hè?' Het ligt, met andere woorden, niet aan oom Gerrits mentale instabiliteit of aan de familieleden die hem het graf hebben ingetreiterd. Nee, het ligt aan het najaar.
Persoonlijk heb ik nooit begrepen hoe een mens zich ongelukkig kan voelen in de herfst. Alleen al het feit dat de zomer eindelijk achter de rug is, is reden tot juichen. De zomer is een zwaar overschat seizoen.
Het is de tijd van flinterdunne kranten, doorzwete nachten, slechte popmuziek, toeristen die voor je voeten lopen, barbecuewalm, volle stranden, toppertjes en Breezers ananas, alweer geen trek in eten, kakwijven met rosé, 30 graden in de stad, 40 graden in de auto en 50 graden in de metro. Mijn vrienden mogen, als ik weer eens van leer trek tegen de zomer, graag wijzen op de grote hoeveelheid schaars geklede mooie meiden op straat. Maar ze vergeten dat tegenover elke mooie vrouw minstens twee lelijke staan. En die zijn even schaars gekleed.
Geef mij maar lange wandelingen op lege stranden, een ruige zuidwester om je oren. Rood en geel verkleurde bomen in een waterig zonnetje. Bokbier op tap. Pasta met zwammen, crème fraîche en oude kaas. Koppige rode wijn erbij. Een goed boek, terwijl de storm tegen de ruiten beukt en de centrale verwarming zachtjes ruist. De stem van Billie Holiday die uit de speakers druipt. En het behaaglijk kunnen nestelen tussen warm, droog beddegoed. Wie zou daar depressief van worden?
Zondag begint-ie weer, de herfst. Om negen minuten voor twaalf. Ik ben er klaar voor.
Knutsel je eigen zomer
Als het weer niet meewerkt doe ik het wel weer zelf. Ik heb de boxen naar de keuken gesleept, draai zonnige reggae op de stereo en voor het zwoele tropenbriesje heb ik de wasdroger aangezet. Met dat waterige zonnetje buiten is het net echt. Vanmiddag ga ik een paar limoenkleurige teenslippers kopen en ren ik naar de slijterij voor een fles Bacardi.
Al ben ik bang dat ik die rum bij thuiskomst meteen maar in de thee pleur, in plaats van in een exotische cocktail. Goed, ik geef me gewonnen. Het is herfst. Mooi, kom ik misschien ook weer es aan schrijven toe.
Zendtijd is kostbaar
Ik ben een Nederlander en dien ten gevolge gewend aan (en gesteld op) een veranderlijk weertype. Als het weer al te lang hetzelfde blijft word ik nerveus, soms zelfs prikkelbaar. Het is nu al een maand hetzelfde weer en ik ben het beu. Bovendien heb ik geen zin om de hele tijd met m'n neus op de feiten te worden gedrukt door blije nieuwslezers en weermannen. Kunnen we daarom, voor ik uit mijn vel spring, het volgende afspreken:
1.) Alle weerberichten worden tot nader order opgeschort;
2.) Zolang er niets gebeurt dat het vermelden waard is, wordt er aan het weer überhaupt geen aandacht meer besteed.
Basta!
Klimaatpessimisme

Broeikasballade
Thuis heb ik nog een curiositeit,
Een aandenken uit lang vergeten jaren;
Twee schoolvoorbeelden van geslepenheid:
Het zijn voorwaar nog fraaie exemplaren.
Ja, ooit bezat ik zelfs diverse paren.
Ik heb ze maar op zolder neergezet,
Ik heb de hoop voor altijd laten varen:
Mijn schaatsen komen nooit meer uit het vet.
De ijspret lijkt voorgoed verleden tijd
Al blijf ik de herinnering bewaren
Aan hoe ik 's morgens, na een goed ontbijt,
Geen acht slaand op bevriezingen of blaren,
Ging rijden op de stijf bevroren baren.
Ik stoof over de plas als een raket!
Die snelheid zal ik nooit meer evenaren:
Mijn schaatsen komen nooit meer uit het vet.
Het internationaal milieubeleid
Beschermt vooral de autohandelaren.
Wie liever op een slee of schaatsen rijdt
Die moet maar voor een reis naar Lapland sparen.
Men doet niks om de uitstoot te bedaren,
Geen protocol, geen voorschrift en geen wet;
Ik moet me bij de pessimisten scharen:
Mijn schaatsen komen nooit meer uit het vet.
O nachtvorst met je zilverwitte haren,
Ben je definitief met vorstverlet?
'k Zit triestig naar de natte sneeuw te staren:
Mijn schaatsen komen nooit meer uit het vet.
Dat wordt een stormachtig succes
Teletekst vandaag:

Ik ben gek op dat soort faits divers...
Laat het stormen!
Onder normale omstandigheden is er al weinig voor nodig om me naar buiten te krijgen. Maar als het KNMI een heus weeralarm afgeeft ben ik echt niet meer binnen te houden. Het weer kan mij niet extreem genoeg worden. In Nederland ervaar je niet vaak dat de natuur sterker is dan jij - meestal is daar pokkeweer voor nodig. Of een overstroming.
Een paar van mijn meest fantastische herinneringen: die sneeuwstorm in '79, toen de sneeuw tot aan de vensterbank stond. De elfstedenwinters van '85 en '86, toen we met ijspegels aan de wenkbrauwen op school aankwamen. De superstorm in 1990, toen we strandden in Amsterdam en de nacht moesten doorbrengen in een theater. Kerstmis 1996: een kerstkamp in de bossen rond Lage Vuursche bij min zestien. Het onweer dat me in 2001 overviel toen ik middenin het Spanderswoud liep (zelden zo gezweet) en tenslotte de orkaan in oktober 2002, toen Thijs en ik, na een wandeling in de Ooijpolder, op magistrale wijze strandden in Oortjeshekken.
Nee, dan viel het gisteren een beetje tegen. Maar goed, het woei, dus na het eten ben ik nog even een ommetje wezen maken door de weilanden. Van echte storm was geen sprake. Hooguit ruiste het een beetje tussen de bomen. En de boomkruinen op de Hoge Dijk waren ineens opvallend uitgedund. Soms knalde er ineens een regenvlaag neer. Maar spektakel? Lau loene. Pas toen ik weer bijna thuis was - ik liep al in mijn jaszak naar de sleutels te grutten - begon het te loeien en te bulderen.
De rest van de avond heb ik lekker op de bank gezeten, met de poes, een pot thee en een milde loopneus die in de loop van de nacht zou uitgroeien tot een volwassen verkoudheid. De regen sloeg tegen de ruiten en de wind gierde door de sleedoorn. Samen luisterden we naar de onbekende geluiden die een nieuw huis maakt in de storm. Af en toe hoorden we iets omvallen. Dan keek poes me even aan door half geloken ogen: 'Ik was het niet, hè Ko?'
Nee hoor poes, muis deed het.
Nog zoiets...
Weervrouw Marjon de Hond voorspelde vandaag in het NOS-journaal dat het weer de komende dagen 'minder wisselvallig' wordt. Is dat nou goed nieuws of slecht nieuws?
Eindelijk

Ik was op Kwakoe toen de sluizen opengingen. De bui waarop ik weken had gewacht bleek niet zomaar een bui. It was the one that says Bad Motherfucker. Het geluid van de donderslagen ging verloren in de oorverdovende herrie van de drumbands, die onverstoorbaar verder trommelden. In de feesttenten lesten mannen loom hun dorst met
literflessen Djogo-bier.
We schuilden onder het oranje zeildoek van een Javaans eettentje, met de halve Surinaamse gemeenschap, zo leek het. De stemming werd op slag jolig. Af en toe duwde een officieel uitziende meneer met een bezem tegen het zeildoek en viel er een puts water tussen de verraste feestgangers. We moesten moeite doen om onze telo-met-bakkeljauw droog te houden. Western Union deelde regencapes uit en al gauw zag het hele terrein geel van de jasjes. Goeie reclame.
Het had iets van een moessonbui, maar dat kan ook liggen aan de tropische setting. Of aan de hitte van de afgelopen weken. Of aan het feit dat ik de Max Havelaar aan het herlezen ben. Weet ik veel. Met diezelfde Max Havelaar (het boek, niet de vent) belandde ik 's avonds op mijn klapstoel in de tuin. En voor het eerst ik weken had ik het zowaar fris, zo fris zelfs dat ik ernstig overwoog om een overhemd aan te trekken.
Dat heb ik maar achterwege gelaten. Even maximaal genieten van de koelte, luidt het devies. Er komt nog een hele augustusmaand aan.
Te heet (5)

Vannacht bij vijven kregen we eindelijk het al weken beloofde onweer, maar van serieuze neerslag is nog altijd geen sprake. Met de regen van de afgelopen weken is het als met natte sneeuw: het ziet er veelbelovend uit, maar het blijft niet liggen. De druppels verdampen al voor ze de grond raken.
In de Ferdinand Bolstraat beginnen oververhitte kinderen het recht in eigen hand te nemen. En ik kan ze geen ongelijk geven.
Te heet (4)
Afgezien van de tenhemelschroeiende temperaturen schijnt er de afgelopen weken nóg een meteorologische constante te zijn: op donderdag gaat het onweren. Dat wordt althans al drie weken beweerd - en al twee donderdagavonden heb ik, zwetend als een paard, in een deck chair op de beloofde wolkbreuken zitten wachten. Vergeefs. En onder ons gezegd en gezwegen: ik heb er weinig fiducie in dat het morgen wél gaat onweren.
Stel je mijn frustratie voor toen ik, afgelopen zaterdag, in Utrecht een paar miezerige spatjes op mijn neus kreeg en later vernam dat het in Amsterdam gehoosd had. En dat terwijl ik nota bene oorspronkelijk van plan was geweest om naar Amsterdam te gaan! Zo zie je maar weer: in Amsterdam gebeurt het. (En in Purmerend. En in Eelde. Maar in elk geval niet in Utrecht.)
Zoetjesaan begin ik me af te vragen of aan de voorspellingen van het KNMI niet een kinderachtig bijgeloof ten grondslag ligt: op donderdag gaat het donderen. In elk geval heb ik de afgelopen weken nog geen duidelijk onderbouwd bewijs voor die stelling gezien. Maar om het zekere voor het onzekere te nemen heb ik de komende twee dagen vrij genomen. En ik blijf de buienradar, de satellietbeelden en de bliksemradar op de voet volgen. Waar de komende twee dagen onweer is, daar ben ik ook. Al moet ik ervoor naar Keulen. En naar Aken. Op één dag.
Nu eens kijken of het werkt.
Te heet (3)

Russische toestanden op het Europaplein: de wachttijden voor een ijsco bedragen naar schatting drie kwartier.
Te heet (2)

Het wordt nu wel erg bont met die temperaturen. Elke dag scan ik hoopvol de bliksem- en buienradars. En elke dag zie ik veelbelovende onweersbuien oplossen boven de Noordzee, stranden in Vlaanderen of naar het oosten wegtrekken.
In Amsterdam, hemelsbreed een kilometer of dertig van Hilversum, heeft het gehoosd: kelders stonden blank, putdeksels kwamen omhoog en het viaduct bij het Amstelstation liep onder. In Hilversum moesten we het doen met een mild zomers buitje - een paar spatten, niet eens erg genoeg om te gaan schuilen. Het is niet dat ik niet nat word, hoor: het zweet gutst bij bakken van m'n lijf. Maar fris is anders.
Naar het zich laat aanzien heeft de thermometer bij de RAI het begeven. Dat moet aan de werkdruk liggen. De temperaturen van de afgelopen dagen lopen gewoon van de schaal. En volgens de weersverwachtingen komt er voorlopig geen einde aan. Stilletjes maak ik al plannen voor de nazomer. Zodra het kwik onder de vijfentwintig graden zakt ga ik een week lang feestvieren.
Te heet

- Ko?
- Jonas?
- Het is te warm hè?
- Pfff, praat me er niet van, Jonas.
- O.
- Jonas?
- Ko?
- Wat doe je in het badje?
- Ik wacht tot het gaat onweren, Ko.
- O.
Pokkeweer

Een eenzame terrasgast aan de Prinsengracht probeert er het beste van te maken.
Wat denken ze eigenlijk wel?

Dat het voorjaar wat lang op zich heeft laten wachten - soit. Maar om te voorkomen dat er ongelukken gebeuren leg ik de spelregels nog één keer uit:
Op Koninginnedag is het lekker warm en schijnt er een vrolijk Oranjezonnetje. Capisce?
|
|
|